Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Rattenvanger van Hamelen, De

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

SINSAG 0689 - Der Rattenfänger    SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   

Beschrijving

Der Rattenfänger

Tekst

Het stadje Hamelen had in 1284 last van een enorme rattenplaag. Er leek niks tegen opgewassen tot er een vreemde man naar de stad kwam in veelkleurige kledij. Hij was rattenvanger en wilde het ongedierte wel uit de stad verdrijven. Er werd een beloning afgesproken en de rattenvanger ging aan de slag. Al fluitend liep hij door de stad. Op zijn muziek kwamen alle ratten en muizen af. Ze liepen achter de rattenvanger aan. Hij liep het water in en daar verdronken de ratten. Toen Hamelen van de ratten bevrijd was, wilde het stadsbestuur de rattenvanger niet betalen. Met lege handen ging hij naar huis, maar na een paar dagen kwam hij terug, vermomd als jager. Alle inwoners van Hamelen waren bij de kerkdienst. Zij hadden niet door dat de rattenvanger weer fluitend door de stad liep. Dit keer werd hij niet gevolgd door ratten en muizen, maar door alle kinderen van Hamelen. Ze werden de stad uitgeleid. Toen de bewoners ontdekten dat de kinderen verdwenen waren, hebben ze overal gezocht, maar niemand heeft ooit nog iets van de kinderen vernomen. Dit is slechts een van de versies van De rattenvanger van Hamelen. Het verhaal dat zijn bekendheid voor een groot deel dankt aan het werk van de gebroeders Grimm kent veel varianten. Met name het gedeelte waarin de kinderen de stad uit worden gevoerd, wil wel eens variëren. Bovenstaande versie kan op allerhande uitbreidingen rekenen. De kinderen worden vaak een grot ingeleid die sluit zodra de kinderen binnen zijn. In sommige versies blijven één of meer kinderen achter, omdat ze mank zijn of treuzelen. De achterblijvers lichten de ouders is, maar ze worden niet altijd geloofd. Soms is er sprake van een kindermeid, die in eerste instantie volgt, maar toch terugkeert. In het gunstigste geval komen alle kinderen weer terug bij hun ouders. Andere kleine verschillen betreffen onder meer de hoogte van de beloning die wordt beloofd voor het verdelgen van de ratten en de periode waarna de rattenvanger terug komt om de kinderen mee te nemen. Het verhaal van de rattenvanger speelt zich af in 1284 en is vanaf de veertiende eeuw al veelvuldig overgeleverd. Onderzoeker Hans Dobbertin wees honderdveertig bronnen aan vanaf de veertiende eeuw in het Duits, Latijn, Frans en Engels waarin naar het verhaal verwezen wordt of het in zijn geheel verteld wordt. De mogelijkheid dat De rattenvanger van Hamelen gebaseerd zou zijn op een waar gebeurd verhaal is verschillende keren geopperd. Hoewel er verschillende bronnen zijn aan te wijzen waarin wordt beweerd dat er kinderen uit Hamelen zijn verdwenen, valt niet uit te maken op welke concrete gebeurtenis het verhaal zou teruggrijpen. Onderzoeker Norbert Humburg brengt de mogelijkheden terug tot een viertal situaties: de kinderen zijn de stad uitgetrokken om zich elders te vestigen; de kinderen zijn wegens ziekte, bijvoorbeeld de pest, de stad uit gedreven; de kinderen zijn gedood of gevangen genomen tijdens een oorlog; de kinderen zijn omgekomen door een lokale catastrofe, bijvoorbeeld een aardbeving. Het idee dat De rattenvanger van Hamelen waar gebeurd zou zijn, is ingegeven door de oudst bekende bron: een kerkraam uit Hamelen van omstreeks 1300. Het glas-in-lood raam verbeeldt de uittocht van de kinderen uit Hamelen. Op de voorgrond staat een bont geklede man, de rattenvanger. Het venster is in 1660 verloren gegaan. De afbeelding is echter nog wel bekend van de kopie die Augustin von Mörsperg er in 1592 van maakte. Een ander voorbeeld is een poort uit de zestiende eeuw waarop staat: 'anno 1556. Centu te denos cum magus ab urbe puellos / duxerat ante annos 272 condita porta fui'. Vrij vertaald betekent dat: omdat 272 jaar geleden honderddertig kinderen door een tovenaar uit de stad geleid zijn, is deze poort opgericht. Er zijn vanaf de zeventiende eeuw aanwijzingen dat het verhaal van de rattenvanger internationale bekendheid kreeg. Het werd vertaald naar onder meer het Frans en het Nederlands. Vanaf de negentiende eeuw werd De rattenvanger van Hamelen gemeengoed en werd het gebruikt voor en verwerkt in allerlei culturele uitingen, zoals muziek, liederen, theater, romans en strips, maar ook ansichtkaarten en beeldreclame. In Hamelen wordt vanaf 1955 in de zomermaanden De rattenvanger van Hamelen elke zondag opgevoerd. Na een overlevering van ruim vijf eeuwen hebben de gebroeders Grimm in 1816/1818 De rattenvanger