Onderwerp
AT 1088 - Eating Contest   
Beschrijving
Eating Contest
Tekst
Tot het complex aan Domme Duivelsprookjes waarin wedstrijden worden aangegaan tussen een slimme maar onaanzienlijke en zwakke menselijke held en een domme, sterke reus (menseneter, duivel, trol) behoren onder meer de eetwedstrijd en de drinkwedstrijd, internationaal bekend als ATU 1088, Eating / Drinking Contest. We onderscheiden hier concreet de motieven K 81, Deceptive eating contest (meer in het bijzonder K 81.1: hole in bag) en K 82, Deceptive drinking contest (vooral K 82.3: Deceptive contest in drinking whisky). Het verhaal van de eetwedstrijd verloopt meestal aldus:
De held beweert dat hij meer kan eten dan de reus. Omdat de held vantevoren een zak onder zijn kleren heeft gestopt waarin het meeste eten verdwijnt, lijkt het inderdaad alsof hij meer op kan dan de reus. In veel gevallen snijdt de held vervolgens met een mes de zak open om zogenaamd ruimte te maken voor meer voedsel. De reus volgt zijn voorbeeld, snijdt zijn buik open en sterft.
Soms komen de elementen van de eetwedstrijd en het opensnijden van de buik afzonderlijk voor.
Dit grappige sprookje kent een zeer ruime verspreiding in geheel Europa, van Lapland tot en met Sicilië en van Ierland tot en met Rusland. Daarnaast is het verhaal aangetroffen in Turkije, Iran en China, alsmede in Centraal Afrika. Verder is de vertelling gevonden in het Caraibisch gebied en in Noord- en Zuid-Amerika, ook bij enkele indianenstammen.
Omdat de held trekken vertoont van een slimme bedrieger, wordt het avontuur soms aan een bekende trickster toegeschreven zoals Uilenspiegel of Anansi. De heldenrol kan ook weggelegd zijn voor een Klein Duimpje-achtige figuur. De vertelling van de eetwedstrijd gaat tenminste terug tot de 18e eeuw, want de oude Groningse vertelster Trijntje Soldaats had het sprookje in 1804 al op haar repertoire. Pas in de 19e eeuw tekent zich een algemene verbreiding van het sprookje af.
De drinkwedstrijd kan in principe volgens hetzelfde stramien verlopen: de meeste alcohol verdwijnt in de zak, waardoor de reus het uiteindelijk moet afleggen. Maar in veel gevallen wordt er een andere list toegepast:
De held beweert dat hij meer alcohol kan drinken dan de duivel (reus). Terwijl de duivel alcohol (of azijn, vitriool) geserveerd krijgt, drinkt de held heimelijk water. De duivel wordt dronken of beroerd van de drank en erkent in zijn tegenstander een groter drinker.
Er zijn allerlei variaties denkbaar. In een joods verhaal uit Irak neemt een arme Jood het tegen de koning op in een wedstrijd in alcohol drinken. De Jood wint omdat hij een pil inneemt waardoor hij niet dronken kan worden.
Overigens zijn de drinkwedstrijden niet zo veelvuldig opgetekend als de eetwedstrijden. Versies zijn verspreid over Europa aangetroffen.
De eet- en/of drinkwedstrijd wordt zelden als afzonderlijk verhaal verteld, maar maakt doorgaans onderdeel uit van een reeks vertellingen. Zo is er de wedstrijd om een steen fijn te knijpen terwijl de held in een ei of een stuk kaas knijpt of zand uit zijn vuist laat lopen (ATU 1060), de wedstrijd om een steen door te bijten terwijl de held op een noot bijt (ATU 1061) en de wedstrijd stenen gooien waarbij de held een levende vogel gooit die wegvliegt (ATU 1062). De verhalen kunnen ook deel uitmaken van het Dappere Kleermakerssprookje (ATU 1640). De eet- en/of drinkwedstrijd is vaak wel het laatste in een reeks avonturen wanneer de reus zichzelf ombrengt. Een uitzondering vinden we bijvoorbeeld in een Canadese versie, waarin de reus net slim genoeg is om zichzelf niet dood te steken en hij de held vijf dollar geeft omdat hij de eetwedstrijd gewonnen heeft.
