Onderwerp
BRUN 01000 - The Vanishing Hitchhiker   
Beschrijving
The Vanishing Hitchhiker
Tekst
Op een donkere regenachtige avond ziet een automobilist een knap meisje langs de weg staan en haar hand opsteken voor een lift. Hij neemt haar mee en rijdt verder. Ze rilt en lijkt het zo koud te hebben dat hij zijn trui om haar heen slaat.
In de eerstvolgende stad wijst ze hem het huis waar ze woont. Hij zet haar af en rijdt verder.
Pas later schiet hem te binnen dat ze zijn trui nog aan heeft. In de hoop haar weer te zien en tevens het kledingstuk terug te krijgen rijdt hij de volgende dag naar haar adres. Een vrouw van middelbare leeftijd doet open. Naar het meisje gevraagd, vertelt ze dat haar enige dochter omgekomen is bij een auto-ongeluk, precies op de plek waar hij het meisje had opgepikt.
Ze gaan naar haar graf en daar, gedrapeerd over de grafsteen, hangt zijn trui.
Dit verhaal, opgeschreven door Ethel Portnoy in haar boek Broodje Aap (p. 109), is één van de vele voorbeelden van de bekende urban legend (stadssage/broodje-aapverhaal) 'de verdwenen lifter'. Binnen het genre van de stadssagen is dit verhaal een van de meest bekende, meest verzamelde, en tevens meest bediscussieerde sagen. Het verhaal kent dan ook een grote verspreiding. We komen het verhaal niet alleen tegen in Amerika, waar Jan Harold Brunvand en andere onderzoekers er veel aandacht aan hebben besteed, maar ook in veel Europese landen (onder andere Duitsland en Roemenië), en verder op plekken variërend van Zuid-Afrika tot Hawaii en Japan. 'De verdwenen lifter' wordt niet alleen gekenmerkt door zijn grote verspreiding, maar neemt ook qua inhoud een bijzondere positie in binnen het genre van de stadsagen. Waar veel van deze moderne sagen handelen over tastbare, wereldse zaken als moordenaars, elektrische apparaten en ziektes, speelt in 'de verdwenen lifter' het bovennatuurlijke een belangrijke rol. Het is dan ook de vraag of we in het geval van de verdwenen lifter werkelijk met een stadssage te maken hebben. Maar daarover later meer.
Ook in Nederland is de sage van de verdwenen lifter bekend. Er zijn in essentie twee varianten van het verhaal die de ronde doen (of hebben gedaan) in Nederland. De eerste variant is de variant die hierboven gegeven wordt. Hierin is er sprake van een lifter (opvallend vaak een meisje of jonge vrouw) die verdwijnt voordat hij/zij op de plaats van bestemming is aangekomen (al is dit element in het verhaal van Portnoy niet duidelijk te herkennen). Uiteindelijk blijkt dat de lifter al lang dood is, en dat de automobilist met een geest te maken heeft gehad. Deze versie van het verhaal kent al een zeer lange geschiedenis. In Amerika, waar de sage het meest intensief is onderzocht, zou het verhaal van de meereizende geest al aan het eind van de negentiende eeuw de ronde hebben gedaan, nog voordat de auto als massaproduct zijn intrede had gedaan. Later is het motief van de auto als vervoermiddel aan de sage toegevoegd. Niet alleen in Amerika zien we dat deze versie van het verhaal populair is. Zo bestaat er in Zuid-Afrika een hele reeks verhalen rond Marie Roux, een meisje dat op 12 april 1968 zou zijn omgekomen bij een auto-ongeluk nabij het plaatsje Uniondale. Eens in de zoveel tijd verschijnt ze op de plek waar ze is overleden. Automobilisten die haar een lift willen geven krijgen de schrik van hun leven als ze opeens uit hun auto verdwijnt. Ook uit andere delen van de wereld zijn vergelijkbare verhalen bekend. Of het verhaal zich vanuit Amerika heeft verspreid, of dat het op andere plaatsen zelfstandig is ontstaan is overigens nog verre van duidelijk. En ook over de precieze ouderdom van het verhaal bestaat, zoals nog zal blijken, veel onduidelijkheid.
