Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2034 - Rechtspraak

Een sprookje (boek), 1896

Hoofdtekst

Rechtspraak.

Een boer, die, omdat hij zeer nabij de stad woonde, daar dikwijls kwam in zijn dagelijksch gewaad, om de eene of andere boodschap, liep eens op straat een matroos op zijde die er niet vroolijk uitzag. De boer nam de vrijheid naar de reden hiervan te vragen en nu zeide de matroos: «Ja vriend, ik sta voor een leelijk geval. Ik heb verschil met een herbergier. Ik ben dien man een stooter (12½ cts) schuldig en hij vordert van mij honderd gulden. Voor veertien dagen heeft deze zaak hier voor de rechtbank gediend; toen is er geen uitspraak gedaan; maar vandaag moeten we er weêr voor, en nu komt de beslissing. Ik meen reeds begrepen te hebben hoe de rechter de zaak beschouwt en vrees daarom, dat ik in het ongelijk gesteld zal worden. Honderd gulden betalen kan ik niet en dan loopt het op gevangenisstraf uit.»
Deelnemend verzocht de boer nadere inlichting en de zeeman vervolgde: «het is ruim vijf jaren geleden dat ik van hier als gewoon matroos in zee ben gegaan. Den avond vóór ons vertrek liep ik een herberg in en gebruikte daar zes gekookte eieren, waarvoor ik een stooter moest betalen. Maar nu ontdekte ik dat ik geen geld bij mij had. «O! dat is niets,» zeide kastelein, «je komt hier wel eens weêr.» Zoo dacht ik zelf ook, want ik wist toen niet, dat ons vertrek zoo nabij was. Dit ging echter des anderen daags haastig toe en ik vergat den kastelein te betalen. Wij hadden eene ongelukkige reis; wij vielen in handen van zeeroovers en werden gevangen genomen. Vijf jaren heb ik in vreemde landen moeten rondzwerven tot ik eindelijk, nu eenige weken geleden, hier terug kwam. Een der eersten wien ik een bezoek bracht was mijn oude kennis de kastelein. Ik wilde mijne schuld betalen en meende dit met een stooter te kunnen doen. Maar, jawel! de man had eene rekening voor mij, waarop was uitgecijferd, dat van die zes eieren zes kippen hadden kunnen komen, en deze hadden een groot aantal eieren kunnen leggen. Een gedeelte daarvan had men kunnen nemen voor het aankweeken van jonge kippen en deze hadden allen weêr een groot aantal eieren kunnen leggen. Dit had, naar 's mans berekening, hem in vijf jaar eene zuivere winst kunnen opleveren van honderd gulden. En nu vordert hij deze som van mij.» - «En denkt gij,» vroeg de boer, «dat de rechter u zal veroordeelen tot betaling?» - «Ja, dit vrees ik.» - «Dan wil ik je advocaat zijn,),' zeî de boer; «ga jij maar naar de rechtbank; ik zal even later komen.»
Toen de matroos met zijne tegenpartij weêr voor den rechter stond, kwam de boer, zonder hoed en zonder bovenkleeding haastig de zaal binnenstormen en riep: «Heer rechter! mag ik wel een woord spreken voor dezen matroos?» Dit werd toegestaan. «Maar,» zeî hij, «ik heb haast, want ik heb een pot met boonen over het vuur hangen te koken, en die moet ik, als ze gaar zijn, nog zaaien.» - «Kom, kom!» zeî de rechter, «wat ben jij een domme boer? Kunnen gekookte boonen ook groeien?» - «Kom, kom!» hernam de boer, «wat ben jij een domme rechter? Kunnen van gekookte eieren ook kuikens komen?» En even haastig als hij gekomen was, trok hij weêr af. De matroos werd vrijgesproken.

Te Bolsward is het gebeurd dat twee niet zeer groote knapen, die op het kerkhof liepen spelen, overeen kwamen om slagertje te spelen. Een hunner zoude de slager zijn en de ander het slachtbeest. Laatstgenoemde gedroeg zich in zijne rol zoo 't behoorde; hij liet zich door den ander op den grond werpen en in bedwang houden. Nu scheen de kleine slager toevallig een tamelijk goed mes bij zich te dragen en hiermeê meende hij te moeten doen wat hij wel van een werkelijken slager gezien had. Hij verwondde zijn kameraad zoo dat deze den geest gaf.
Dit geval baarde natuurlijk groot opzien. De ouders van het gedoode kind eischten recht en verlangden dat de dader de doodstraf zoude ondergaan. De rechter meende echter dat men hier met eene daad van kinderlijke ontoerekenbaarheid te doen had. En toen men zich hiermede niet liet afwijzen, stelde hij voor, de proef te nemen en liet den kleinen slachter voor zich komen, bood hem met de eene hand een mooien driegulden aan, met de andere een prachtigen grooten appel en liet hem de keus. De knaap nam den appel. Nu moest men erkennen, dat men te doen had met een kind in het verstand, en men had niets meer tegen eene vrijspraak. Het mes, dat op een zilveren ring rondom het hecht den naam Ippe Willems Soon laat lezen, werd ter eeuwige gedachtenis gehecht aan den gevel van het stadhuis.

Eens, zeer lang reeds geleden, zat er te Sneek een leidekker op het dak van het stadhuis te werken. De man scheen zich een oogenblik niet goed vast te houden, hij stortte naar beneden en kwam terecht op een straatmaker, die, geknield, bezig was de straat te herstellen. De straatmaker werd door den hevigen schok gedood; de leidekker had niet het minste letsel bekomen. Maar nu eischte de familie van den straatmaker, dat de leidekker zoude gestraft worden als moordenaar, zij het ook onder verzachtende omstandigheden. De rechter beweerde dat hier niets was gebeurd dan een ongeluk en er aan geen straffen viel te denken. Toen echter de familie op straf bleef aandringen, zeide de rechter: «Welnu, hoort dan mijn vonnis: een der bloedverwanten van den straatmaker klimme op het dak van het stadhuis; de leidekker ga gebukt op den grond zitten op dezelfde plaats waar de straatmaker zat toen het ongeval gebeurde. Die daar boven is late zich vallen en zorge dan zóó op den leidekker neder te storten dat deze eveneens gedood wordt.»

Onderwerp

ATU 0821B - Chickens from Boiled Eggs.    ATU 0821B - Chickens from Boiled Eggs.   

AT 2401 - The Children Play at Hog-killing    AT 2401 - The Children Play at Hog-killing   

SINAT 0891* - Salomonsurteile    SINAT 0891* - Salomonsurteile   

ATU 1343* - The Children Play at Hog-killing.    ATU 1343* - The Children Play at Hog-killing.   

AT 0821B - Chickens from Boiled Eggs    AT 0821B - Chickens from Boiled Eggs   

VDK 2401 - The Children Play at Hog-killing    VDK 2401 - The Children Play at Hog-killing   

VDK 0821B - Chickens from Boiled Eggs    VDK 0821B - Chickens from Boiled Eggs   

Beschrijving

Drie voorbeelden van rechtspraak:

Een matroos wordt door een herbergier voor het gerecht gedaagd: de matroos heeft vijf jaar geleden voor een stooter (12,5 cent) eieren in de herberg gegeten. Hij moest echter halsoverkop vertrekken en heeft de eieren toen niet kunnen betalen. Bij zijn terugkomst in de stad wilde hij meteen betalen, maar nu vraagt de herbergier honderd gulden: de zes eieren die de matroos at, hadden ook zes kippen kunnen worden die op hun beurt weer eieren hadden kunnen leggen en dus is de man hem meer schuldig. De matroos is bang veroordeeld te worden. Een boer weet raad, hij komt de rechtszaal binnen en zegt dat hij haast heeft: hij heeft nog bonen op het vuur staan, die daarna gezaaid moeten worden. De rechter vraagt hem wat dat voor onzin is. De boer vraagt of gekookte eieren dan soms kuikens kunnen krijgen. De matroos wordt vrijgesproken.

In Bolsward speelden twee jongens ooit slagertje. Hierbij heeft de ene jongen de andere daadwerkelijk gedood met een mes. De jongen wordt voor het gerecht gedaagd, maar de rechter acht de jongen niet toerekeningsvatbaar. Hij toont dit aan met een proef: de rechter biedt de jongen de keus aan tussen een appel en een muntstuk, hij kiest de appel. De jongen heeft duidelijk het verstand van een kind en wordt vrijgesproken van moord.

In Sneek is ooit een leidekker vanaf een dak op een stratenmaker gevallen. De stratenmaker kwam hierdoor om. De leidekker wordt voor het gerecht gedaagd. De rechter zegt dat er sprake is geweest van een ongeluk, maar de familie van de stratenmaker neemt hier geen genoegen mee. De rechter oordeelt dat een van de familieleden van de stratenmaker op het dak mag klimmen, de leidekker moet dan op de plaats van de stratenmaker gaan zitten. Het familielid moet zich dan zo van het dak laten vallen dat hij de leidekker doodt.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 95-97

Naam Overig in Tekst

Ippe Willems Soon    Ippe Willems Soon   

Plaats van Handelen

Bolsward    Bolsward   

Sneek    Sneek   

Kloekenummer in tekst