van Hamelen opgetekend en ondergebracht bij de sagen. Het verscheen als nummer 245 in hun Deutsche Sagen. Inmiddels is het verhaal geaccepteerd als sprookje en ondergebracht bij ATU 570* (The Rat-Catcher (The Pied Piper)). De ATU typecatalogus laat zien dat het sprookje zich voornamelijk in West-Europa heeft verspreid. Uit onderzoek van Donald Ward blijkt echter dat De rattenvanger van Hamelen ook grote bekendheid in Amerika heeft gekregen. De sage kwam voor het eerst in de Engelse taal op papier in 1604 als The restitution of decayed intelligence van Richard Verstegan. Hoewel het verhaal al vroeg bekend was, werd het pas relatief laat populair, toen Robert Browning het bewerkte tot zijn Pied Piper of Hamelin. Hij schreef het verhaal in 1842, maar het was in eerste instantie niet voor publicatie bestemd. Acht jaar later werd het alsnog uitgegeven. Browning baseerde zijn verhaal naar alle waarschijnlijkheid op de tekst van Verstegan en een tekst van James Howell uit 1645. In het Amerika van de twintigste eeuw is het verhaal voor verschillende kunstvormen ingezet: naast verschillende films ook voor kindertheater, musical, ballet, hoorspel, strips en propaganda. Er heeft zelfs een muziekgroep The Pied Pipers bestaan. Toch heeft de kinderlectuur en -literatuur het meest bijgedragen aan de bekendheid van het verhaal in Amerika. Tegenwoordig wordt nog Brownings Pied Piper op de middelbare school gelezen. De reden dat het verhaal zo populair kon worden, zoekt Ward in een aantal factoren, die overigens niet alleen op het Amerikaanse volk van toepassing zijn. Ten eerste noemt hij liefde voor kinderen. De angst om kinderen - en daarmee de hoop voor de toekomst - kwijt te raken, is een factor die bij de Amerikanen een goede voedingsbodem vond. Ten tweede noemt Ward een aantal zaken dat samenhangt met de Amerikaanse puriteinse ethiek, namelijk het reinheidsgebod en het kapitalisme. Met het devies "Cleanliness is next to Godliness" spreekt een plaag van ongedierte tot de verbeelding. Ward betoogt dat een dergelijke plaag - in de ogen van Amerikanen - gezien wordt als het kwade in de wereld. Het kapitalisme speelt een rol in de zin dat een werkovereenkomst een heilig huisje is. Als de rattenvanger voor de geleverde arbeid geen beloning ontvangt, is het niet verrassend dat het stadsbestuur daarvoor wordt gestraft. In het Nederlandse taalgebied zijn de meeste rattenvangersverhalen afgeleid van de versie die de Grimms optekenden. In de negentiende en vroege twintigste eeuw waren er verschillende bronnen in omloop. In 1835 stelde Gustav Nieritz het verhaal opnieuw op schrift. In 1840 verscheen zijn verhaal in het Nederlands onder de titel Het tooverfluitje, of De kinderen van Hamelen: een vertelling. Daarnaast werd The pied piper of Hamelin (1842) van Robert Browning veelvuldig vertaald en bewerkt in het Nederlands. Het rattenvangersverhaal werd niet alleen aan papier toevertrouwd. In de jaren zeventig heeft De rattenvanger van Hamelen grote bekendheid gekregen door de televisieserie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? die werd geschreven door Harrie Geelen. In deze serie werd getoond welke avonturen de kinderen in de Andere Wereld beleefden, nadat ze in de berg verdwenen waren. In 2004 werd een musicalproductie onder dezelfde titel gerealiseerd. De rattenvanger van Hamelen is in Nederland vooral bekend geworden door de gebroeders Grimm. Toch kent het Nederlandse taalgebied ook eigen rattenvangersvarianten. J.R.W. Sinninghe heeft de Nederlandse rattenvanger opgenomen in zijn Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten (SINSAG 0689, Der Rattenfänger). Deze varianten spelen zich niet af in Hamelen. In een sage uit Banholt wordt verteld hoe een rattenvanger - na een prijs te hebben afgesproken - het dorp van een rattenplaag bevrijdt door de ratten met fluitspel in een strobaal te lokken en die vervolgens in brand te steken. De laatste rat die even op zich laat wachten voor hij tevoorschijn komt en in de strobaal kruipt, is een oude grote rat. Iets dergelijks speelde zich af in een verhaal uit Meerssen, alleen werden de ratten daar niet gelokt met fluitmuziek, maar kropen zij uit zichzelf in het stro. Hetzelfde verhaal is gevonden in het Belgische Membruggen. In Terhorst waren het geen ratten maar kikkers die op het gefluit afkwamen en uitdroogden door de zon. In de Vlaamse volksverhalenbank gaan 56 verhalen over het uitdrijven van ratten, maar ze lijken meestal niet op de Hamelse sage. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen vertellingen waarin een tovenaar de ratten verwijdert en vertellingen waarin een pastoor of andere geestelijke dat doet. Meestal wordt gebruik gemaakt van de baal stro waarin de ratten verbrand worden, maar er wordt ook vaak een gebed opgezegd om de ratten te bannen of een put gegraven waar alle ratten in springen. Enkele verhalen houden wel duidelijk verband met (elementen uit) De rattenvanger van Hamelen. Een verhaal uit de omgeving van Nieuwkerke gaat over een man die men niet uit wil betalen als hij de rattenplaag verholpen heeft. Als straf stuurt hij alle ratten weer terug. In een ander verhaal uit Bonheiden speelt een man een deuntje op zijn fluit om de ratten weg te krijgen. Een verhaal uit Veurne gaat over een herder die op zijn fluit speelde en vervolgens alle ratten van Hamelen achter zich aan kreeg. Hoe de ratten uit Hamelen zo snel in Veurne kwamen, is onduidelijk. In de bovenstaande Nederlandse en Belgische rattenverhalen wordt steeds de nadruk gelegd op de laatste rat die gevangen wordt. Deze valt op omdat hij oud en groot is. Meestal is het de leider van de plaag. Een enkele keer valt de rat op omdat hij een gebrek heeft. Deze rat is ook in enkele Nederlandstalige Grimm-bewerkingen doorgedrongen. In de Limburgse mijnwerkersfolklore komt het motief van de rattenvanger ook voor. Als er zich in een mijn een rattenplaag voordoet, vertelt een van de mijnwerkers dat hij zoiets eerder heeft meegemaakt. Er diende zich toen ongevraagd iemand aan die rattenvanger beweerde te zijn. Nadat de mijnwerker in geuren en kleuren had verteld hoe de rattenvanger hen van de plaag verloste, besluit men diezelfde rattenvanger te verzoeken ook deze plaag te verhelpen. De rattenvanger - die inmiddels al op leeftijd is - komt, maar kan de ratten niet verjagen, omdat hij - naar eigen zeggen - niet de juiste fluit bij zich heeft. Als hij een andere fluit gaat halen, komt hij niet meer terug. Het motief van de rattenvanger die zijn gave kwijt is geraakt, is vooralsnog alleen bekend in dit mijnwerkersverhaal. Het gebruik van verschillende fluiten - één voor de ratten en één voor de kinderen - is wel bekend uit Duitse verhalen. De plot van het verhaal is tegengesteld aan wat men verwacht bij een verhaal over de rattenvanger. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de rattenvanger de plaag zou verhelpen. Door deze anticlimax rijst de vraag of dit Limburgse verhaal niet een anti-sage of shaggy dog story is. Afgezien van de verhalen die op de Grimms zijn gebaseerd, lijken de rattenvangersverhalen in het Nederlands taalgebied in meer of mindere mate af te wijken van De rattenvanger van Hamelen. In de lokale sagen speelt het verhaal zich niet langer af in Hamelen, al wordt soms wel expliciet gewezen op de Hamelse rattenvanger. De uittocht van de kinderen komt niet meer voor. Als er ook geen sprake is van een fluitende rattenvanger, lijkt de kloof tussen de volksverhalen en de Hamelse sage wel erg groot geworden. In de volksverhalenbank is een mondelinge voordracht van De rattenvanger van Hamelen opgenomen. In de zomer van 2009 vertelde Herman Erbé het rattenvangersverhaal op rijm tijdens de Dag van het Park in Lelystad. Hij heeft het gehoord en geleerd in 1939. Het is een bijzondere versie - ook al doet de taal soms ouderwets aan. Door het noemen van de muziekvorm 'ragtime' is deze berijming onmiskenbaar verbonden aan het begin van de twintigste eeuw: "Waarheen? De straten door, de pleinen op, Woest in de pas Alsof het een ratten-ragtime was." Het is aannemelijk dat deze versie vooraf werd gegaan door een schriftelijke bron. Uit de periode waarin Erbé het verhaal leerde, zijn drie schriftelijke berijmde versies bewaard gebleven, namelijk De rattenvanger van Hamelen: in verzen voor kinderen verteld (1912), De rattenvanger van Hameln: een kindervertelling op rijm (1931) en De rattenvanger: een gedicht (1939). De eerste twee varianten zijn vertaald en bewerkt naar The pied piper of Hamelin van Robert Browning. Hoewel in de drie boekjes hetzelfde rattenvangersverhaal wordt verteld, zijn er weinig overeenkomsten met de variant uit de volksverhalenbank. De variant uit 1939 lijkt in het geheel niet op de voordracht. De twee versies die uit Engels vertaald zijn, lijken meer op de variant uit de volksverhalenbank, maar deze hebben een ander einde. Er blijft namelijk een lamme jongen achter die niet voor het sluiten van de berg binnen is. Hij keert terug naar de stad. In geen van de drie bronnen komt het karakteristieke woord 'ragtime' voor. Daarnaast zijn er geen letterlijk overeenkomstige passages. Er komt zelfs geen rijmpaar overeen. Kortom, in geen van deze teksten kan een blauwdruk gevonden worden voor de rattenvanger van Herman Erbé.

