Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DYKFRIES2145

Een sage (boek), 1896

Hoofdtekst

Een jonggehuwd man, die zijn vrouwtje hartstochtelijk beminde en wederkeerig door haar innig werd bemind, had het ongeluk, haar door den dood te verliezen. Hij betreurde haar diep niet alleen, maar wenschte en zuchtte onophoudelijk, dat zij weer levend mocht worden en terug komen, ook toen zij reeds begraven was.
Brachten vrienden en kennissen hem onder 't oog, dat zulk wenschen dwaas en tevens zondig was, hij hield er toch meê aan. En na verloop van eenigen tijd, jawel! daar kwam zijne jonge vrouw werkelijk bij hem terug, gezond en vroolijk als vroeger. De man was zeer verheugd; zij leefden eenige jaren gelukkig en kregen kinderen. Maar toen gebeurde 't, dat de vrouw toevallig een kruis te zien kreeg, en wat bleek nu? Dat zij niemand anders was dan de duivel in eigen persoon, die zich in eene jonge vrouw veranderd en zoo den man bedrogen had. Dit was de straf voor zijne dwaze wenschen.
Met dit verhaal komt overeen wat J. H. Halbertsma vertelt (Rimen ind Teltsjes) van een ruwen boer, die in den ouden tijd te Molkwerum woonde. Deze kon zoo vloeken en tieren, dat het op zekeren tijd zijne vrouw te bang werd; zij liep van hem weg en kwam niet terug. Toen men naar haar ging zoeken vond men hare
muilen bij den Molkwerumer zijl, eene sluis daar in den zeedijk, maar haar lijk werd niet gevonden. Na verloop van zeven dagen echter stapte zij weer bij haren man in de woning. Zij zeide hem niet weer te zullen verlaten, indien hij haar wilde beloven niet weer zoo te zullen vloeken. Hij beloofde en het verbond was gesloten. Zij bleek nu echter van natuur en geaardheid veel veranderd te zijn. Was zij vroeger zuinig, oppassend en nauwlettend in haar werk, nu was zij verkwistend, ordeloos en lichtzinnig; maar ook zeer toegevend jegens haren man en zijne nukken. Zij leefden tamelijk genoegelijk eenige jaren aaneen en hadden zoo zachtjes aan negen dochters gekregen. Deze groeiden op tot ijdele loshoofden, pronkzuchtig, verkwistend en zorgeloos, niet minder dan de moeder. De zaken van den boer gingen alzoo den kreeftengang. Nu gebeurde 't eens, dat de dienstmeid eene lompheid beging, die wat schade veroorzaakte. De boer ontstak hierover zoo in toorn, dat hij op nieuw begon te vloeken. De meid vluchtte de deur uit naar het vee en de vrouw begaf zich naar den melkkelder. Zij kwam niet terug en toen de boer haar ging zoeken, vond hij hare kleederen op een hoopje liggen, maar zij was nergens te vinden. Niemand had haar gehoord of gezien, zij was spoorloos verdwenen; — zij was de duivel zelf geweest. De eigenlijke vrouw van den boer had zich in de Molkwerumer zijl verdronken en haar lijk was in zee gespoeld. De negen dochters der nagemaakte vrouw bleken in het vervolg allen tooveressen te zijn. Ook de kinderen die deze ter wereld brachten werden tooveressen; evenzoo de kleinen achterkleinkinderen, die later kwamen. Zoo was Molkwerum gedurende eene lange reeks van jaren eene kweekplaats van heksen bij uitnemendheid.

Onderwerp

SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.    SINSAG 0933 - Begegnung mit dem Teufel, welcher verschiedene Gestalten annimmt.   

Beschrijving

Een jonge man verloor zijn vrouw en wenste dat ze bij hem terug kon komen. Na haar begrafenis kwam zijn vrouw ineens bij hem terug. Ze zag er nog net zo uit als vroeger. Ze leefden lange tijd gelukkig samen en kregen kinderen. Toen de vrouw op een dag een kruis te zien kreeg, bleek het de duivel te zijn, die in haar gedaante aan de man verschenen was als straf voor zijn dwaze wens.
Een soortgelijk verhaal vertelt hoe de vrouw van een boer die altijd vloekte op een dag van huis wegliep. Ze werd nergens gevonden maar wel werden haar schoenen bij de sluis ontdekt. Na een week kwam de vrouw plotseling weer terug. Ze vroeg haar man niet meer te vloeken en beloofde bij hem te blijven. Het stel kreeg negen dochters. Toen de boer op een dag in woede ontstak en vloekte, verdween de vrouw in de kelder. De man vond daar haar kleren op een hoopje. De vrouw was de duivel geweest. De echte vrouw van de boer had zich verdronken, haar lichaam was in zee gespoeld. De dochters bleken allemaal toveressen te zijn, evenals hun kinderen en kindskinderen.

Bron

Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 192-194

Motief

G303.3.1 - The devil in human form.    G303.3.1 - The devil in human form.   

G203 - Origin of witches.    G203 - Origin of witches.   

G303.16.3.1 - Devils driven away by cross.    G303.16.3.1 - Devils driven away by cross.   

Commentaar

Onderdeel van het hoofdstuk "Werken des duivels".

Naam Overig in Tekst

Rimen ind Teltsjes    Rimen ind Teltsjes   

J. H. Halbertsma    J. H. Halbertsma   

Naam Locatie in Tekst

Molkwerum    Molkwerum   

Plaats van Handelen

Molkwerum    Molkwerum   

Kloekenummer in tekst