Hoofdtekst
Van een luiaard zegt men: «Hij heeft Evert, ook wel: den Evert op den rug.» Gevoelt iemand zich ten gevolge der weersgesteldheid of iets anders loom en weinig werklustig, dán zegt hij schertsend: «Ik heb Evert op den rug.» Deze Evert is een booze geest. In Overijsel zegt men: «Den Evert sal him holen,» de duivel zal hem halen. Vergelijk hiermede «Groote Evert,» hiervoor Dl. I, 156. — In sommige streken van Friesland noemt men luizen «everwijfjes» ; misschien zal dit evertwijfjes moeten zijn, de vrouwtjes, de lievelingen van den slaapgeest, of zijne dienaressen om slapenden en slaperigen te plagen. Men zegt ook, als een klein kind slaperig wordt: «De slaapluisjes bijten hem».
Beschrijving
Over een lui persoon wordt wel gezegd: "hij heeft Evert/den Evert/Grote Evert op zijn rug." Evert is een boze geest, die moe maakt. In Overijssel wordt wel gezegd: "den Evert sal him holen' wat zoveel betekent als "de duivel zal hem halen". In Friesland worden luizen wel 'everwijfjes' genoemd. Misschien is dit verwant aan 'evertwijfjes' en zijn luizen de trawanten van de boze geest, die hem helpen slapende of slaperige mensen te plagen. Als kleine kinderen slaperig worden, wordt wel eens gezegd: "de slaapluisjes bijten hem".
Bron
Waling Dykstra: Uit Friesland's volksleven van vroeger en later: volksoverleveringen, volksgebruiken, volksvertellingen, volksbegrippen. Leeuwarden [1896], deel 2, 199
Commentaar
Onderdeel van het hoofdstuk "Werken des duivels".
Naam Overig in Tekst
Evert   
den Evert   
Groote Evert   
