Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Koortsboom

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

SINSAG 0283 - Übertragung des Fieberdämons    SINSAG 0283 - Übertragung des Fieberdämons   

Beschrijving

Übertragung des Fieberdämons

Tekst

Een man gaat naar de koortsboom omdat zijn vriendin al een paar dagen koorts heeft. Dit doet hij overigens zonder haar medeweten. Hij hangt haar zakdoek op aan een tak van de koortsboom. Eenmaal thuisgekomen, blijkt dat de koorts van de vrouw nog niet geweken is. 'Ik vond het toch teleurstellend, te meer omdat ik natuurlijk stiekem gehoopt had op het 'koortsboomeffect'.' De man vertelt dan over zijn bezoek aan de koortsboom en laat foto's zien van de zakdoek in de boom. Vervolgens loopt hij naar de keuken en haalt een paracetamol voor zijn vriendin. Wanneer hij terugkomt, zit ze rechtop en zegt: 'Het is weg... ik heb geen koorts meer...foetsie!' Verbaasd vroeg hij of hij haar temperatuur moest opnemen. 'Nee', antwoordde ze, 'ik voel het gewoon. Eigenlijk al een paar minuten nadat ik de foto van de zakdoek in de koortsboom had bekeken.' Deze moderne vertelling - hij stamt uit 2005- over het geloof in de genezende krachten van een koortsboom, gaat over de enige nu nog bekende koortsboom van Nederland; een eikenboom in Overasselt (Gelderland). Er zijn in het verleden echter nog meer koortsbomen in Nederland en in Vlaanderen geweest. De boom die mensen van koorts kon genezen, was een vrij bekend fenomeen in Nederland en Vlaanderen. De Nederlandse bomen stonden vooral in Noord-Brabant en aan de randen van deze provincie, te weten in: Alphen, Bergharen, Breda, Eersel, Mijldoorn, Oss en Schijndel. In Vlaanderen zijn vooral de bomen in Harent en Herentals bekend. Het vastmaken van stukjes stof of kleding - in vele vermeldingen gaat het om een (gedeelte van een) kousenband - aan een boom om koorts te genezen was een gebruik dat ook in andere delen van Nederland bekend is. Waarschijnlijk werd daar, in tegenstelling tot in Noord-Brabant, geen gebruik gemaakt van een specifieke boom. Bij het uitkiezen van een boom was de soort van belang: een eikenboom wordt het meest genoemd als koortsboom, maar ook de vlier en de wilg (in Vlaanderen, tussen Hasselt en Wimmertingen) worden genoemd. Deze bomen hebben met elkaar gemeen dat het allemaal snelgroeiende bomen zijn. De zieke hoefde niet altijd zelf naar de koortsboom af te reizen om genezen te worden van zijn ziekte. Een afgevaardigde kon dit ook voor de zieke persoon doen. Voor de koortsboom in Overasselt was het van belang dat men een stukje stof in de boom hing dat door de zieke op het lichaam gedragen was, zoals een kousenband. In het ritueel van tegenwoordig is het niet meer noodzakelijk om een stukje stof dat gedragen is door de zieke, in de boom te hangen. In Overasselt hangen nu stukjes stof op die niet direct op het lichaam gedragen zijn, zoals haarlinten, en stof die helemaal los van het lichaam staat, zoals een zakdoek. Het was de bedoeling dat de koorts op de boom werd overgedragen. De patiënt werd beter, terwijl de boom de ziekte kreeg. Het stukje stof fungeerde hierbij als een intermediair. De koorts werd via het stukje stof op de boom overgedragen. Volgens sommige verhalen over het overdragen van de koorts, gaat de boom trillen en/of schudden als hij de koorts krijgt. De handeling van het overdragen van de koorts heeft de zogenaamde leer der transplantatie als onderliggende gedachte. Volgens deze leer bestaat er een verband tussen natuurverschijnselen en de mens en kunnen natuurverschijnselen ziekten van mensen overnemen. Het transplanteren van de koorts van de mens op de boom, wordt inzichtelijker gemaakt doordat de koorts wordt voorgesteld alsof deze menselijke eigenschappen zou hebben. De koorts wordt in het volksgeloof wel gezien als een demon, een boze geest. Dit gebeurde overigens vaker volgens het volksgeloof: demonen stonden erom bekend ziektes te veroorzaken. De koorts ging dus als demon de mens uit (enigszins vergelijkbaar met de praktijk van de duivelbanners) en de boom in. De gevolgen van het overnemen van de koorts voor de boom verschillen per verhaal. Soms gebeurt er met de boom verder niets. Soms neemt de boom slechts de symptomen van de patiënt met koorts over en gaat dan schudden of trillen. In andere verhalen overleeft de boom de overdracht van de koortsdemon niet. Het kon, volgens het volksgeloof, ook gebeuren dat de boom eerst ging schudden en daarna afstierf. De transplantatie kon gepaard gaan met het opzeggen van een bepaalde bezweringsformule. Bekend is vooral de volgende formule: Olde marolde, Ik hebbe de kolde, Ik hebbe ze noe, Ik geve ze oe; Ik bind ze hier neer, Ik krieg ze neet weer. Daarnaast was er een tegenovergestelde gewoonte: daarbij mocht niets gezegd worden bij het overdragen van de koorts op de boom. Na het ophangen van het stukje stof moest de persoon in kwestie hard weglopen, zonder dat hij om mocht kijken. De oorsprong van het volksgeloof in de genezende krachten van een boom ligt waarschijnlijk in de negentiende eeuw. We vinden in 1848 voor het eerst een vermelding van een koortsboomritueel. Vrijwel overal waar een boom