In Nederland is er helaas geen uitgebreid onderzoek gedaan naar deze variant van de sage, en het aantal verhalen waaruit geput kan worden is dan ook beperkt. Naast het verhaal van Ethel Portnoy, waar de Amerikaanse achtergrond van de auteur waarschijnlijk veel invloed op heeft gehad, is de sage vooral te vinden in de Volksverhalenbank van het Meertens Instituut. Ook daar is het aantal helaas nog vrij beperkt. Toch is het verhaal zeker niet onbekend in Nederland, en lijkt het ook hier een eigen invulling te hebben gekregen. Zo zien we in de meerderheid van de verhalen dat er in plaats van een auto sprake is van een fiets als vervoermiddel. Men loopt de geest ook meestal niet tegen het lijf langs de kant van de weg, maar vaker in parken of op andere plekken waar de fiets een veelgebruikt vervoermiddel is. Zo wordt er een liftende geest aangetroffen in het Stadspark in Groningen of in de Utrechtse universiteitsbuurt 'de Uithof'. Een aantal andere elementen komt eveneens geregeld voor, zoals het gegeven dat de geest van een vermoord (in plaats van een verongelukt) meisje zou zijn, en de uiteindelijke ontdekking van de identiteit van de geest op het politiebureau (in plaats van bij haar ouders). Voor zover het verhaal in Nederland navolging heeft, lijkt het een eigen karakter te hebben gekregen, aangepast aan de lokale omstandigheden en publiek.
De tweede variant van de sage die we in Nederland tegenkomen handelt niet over een dwalende geestverschijning, maar over een heel ander soort immaterieel wezen. Opnieuw levert het boek Broodje Aap van Ethel Portnoy ons een goed voorbeeld (p. 124):
Op een sombere, regenachtige avond zag een automobilist een donkere, magere man langs de kant van de weg staan, die een lift probeerde te krijgen. Hij had met hem te doen, en nodigde hem daarom bij zich in de auto.
Ze reden een tijdje zonder dat er een woord werd gezegd. Plotseling zei de man 'Jezus komt weer op aarde.'
'O God,' dacht de automobilist, 'daar heb je er weer zo een!' en draaide zich om om hem te bekijken. Er zat niemand.
Bij het eerstvolgende benzinestation stopte hij en rende naar buiten om de pompbediende te vertellen wat hij had meegemaakt. 'Dat is gek,' zei de bediende. 'U bent al de derde vanavond die met dat verhaal aankomt.'
In deze variant van de sage wordt de lifter niet gepresenteerd als een verongelukt of vermoord persoon die als geest terugkomt, maar ziet men hem eerder als een goddelijke boodschapper, zoals een engel of een profeet, die toevallige voorbijgangers een blik in de toekomst gunt alvorens te verdwijnen. Waar en wanneer dit verhaal precies ontstaan is, is opnieuw niet zeker. Toch kan met redelijke zekerheid gesteld worden dat het jonger is dan de geest-variant van de sage. In de Bijbel wordt weliswaar een verhaal verteld van de apostel Filippus die meerijdt in een wagen, het evangelie preekt, iemand doopt en dan verdwijnt. Maar een direct verband tussen dit verhaal en de profeet-variant van de verdwenen lifter-sage is niet waarschijnlijk. Een veel waarschijnlijker oorsprong vinden we aan het begin van de jaren '30 in de omgeving van Chicago, verbonden met de 'Century of Progress' expositie die daar in 1933 en 1934 werd georganiseerd. Men vertelde hier namelijk het verhaal van een oude dame die opgepikt werd door verschillende automobilisten. In de auto gezeten uitte ze een waarschuwing dat de expositie, die zich aan de rand van het Michigan-meer bevond, hierin zou wegzakken en vervolgens verdween ze uit de auto. Later bleek dan dat het de geest van een overleden vrouw was geweest. We hebben hier duidelijk te maken met een overgangsverhaal. De lifter is nog steeds een rondzwervende geest, maar gedraagt zich niet zoals de weinig spraakzame geesten uit de geest-variant van de sage en uit een waarschuwing. Een stap verder in de ontwikkeling van geest- naar profeet-variant is het verhaal dat in de jaren '50 en '60 populair was onder de Mormonen in Amerika. In deze versie van het verhaal, dat al in de late jaren '30 de kop op begon te steken, werd het idee van een waarschuwende of profeterende lifter gecombineerd met de al langer bestaande verhalen over de drie Nephieten, drie discipelen van Christus die op aarde waren gebleven tot de wederkomst van hun heer. In de Mormoonse folklore deden verschillende verhalen de ronde over gelovigen die deze drie Nephieten ontmoet hadden, waarbij de drie fysieke of spirituele steun hadden verleend en vervolgens waren verdwenen. Dit gegeven viel natuurlijk makkelijk te combineren met het verhaal van de verdwenen lifter, en zo ontstond dan ook het eerste duidelijke voorbeeld van de profeet-variant van de verdwenen lifter-sage, waarbij men steeds één van de drie Nephieten als lifter tegenkomt. Het is overigens maar de vraag of het verhaal van de liftende Nephiet direct afstamt van het verhaal uit Chicago, of dat ze een gemeenschappelijke voorloper kennen. Met de profeterende lifter uit de Mormoonse folklore nam de profeet-variant van de verdwenen lifter-sage een duidelijke vorm aan. We zien hem dan ook in vergelijkbare versies buiten de Mormoonse traditie terugkeren, bijvoorbeeld met een langharige hippie als lifter.
