Hoofdtekst
Reuzen:
Twee reuzen groeven vroeger de Maasbedding. Het waren zwijgzame kerels. Eén der mannen keek van zijn werk op, en zei: “Kiek ens, dao vluugt ein kraon!” De ander antwoordde niet. Een paar jaar werd er geen woord gewisseld. Toen zei de andere: “Ich gluif, det et gén kraon waas. Waas et gén èèngerst?” De eerste antwoordde: “Ich sjei d’r oet! De gansen tied mer det gewauwel!” Men deed er verder het zwijgen toe. De heuvels aan de Oostkant ontstonden, doordat de reuzen zich daar ’s avonds de klompen afschraapten.
Twee reuzen groeven vroeger de Maasbedding. Het waren zwijgzame kerels. Eén der mannen keek van zijn werk op, en zei: “Kiek ens, dao vluugt ein kraon!” De ander antwoordde niet. Een paar jaar werd er geen woord gewisseld. Toen zei de andere: “Ich gluif, det et gén kraon waas. Waas et gén èèngerst?” De eerste antwoordde: “Ich sjei d’r oet! De gansen tied mer det gewauwel!” Men deed er verder het zwijgen toe. De heuvels aan de Oostkant ontstonden, doordat de reuzen zich daar ’s avonds de klompen afschraapten.
Onderwerp
TM 2601 - Hoe het dorp (de stad, heuvel, straat, een plek of het stuk land) aan z'n naam is gekomen   
Beschrijving
Na opmerking van een reus geeft de ander na een jaar antwoord, waarop de eerste zegt dat de ander te veel praat. Ontstaan van heuvels doordat reuzen het zand van klompen hebben geklopt.
Bron
Collectie Engels, verslag 7, verhaal 5 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Maas   
