Hoofdtekst
Om een lui en lekker leven te kunnen hebben was er vroeger ook een wisseldaalder te bekomen. Onder de toen in omloop zijnde munten was een zilverstuk van dertig stuivers of ƒ1,50, dat een daalder werd genoemd. Het kwam echter niet veel voor. De bijzondere eigenschap van den wisseldaalder bestond hierin: wanneer de bezitter iets kocht, dat minder dan een daalder kostte en hij gaf zijn geldstuk daarvoor uit, dan kreeg hij natuurlijk kleingeld terug, en na verloop van weinige minuten had hij den daalder weer in den zak. Hij kon het stukje herhalen zoo dikwijls hij wilde en op die manier altijd ruim voorzien zijn van geld. Men ziet, dat het voordeelig was steeds voor hoogstens een stuiver of een dubbeltje te koopen, dan kreeg men telkens achtentwintig of negenentwintig stuivers terug. Het ligt voor de hand dat zoo iemand nog al dikwijls een borrel kocht en gemakkelijk een losbol kon worden. Beging hij de domheid, iets te koopen dat juist een daalder kostte en daarvoor zijn wonderstuk uit te geven, dan kreeg hij ’t niet terug, en was 't voor altijd kwijt. In den nacht tusschen 30 April en 1 Mei was er beter dan anders gelegenheid om zich aan den duivel te verkoopen en ook om een wisseldaalder te bekomen. Hiervoor had men het volgende te doen: Met een kat in een zak moest men zich te middernacht naar een kruisweg begeven en uitroepen: «Wie koopt er mijn haasje? Wie koopt er mijn haasje?» Dan verscheen de duivel en vroeg: «Welk soort van dier heb je in den zak?» Het woord kat mocht niet worden genoemd en daarom was het antwoord: «Een haas.» — «Wat vraag je er voor?» — «Een daaldertje maar! een daaldertje maar!» — De koop werd gesloten. De duivel kreeg den zak met de kat er in* en de ander, onder het zweren van eeuwige trouw aan den booze, een wisseldaalder. De duivel liet de kat weer loopen, maar zij was van dien tijd af eene tooverheks. — Krijgt de bezitter van een wisseldaalder een tegenzin in het duivelsche ding, dan kan hij het ook aan een ander overdragen, maar deze moet dan weten vanwaar het muntstuk afkomstig is en denzelfden eed zweren, dien de eerste bezitter vroeger gezworen heeft.
*Sprenger van Eyk meent, dat het spreekwoord: “Hij heeft een kat in den zak gekocht,” hiervan afkomstig is. En dat klinkt niet onwaarschijnlijk.
*Sprenger van Eyk meent, dat het spreekwoord: “Hij heeft een kat in den zak gekocht,” hiervan afkomstig is. En dat klinkt niet onwaarschijnlijk.
Onderwerp
SINSAG 0882 - Der Wechseltaler (Teufelsgulden) wird mit viel Mühe erworben, und kehrt immer in die Tasche zurück.   
Beschrijving
Met een wisseldaalder kwam je nooit geld tekort. Elke keer als je iets kocht voor minder dan een daalder, kreeg je wisselgeld en keerde de daalder vanzelf weer in je zak terug. Je moest er wel voor oppassen de daalder niet in een keer uit te geven, dan was je deze voorgoed kwijt.
Je kon een wisseldaalder krijgen door met een kat in een zak naar een kruisweg te gaan en daar te roepen: "Wie koopt er mijn haasje?". De duivel verscheen dan en vroeg wat voor dier er in de zak zat, daarop mocht niet geantwoord worden dat het een kat was, maar moest gezegd worden dat het om een haas ging, die een daalder moest kosten. De duivel kocht de kat in de zak in ruil voor een wisseldaalder en de belofte van trouw aan de duivel. De duivel liet de kat weer lopen, maar dit was geen gewone kat meer, maar een toverheks.
Als je de wisseldaalder niet meer wilde, kon je deze aan een ander doorgeven, mits de ander dezelfde gelofte van trouw aflegde.
Je kon een wisseldaalder krijgen door met een kat in een zak naar een kruisweg te gaan en daar te roepen: "Wie koopt er mijn haasje?". De duivel verscheen dan en vroeg wat voor dier er in de zak zat, daarop mocht niet geantwoord worden dat het een kat was, maar moest gezegd worden dat het om een haas ging, die een daalder moest kosten. De duivel kocht de kat in de zak in ruil voor een wisseldaalder en de belofte van trouw aan de duivel. De duivel liet de kat weer lopen, maar dit was geen gewone kat meer, maar een toverheks.
Als je de wisseldaalder niet meer wilde, kon je deze aan een ander doorgeven, mits de ander dezelfde gelofte van trouw aflegde.
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 182
Motief
D1602.11 - Self-returning magic coin.   
[M211.11*]   
G211.1.7 - Witch in form of cat.   
D342 - Transformation: cat to person.   
Commentaar
Onderdeel van het hoofdstuk "Duivelskunstenaars".