met genezende krachten zou hebben gestaan, zien we dat er op die plaats daarvoor al een katholieke cultusplaats te vinden was. Zo was er in Overasselt eerst een kapel voor Sint-Walrick, alvorens men daar genezende krachten aan een boom toekende. De ontstaansgeschiedenis van het geloof in de koortsboom gerelateerd aan katholieke devotie, is voor Overasselt vrij goed bekend. De eerste vermelding die we vinden over de Overasseltse kapel stamt uit ongeveer 1200 en het is waarschijnlijk dat de kapel toen al gewijd was aan Sint-Walrick. Het klooster dat gesticht was door Sint-Valéry (Walrick is zijn Nederlandse naam) in het noorden van Frankrijk had namelijk bezittingen in Overasselt. Hij was de beschermheilige van de zieken en met name van de mensen die koorts hadden. In de vijftiende eeuw ontstond de gewoonte om naar de kapel van Overasselt te gaan om genezing te vragen voor de koortslijders. In de negentiende eeuw dacht men te maken hebben met een kapel gewijd aan de heilige Willibrord, vanwege de verhalen die verteld werden over het ontstaan van de kapel. Deze legendes zijn in die periode bedacht en opgeschreven door onderwijzer G.E. Mes (1849-1918). Mes vertelt twee verhalen: een over Karel de Grote en een over de heidense dochter van een roverhoofdman. Volgens de laatstgenoemde legende lag het meisje Heriberta op sterven door een hevige koorts. Willibrord gaf haar het advies om een stukje stof aan een boom te binden. Het meisje genas van de koorts en haar vader en zijzelf bekeerden zich tot het christendom. Het tweetal stierf niet lang daarna als martelaar. Hun graf werd vervolgens door vele christenen bezocht; zo ook Karel de Grote in het jaar 777. Karel de Grote werd daar genezen van koorts en stichtte uit dankbaarheid de kapel voor Sint-Willibrord. Deze verklarende legenden over de oorsprong van het geloof in de koortsboom passen in het tijdsbeeld van de negentiende eeuw. In die periode vond men in een ideaal prechristelijk of Germaans verleden vaker verklaringen voor verschillende fenomenen. De toekenning van genezende krachten aan een boom, zou rechtstreeks uit het Germaanse verleden stammen, volgens de negentiende-eeuwse opvatting. In de Germaanse tijd zou men namelijk bomen vereerd hebben. Echter, de rituelen behorend bij de koortsboom zijn niet zo oud als gedacht werd: ze kennen hun oorsprong eerder in de negentiende eeuw. Er zijn simpelweg geen bronnen of aanwijzingen die op een bestaan van de koortsboom voor een eerdere periode duiden. Bovendien worden bomen hooguit enkele honderden jaren oud. Het is onmogelijk dat de boom die in de negentiende eeuw als koortsboom werd gezien, dezelfde boom was als de boom die in een prechristelijk tijdperk werd vereerd. Ook in Eersel zien we dat er al een katholieke cultusplaats was voordat de specifieke rituelen die gepaard gaan met de koortsboom bestonden. In het geval van Eersel ging het, in tegenstelling tot in Overasselt, om een verering van een boom, waar we al rond 1750 een vermelding van vinden in een overzicht van katholieke cultusplaatsen. Dominee Stephanus Hanewinkel (1766-1858) denkt dat de legende van Sint-Odrada verbonden zou zijn met de lindeboom van Eersel. Zij zou de eerste heilige lindeboom geplant hebben, waaruit de andere heilige lindebomen zouden zijn ontstaan. Het is echter waarschijnlijker dat het gaat om een verering van Maria. Bekend is namelijk dat er een beeld voor Onze Lieve Vrouw in Eersel bestond. Bovendien staan gewijde of heilige bomen vaker op plaatsen waar Maria verschenen zou zijn of vereerd wilde worden. (Bijvoorbeeld de kerk van Meerveldhoven, Onze Lieve Vrouw ter Eik.) De rituele handelingen die bij de koortsboom van Eersel hoorden, waren niet precies dezelfde als die in Overasselt. In Eersel kropen patiënten zeven keer om de boom heen en baden ze bij elke ronde het weesgegroet. Vervolgens werd een lintje of een touwtje met een spijker in de boom gestoken. Als het lintje dan ging trillen, had de boom de koorts van de patiënt overgenomen. Interessant is hier dat men katholieke gebruiken overnam bij een, volgens de gangbare negentiende-eeuwse opvatting, heidens geloof. Uit Dordrecht komt een hele vroege melding van een gebruik dat lijkt op de koortsboomrituelen. Het gaat hier om de O.L. Vrouwekapel waarin, volgens een bron uit 1572, doeken en zwachtels waren opgehangen. De bron vertelt dat deze werden opgehangen door mensen die al genezen waren van de koorts. Daarnaast vertelt een bron uit de zeventiende eeuw dat er in de nabijheid van die kapel een bos was. In dat bos was zowel een toevluchtsoord voor koortslijders als een boom die Dorrenboom genoemd werd, aanwezig. Hoewel het noemen van een enkele boom in een bos bijzonder te noemen valt, is er geen enkele reden om aan te nemen dat de Dorrenboom een koortsboom was (zie ook de databank Bedevaart en Bedevaartplaatsen in Nederland). Net zoals in Eersel waarschijnlijk het geval is, gingen koortslijders uit Dordrecht en omgeving naar de kapel die gewijd was aan Onze Lieve Vrouw, om genezing te vragen. Bovendien werden de stukjes stof in de kapel opgehangen wanneer de zieke alweer genezen was, in tegenstelling tot de koortsboom waar zieke mensen kwamen. De Dordrechtse geschenken waren votieven. Votiefgeschenken hebben reciprociteit als onderliggende gedachte. Dat houdt in dat wanneer de heilige iets voor de mens doet - in dit geval dus het laten verdwijnen van de koorts - dat daarna de mens iets voor de heilige zal doen - het geven van een stukje stof. Heiligen, en zeker Maria als moeder van Jezus Christus, stonden dichterbij God dan de mens en hadden zo de mogelijkheid om iets voor de mens te doen. Wanneer de heilige bijvoorbeeld voor genezing gezorgd had bij een ziek mens, ontving deze heilige een geschenk uit dankbaarheid. De koortsdemon kon, volgens andere verhalen binnen het verhaaltype SINSAG 283 (Die Übertragung des Fieberdämons) ook worden overgedragen op een mens of op een dier. Bij een overdracht op de mens gaat het in de meeste gevallen om een wonderdokter. In de meeste van die verhalen fungeert de wonderdokter als een intermediair voor de koortsdemon, zoals het stukje stof dat ook kon. De wonderdokter gaf de koorts, nadat hij deze gekregen had, over op een boom. In één verhaal is er geen sprake van een mediale functie van een mens, maar wordt de koorts verplaatst naar een ander mens. Dit was opzettelijk zo gedaan; een gehate luitenant kreeg de koorts van een soldaat. (Dat er in werkelijkheid sprake is geweest van een gewone besmetting, ligt voor de hand). Er worden verschillende dieren genoemd waarop koorts kan worden overgedragen. Dit zijn over het algemeen kleine dieren die in de nabijheid van mensen leven. Zo werd in het Vlaamse plaatsje Booischot de koortsdemon overgedragen op een muis. Ook in Vlaanderen vinden we de vermelding dat de koorts werd overgedragen op een haan. Verder wordt de koortsdemon, volgens het volksgeloof, gegeven aan katten en honden. Naast het afbinden van koorts aan een boom, kon de koortsdemon ook op andere manieren worden overgedragen op een boom. Dit gebeurde soms ook zonder tussenkomst van een intermediair. Er bestond bijvoorbeeld de gewoonte om bloed van een patiënt te vermengen met het sap van een boom. Hierbij sneed de koortslijder zich onder de nagel en daarna in de bast van de boom. De bloedende vinger werd op de bast van de boom gedrukt, zodat de sappen van de boom zich vermengden met het bloed van de koortslijder. Een heel enkele keer komt het in de verhalen voor dat de koortsdemon werd afgenageld bij zogenaamde spijkerbomen. Spijkerbomen dienden echter meestal om het afnagelen van breuken, waaronder ook hernia's. Spijkers werden in de bast van een boom geslagen om de breuk te laten genezen. Dit gebeurde bijvoorbeeld in het Drentse plaatsje Yde. Wanneer de bast over de spijker heen gegroeid was, zou de breuk genezen zijn. Dit gebruik is gebaseerd op het principe van analogie: het genezen van de breuk lijkt op het groeien van de bast van de boom over de spijker. Verder kennen we rituelen waarbij de koortsdemon werd overgedragen op een stuk turf. Er werd dan een spreuk op het stuk turf geschreven en vervolgens werd het turf verbrand. Andere bronnen vermelden dat de naam van de koortslijder op het stuk turf geschreven werd, alvorens deze te verbranden. Een andere variatie zegt dat het stuk turf met daarop de spreuk of de naam van de patiënt onder de grond gestopt moest worden, om de patiënt te laten genezen. In dit ritueel zien we opnieuw dat de koortsdemon wordt overgedragen op een intermediair. Een koortsdemon kon ook bezworen worden. Dit wil zeggen dat mensen met behulp van een bovennatuurlijke macht een kwade kracht bestreden. Ze spraken daarbij in het grootste gedeelte van de gevallen een spreuk uit. In die spreuken werd soms de hogere macht direct aangesproken. Ook werd in een spreuk met enige regelmaat magische taal gebruikt. Bij het bezweren van de koortsdemon werd de volgende spreuk uitgesproken: Koorts, koorts, ik ben niet thuis, Ga maar naar een ander huis. Deze spreuk lijkt in zijn structuur op de spreuk die uitgesproken werd bij het afbinden van de koorts aan een boom: er wordt niet direct een hogere macht aangeroepen en ook het magische taalelement ontbreekt. In de huidige ideeën van de New Age-beweging worden de negentiende-eeuwse opvattingen over de hoge ouderdom van de koortsboom weer omarmd. De theorie over de ouderdom van de boom wordt in deze kringen soms vermengd met ideeën over de stromen van spirituele energie. In Overasselt zou de koortsboom in de buurt van sterke energiestromen staan, waaruit de boom kon putten en deze energie vervolgens aan de mens kunnen overdragen. Een andere trend uit de huidige tijd die we signaleren, is het veranderen van de specifieke krachten die worden toegekend aan de boom. De bezoekers van de koortsboom in Overasselt komen niet meer uitsluitend om de koorts af te binden. Ze komen ook om te vragen of hun wens in vervulling mag gaan. Daarmee is de koortsboom een wensboom geworden. Er moet echter wel gezegd worden dat de wensen wel regelmatig wensen zijn die gerelateerd zijn aan gezondheid en genezing. Het gebruik van stof die op het lijf gedragen werd, is ook afgenomen: in de boom hangen nu allerlei soorten lapjes, touwtjes en lintjes. Een negentiende-eeuws geloof heeft daarmee een 21e-eeuwse invulling gekregen.

Literatuur

Blécourt, W. de., 'De breukebomen in Yde', in: Volkscultuur 7:2 (1990), 22-35.

Bächtold-Stäubli, H. en E. Hoffmann-Krayer, 'abbinden', 'Fieber', in: Wörterbuch des Aberglaubens (Berlijn 1927).

Bijsterveld, A.J., 'Eersel (Lindeboom)', in: : P.J. Magry, en C. Caspers (eds.), Bedevaartplaatsen in Nederland (Amsterdam etc. 1997).

Ganzeboom, H., 'De Koortsboom', in: H. Ganzeboom, Spirituele plekken in Nederland (Middelie 2005), 35-42.

Laan, K., ter, 'Bezweren', 'Koorts', 'Volksgeneeskunde', 'Sympathie', in: Folkloristisch woordenboek van Nederland en Vlaams België ('s-Gravenhage 1949), 194-196.

Meder, T., 'Overasselt (gem. Heumen)', in: Verhalen van Stad en Streek: Sagen en Legenden in Nederland (in print).

Moens, F., Bomen en mensen: de geschiedenis van een relatie (2000), 111.

Thiers, O, 'Alphen (H. Jan de Doper)', in: : P.J. Magry, en C. Caspers (eds.), Bedevaartplaatsen in Nederland (Amsterdam etc. 1997).

Verhoeven, G., 'Dordrecht (O.L. Vrouw)', in: P.J. Magry, en C. Caspers (eds.), Bedevaartplaatsen in Nederland (Amsterdam etc. 1997).