Ook in Nederland heeft de profeet-variant van de sage een rol gespeeld. Begin jaren '90 werd het verhaal hier heel populair in christelijke kringen. Zo populair zelfs dat in 1991 verschillende media, variërend van het personeelskrantje van de Algemene Verkeersdienst Rijkspoltie tot een aantal (half-)religieuze bladen als Kerk en Trouw, uitvoerig aandacht besteedden aan de sage. Vooral in evangelische- en pinkstergemeenten, die een sterke nadruk leggen op de persoonlijke geloofsbeleving, speelde dit verhaal een grote rol, maar ook in meer orthodoxe kringen kon het teruggevonden worden. Een vergelijkbare golf van verdwenen lifter-verhalen zien we rond 1982 in Duitsland verschijnen. Hier kwam de aartsengel Gabriël als lifter op aarde om de ondergang van de wereld in 1984 te voorspellen. Volgens Peter Burger valt deze golf te plaatsen binnen het alom aanwezige doemdenken van die jaren, en verklaart dat eveneens waarom de versie die in de jaren '90 in Nederland de kop opstak een veel kleinere verspreiding kende. Een beïnvloeding van de Nederlandse door de Duitse versie is niet uitgesloten, maar het verhaal had ook in Nederland al enige bekendheid. Men had het immers al sinds 1978 in Portnoy's boek kunnen lezen. Het verhaal van de profeterende lifter is overigens niet beperkt gebleven tot christelijk Nederland. Vanaf de late jaren '70 begon de Britse esotericus Benjamin Creme een leer te verspreiden omtrent de 'wereldleraar' Maitreya, een soort opperprofeet die zou wederkeren op aarde. Ook in Nederland vond deze leer aanhangers. Zo geeft men hier een Nederlandse variant uit van het internationale blad van Creme, Share International. Het verhaal van de profeterende lifter wordt door deze beweging geclaimd als zijnde een van de manieren waarop Maitreya zich aan mensen zou laten zien.
Wat uit het bovenstaande duidelijk blijkt is dat de sage van de verdwenen lifter een enorme variatie kent. Deze variatie valt zowel in ruimte als in tijd waar te nemen, en vele verschillende groepen mensen hebben door de tijd heen de sage opgenomen in hun orale repertoire en hun eigen varianten er van voortgebracht. Zo hebben we bijvoorbeeld gezien dat de liftende geest in de verhalen van veel religieuze gemeenschappen is veranderd in een profeet of een engel. Ook worden vaak bestaande volksverhalen gecombineerd met de verdwenen lifter-sage. We zagen al dat de Mormonen hun verhalen over de drie Nephieten combineerden met de sage, maar ook op Hawaii heeft een vergelijkbare verandering plaatsgevonden. Daar wordt de lifter geassocieerd met de lokale vulkaangodin Pele. Automobilisten die haar niet oppikken kunnen rekenen op een flink aantal jaren ongeluk, maar als ze wel wordt meegenomen verdwijnt ze van de achterbank. Het is dan ook niet mogelijk om de verdwenen lifter-sage aan één specifieke groep, volk of cultuur toe te wijzen. Het gaat hier duidelijk om een thema dat veel verschillende soorten mensen aanspreekt, en zich daardoor over de hele wereld heeft kunnen verspreiden. Het is eveneens moeilijk om de oorsprong van de sage van de verdwenen lifter aan een bepaalde periode te koppelen. We zagen al dat de sage in Amerika reeds voor de introductie van de auto als massaproduct bestond. De auto was geen noodzakelijk element van de sage, maar slechts een detail dat aan verandering onderhevig was. Zo zijn er verschillende verhalen bekend uit de negentiende eeuw (zowel uit Amerika als uit andere landen) van geesten die te voet, te paard of op een kar levenden vergezellen, en pas later hun ware gedaante laten zien door te verdwijnen.
