Hoofdtekst
Men kookte ook olie met spelden en naalden er in, om eene tooveres te ontdekken en tegelijk te pijnigen. Was iemand daarbij in het bezit van een bezempjestuiver* en een klavervier, dan kon hij de tooveres te zien krijgen; zij had dan, alleen voor zijn oog, een braadpannetje omgekeerd op het hoofd. Het gebeurde ook, dat, terwijl men bezig was met zulk eene kokerij, de heks in haar huis een ongeluk kreeg, door van den zolder of op eene andere wijze te vallen en daarbij een arm of been te breken. Zij was dan voor haar leven geteekend.
*Eene vroegere zilvermunt van een stuiver, waarop de pijlenbundel der Vereenigde Nederlanden was geslagen. Deze pijlenbundel heette in de volkstaal een bezempje. Zulke stuivers kwamen niet talrijk voor, daardoor kregen zij waarde als amulet of zoo iets.
*Eene vroegere zilvermunt van een stuiver, waarop de pijlenbundel der Vereenigde Nederlanden was geslagen. Deze pijlenbundel heette in de volkstaal een bezempje. Zulke stuivers kwamen niet talrijk voor, daardoor kregen zij waarde als amulet of zoo iets.
Onderwerp
SINSAG 0627 - Hexe durch Verbrennung eines magischen Mittels gequält
  
Beschrijving
Om heksen te herkennen, kan olie met daarin naalden of spelden gekookt worden, de heks wordt dan gepijnigd. Wie een speciale munt heeft, kan ook te zien krijgen wie de heks is: deze draagt dan een braadpannetje op het hoofd. Tijdens het koken van de olie kan het voorkomen dat een heks thuis een ongeluk krijgt, de heks is dan voor het leven getekend.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 170
Motief
[G257.1(d)]   
Commentaar
Onderdeel van het hoofdstuk "Tooverheksen en duivelbanners".