De traditionele sprookjes van de eet- en drinkwedstrijd zijn vooral grappig bedoeld, maar in bepaalde gevallen zal er ook een latente angst zijn weggelachen. Immers, doordat in het verhaal de ratio het wint van de kracht, kunnen angstgevoelens voor het grote, wilde, monsterlijke, machtige of demonische wezen worden gerelativeerd.
De drinkwedstrijd is ook in moderne moppen aangetroffen, maar hierin spelen bovennatuurlijke wezens geen rol meer. In Nederlandse versies van de mop zijn het drie vertegenwoordigers van etnische groepen in de samenleving die een wedstrijd aangaan, namelijk om zoveel mogelijk bier te drinken zonder het toilet te bezoeken. De Nederlander en de Marokkaan moeten op zeker moment naar de wc, waardoor de Turk de wedstrijd wint, die dan in versvorm verklaart: "Turkie, Turkie is niet dom / Turkie, Turkie luier om." Opmerkelijk genoeg wordt de mop door alledrie de etniciteiten verteld. Voor een Nederlandse of een Marokkaanse verteller kan de Turk een broekplassende valsspeler zijn, maar voor een Turkse verteller kan hij fungeren als een listige winnaar.
Literatuur
BP 1937, 1, p. 150.
R.M. Dorson: Bloodstoppers and Bearwalkers. Folk Traditions of the Upper Peninsula. Cambridge 1952, p. 95-99.
E.J. Huizenga-Onnekes (ed.): Het boek van Trijntje Soldaats. Groningen, 1928, p. 9-13.
Köhler/Bolte 1989, 1, p. 86.
J. van der Kooi & T. Schuster: Märchen und Schwänke aus Ostfriesland. Leer 1993, p. 312, 399.
W. Liungman: Die Schwedischen Volksmärchen. Herkunft und Geschichte. Berlin 1961, p. 261.
T. Meder: 'De Marokkaanse krokodil. Enkele observaties over frequentie, variatie, thematiek en etniciteit', in: T. Meder (ed.): 'Er waren een Marokkaan, een Turk en een Nederlander'. Volkskundige en taalkundige opstellen over het vertellen van moppen in de multiculturele wijk Lombok. Amsterdam 2001, p. 18.
T. Meder: '"There were a Turk, a Moroccan and a Dutchman..." Narrative repertoires in the multi-ethnic neighbourhood of Lombok in the Dutch city of Utrecht', in: S. Wienker-Piepho & K. Roth (ed.): Erzählen zwischen den Kulturen. Münster [etc.] 2004, p. 251-252.
E. Schoenfeld: 'One hundred and twenty Tales from Iraq', in: Fabula 11 (1970), p. 191 (nr. 99).
R.M. Dorson: Bloodstoppers and Bearwalkers. Folk Traditions of the Upper Peninsula. Cambridge 1952, p. 95-99.
E.J. Huizenga-Onnekes (ed.): Het boek van Trijntje Soldaats. Groningen, 1928, p. 9-13.
Köhler/Bolte 1989, 1, p. 86.
J. van der Kooi & T. Schuster: Märchen und Schwänke aus Ostfriesland. Leer 1993, p. 312, 399.
W. Liungman: Die Schwedischen Volksmärchen. Herkunft und Geschichte. Berlin 1961, p. 261.
T. Meder: 'De Marokkaanse krokodil. Enkele observaties over frequentie, variatie, thematiek en etniciteit', in: T. Meder (ed.): 'Er waren een Marokkaan, een Turk en een Nederlander'. Volkskundige en taalkundige opstellen over het vertellen van moppen in de multiculturele wijk Lombok. Amsterdam 2001, p. 18.
T. Meder: '"There were a Turk, a Moroccan and a Dutchman..." Narrative repertoires in the multi-ethnic neighbourhood of Lombok in the Dutch city of Utrecht', in: S. Wienker-Piepho & K. Roth (ed.): Erzählen zwischen den Kulturen. Münster [etc.] 2004, p. 251-252.
E. Schoenfeld: 'One hundred and twenty Tales from Iraq', in: Fabula 11 (1970), p. 191 (nr. 99).