De vraag die dit alles oproept is of er in het geval van de verdwenen lifter eigenlijk wel van een 'basistype' van de sage gesproken kan worden, of er wel elementen zijn die een essentieel onderdeel vormen van elke versie van de sage die wordt verteld. De sage kent immers zoveel variatie, in vrijwel alle details die er deel van uitmaken, dat het soms de vraag is of we wel met één en hetzelfde verhaal te maken hebben. In haar artikel The phantom hitchhiker: neither modern, urban nor legend? behandelt Gillian Bennet de vraag waar we precies de grenzen van de verdwenen lifter-sage zouden moeten trekken. Hierin rekt zij de grenzen van deze sage zo ver mogelijk op om te illustreren hoe lastig het is om een precieze afbakening te formuleren voor de sage. Zo beredeneert ze bijvoorbeeld dat de liftersage verbonden zou kunnen worden met oude volksverhalen over plaaggeesten die mensen bespringen, zich laten dragen en dan plotseling weer verdwijnen (zie onder andere SINSAG 0252 en SINSAG 0801). Dit betekent niet dat we een direct verband moeten zoeken tussen deze plaaggeestsagen en de sage van de verdwenen lifter. Wat het wel aangeeft is dat de liftersage deel uitmaakt van een groot netwerk van andere spookverhalen, waar ook deze plaaggeesten deel van uitmaken. De verschillende verhalen in dit netwerk wisselen geregeld elementen uit, waardoor de grenzen tussen deze verhalen vaak onduidelijk zijn. De grenzen die men tracht aan te brengen aan de verdwenen lifter-sage zijn dan ook onvermijdelijk artificieel, en kunnen makkelijk onderuit gehaald worden. Toch waagt ook Bennett zelf zich aan de omschrijving van een basistype voor de sage. Zij komt tot de conclusie dat dit basistype eigenlijk uit niet meer bestaat dan het gegeven dat de medereiziger van een levend persoon door zijn gedrag en verdwijning bewijst dat hij/zij niet materieel is, zoals aangenomen werd, maar immaterieel. Alle overige elementen die deel uitmaken van de verschillende versies van de sage zijn als het ware extra informatie die dienen om het verhaal geloofwaardiger te maken ( bijvoorbeeld door de identificatie van de overledene aan de hand van een foto), tastbaarder te maken (door de beschrijving van plaats, datum, persoon die de lifter meeneemt, etc.) of het anderszins overtuigend over te laten komen.
Al met al is duidelijk dat de sage van de verdwenen lifter een bijzondere plaats inneemt in de orale cultuur. Waar men vaak de neiging heeft het verhaal te betitelen als een moderne sage (urban legend) blijkt duidelijk dat deze benaming eigenlijk tekortschiet. Het verhaal is zonder problemen terug te voeren op veel oudere geestverhalen. Toch kunnen we het ook moeilijk zien als een puur klassieke sage. Het verhaal is nog steeds mateloos populair en duikt constant opnieuw op onder zeer diverse groepen mensen. We kunnen ons in dit licht zelfs gaan afvragen, zoals in volkskundige kring al langer gebeurd, of de definitie van urban legend niet te eng is, aangezien verhalen over bovennatuurlijke krachten zoals de verdwenen lifter-sage er strikt genomen buiten zouden vallen. Een dergelijke vraag valt echter buiten het bereik van dit lemma.
Het is aannemelijk dat de sage, zoals Bennett suggereert, een vrij simpel basistype heeft. Hierdoor hebben verschillende groepen de sage probleemloos in hun verhaalrepertoire kunnen opnemen door alleen de details te veranderen. Waar veel oudere sagen hun functie als sage, en dus als geloofwaardig verhaal, grotendeels hebben verloren, leeft de verdwenen lifter nog steeds voort, en weet hij zich steeds weer aan te passen aan zijn nieuwe omgeving.
Literatuur
- Bennett, Gillian: 'The phantom hitchhiker: neither modern, urban nor legend?', in: Smith, Paul (red.): Perspectives on contemporary legend: proceedings of the conference on contemporary legend, Sheffield, July 1982. Sheffield 1984.
- Brunvand 1981.
- Brunvand 1988.
- Brunvand, J.H.: Encyclopedia of Urban Legends. New York, etc. 2002.
- Burger 1992.
- Fish, Lydia M.: 'Jesus on the thruway: the vanishing hitchhiker strikes again', in: Indiana Folklore 9 (1976), p. 5-13.
- Jans, B.O.: 'Hitchhiking angels in Holland', in: Foaftale news 22 (juni 1991), p. 5-6.
- Online archief van Share Nederland: http://www.sharenl.org/archief.htm
- Portnoy 1980.
- Schmidt, Sigrid: 'The Vanishing Hitchhiker in South Africa: additional notes', in: Foaftale news 17 (maart 1990), p. 1-3.
- 'Vanishing Hitchhiker Update', in: Foaftale news 13 (maart 1989), p. 2-4.
- Wilson, William A.: ' "The vanishing hitchhiker" among the mormons', in: Indiana Folklore 8 (1975), p. 79-97.
