Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Schatkamer wordt Schelpengrot (Nienoord in Leek, Groningen)

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

TM 3115 - Schatkamer wordt schelpengrot    TM 3115 - Schatkamer wordt schelpengrot   

Beschrijving

Schatkamer wordt Schelpengrot

Bron

Willem de Blécourt, Ruben A. Koman, Jurjen van der Kooi & Theo Meder: Verhalen van Stad en Streek: Sagen en Legenden in Nederland. Amsterdam 2010, p. 30-31.

Tekst

De schelpengrot van Nienoord
In de tuin van het landgoed Nienoord stond een grot, en in die grot bewaarde de heer van Nienoord zijn kostbaarheden: zilver, goud, sieraden, edelstenen. De rijkdommen lagen er hoog opgetast. Eén van de dienstmaagden had er lucht van gekregen en zou er graag eens binnen kijken. Ze bedacht dat ze misschien zelfs wel iets kon wegnemen, zonder dat iemand het merkte. Maar de zware deur van de schatkamer bleef voor haar gesloten. Op een dag moesten de heer en zijn vrouwe een reis ondernemen. De dienstmeid moest op de jonge freule passen. Dit was het moment waarop ze had gewacht. De dienstmeid wist het kind over te halen om de sleutel van de schatkamer te pakken en gezamenlijk gingen ze er heen. Het kind draaide het slot open en de meid ging naar binnen. Ze stond aan de grond genageld bij het zien van zoveel rijkdom en schoonheid. De edelstenen flonkerden haar van alle kanten tegemoet. De meid pakte een parelketting op en hield hem voor haar hals. Het kind toonde ondertussen geen enkele belangstelling voor de schatten en eiste ongeduldig dat de meid meekwam om met haar te spelen. De meid hoorde haar niet eens. De jonge freule liep naar buiten, sloot de deur en draaide het slot dicht. De meid paste ringen en armbanden en merkte pas veel later dat ze opgesloten zat. Toen de heer de deur van de schatkamer na zijn reis weer opende, trof hij haar aan met een parelketting om haar hals, ringen om haar vingers en armbanden om haar polsen. De meid schrok van de verwensingen van de heer. Hij verweet haar dat ze haar plicht had verzuimd en hem had willen bestelen. Spoedig bedacht hij een passende straf voor haar. Hij liet alle schatten weghalen en sloot de meid op in de grot met een grote berg veelkleurige schelpen. Haar straf zou er pas op zitten als zij alle schelpen tegen de muur had geplakt. Dit moeizame werk bleek zo'n twintig jaar te vergen, maar uiteindelijk brak de dag aan dat zij de laatste schelp aan de muur hechtte. De hele grot was van onder tot boven bedekt met een enorm schelpen¬mozaïek vol prachtige vormen, engelen en meerminnen. Op de dag dat ze werd bevrijd, liep ze naar het Leekstermeer om er haar handen en gezicht te wassen. In de spiegeling van het water zag ze plotseling hoe oud ze was geworden. