Hoofdtekst
De hemdsmouw.
Er was eens een oud vrouwtje, dat zich altijd bezig hield met spinnen en strijken. Eens had zij een stuk linnen gereed, daar wilde zij een hemd van maken. En zij naaide dat hemd en had het des avonds gereed op ééne mouw na. Toen dacht ze: dat doe ik morgen. Maar 's anderen morgens, wat zij ook deed, zij kon die mouw niet in dat hemd krijgen. Toen zuchtte zij bij zichzelf: «Altijd spinnen! altijd naaien! en nog maar een hemd met ééne mouw!» Maar toen stierf haar man en, toen dacht ze: «Nu zal hij dat hemd aan hebben, dan ben ik er af'.» En zoo deed zij. Maar den eersten nacht, toen haar man op het kerkhof lag en zij op haar bed, ging de huisdeur open en haar man kwam binnen. Met zijn ééne hand wees hij naar zijn anderen arm en zeide met een grove stem: «Vrouw! mijne mouw!» - Dit gebeurde drie nachten na elkander, maar toen nam zij eene hemdsmouw meê en legde die op haar beddeplank. Toen kwam de man weêr en hij zeî weêr: «O vrouw, mijne mouw!» - Hierop nam zij de mouw van de beddeplank, wierp die naar haren man, en zeide: «Daar heb je 'm!» En toen was 't goed.
Er was eens een oud vrouwtje, dat zich altijd bezig hield met spinnen en strijken. Eens had zij een stuk linnen gereed, daar wilde zij een hemd van maken. En zij naaide dat hemd en had het des avonds gereed op ééne mouw na. Toen dacht ze: dat doe ik morgen. Maar 's anderen morgens, wat zij ook deed, zij kon die mouw niet in dat hemd krijgen. Toen zuchtte zij bij zichzelf: «Altijd spinnen! altijd naaien! en nog maar een hemd met ééne mouw!» Maar toen stierf haar man en, toen dacht ze: «Nu zal hij dat hemd aan hebben, dan ben ik er af'.» En zoo deed zij. Maar den eersten nacht, toen haar man op het kerkhof lag en zij op haar bed, ging de huisdeur open en haar man kwam binnen. Met zijn ééne hand wees hij naar zijn anderen arm en zeide met een grove stem: «Vrouw! mijne mouw!» - Dit gebeurde drie nachten na elkander, maar toen nam zij eene hemdsmouw meê en legde die op haar beddeplank. Toen kwam de man weêr en hij zeî weêr: «O vrouw, mijne mouw!» - Hierop nam zij de mouw van de beddeplank, wierp die naar haren man, en zeide: «Daar heb je 'm!» En toen was 't goed.
Onderwerp
AT 0366 - The man from the gallows   
ATU 0366 - The Man from the Gallows.   
SINSAG 0453 - Das ausgezogene Geisterhemd   
Beschrijving
Een vrouw is altijd aan het naaien en spinnen. Op een avond werkt ze aan een hemd, dat krijgt ze net niet helemaal af: er mist nog een mouw. Als ze de volgende dag de mouw er alsnog aan wil zetten, lukt dit niet. Als haar man komt te overlijden, gebruikt ze het hemd als doodshemd. 's Nachts komt haar man spoken. 'Vrouw! mijne mouw' roept hij steeds. Na drie nachten legt de vrouw een hemdsmouw bij haar bed. De man neemt dit mee en komt niet weer terug.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 131
Commentaar
Onder aan de tekst staat: "Eene oude workumer vertelling, medegedeeld door Joh, Winkler".