Literatuur

Teksten: - De rattenvanger van Hamelen: in verzen voor kinderen verteld. Leeuwarden: Hepkema & van den Velde, [1912]. - De rattenvanger van Hameln: een kindervertelling op rijm. Den Haag: G.B. Van Goor Zonen's U.M., [1931]. - Grimm, gebroeders. Deutsche Sagen. Berlin : in der Nicolaischen Buchhandlung, 1816-1818: 245. - Kemp, P. Limburgs Sagenboek. Lutterade: Uitg. Fonds voor Heemkunde, 1925: p. 178. - Lemmens, G. Mijnwerkersfolklore in Limburg. Maastricht: Publiciteitsbureau "Veldeke", 1936: p. 63- 64. - Mok, M. De rattenvanger: een gedicht. Maastricht: De Halcyon Pers, A.A.M. Stols, 1939. - Sinninghe, J.R.W. Limburgsch Sagenboek. Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1938: p. 313-314. - www.volksverhalenbank.nl (ID-nummer: HERMANERBE1) - www.volksverhalenbank.be (ID-nummer: 16659, 45920, 12763) Studies: - Dobbertin, H. Quellensammlung zur Hamelner Rattenfängersage. Göttingen: Verlag Otto Schwartz & co, 1970. - Humburg, N. 'Hameln: Neueste Forschungen zur Hamelner Rattenfängersage'. In: Reinisches Jahrbuch für Volkskunde, 1985/86: p.197-208. - Krogmann, W. De Rattenfänger von Hameln: eine Untersuchung über das Werden der Sage. Berlin: [s.n.], 1934. - Ranke, K. e.a. (ed.). Enzyklopädie des Märchens, Handwörterbuch zur historischen und vergleichenden Erzählforschung. 4e druk. Band 11. Berlijn [etc.]: Walter de Gruyter, 2004 (2003). - Sinninghe, J.R.W. Katalog der niederländischen Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten. Helsinki: Suomalainen Tiedeakatemia [etc.] (FFC 132), 1943: SINSAG 0689. - Spanuth, H. Der Rattenfänger von Hameln: Vom Werden und Sinn einer alten Sage. Hameln: C.W. Niemeyer, 1951. - Uther, H.J. The types of International Folktale. Helsinki: Suomalainen Tiedeakatemia/ Academia Scientiarum Fennica (FFC 284-286), 2004: ATU 0570*. - Ward, D. 'Die Rezeption der Hamelner Rattenfängersage in der U.S.A.'. In: N. Humburg, Geschichten und Geschichte: Erzählforschertagung in Hameln. Hildesheim: [s.n.], 1985: p. 167-173.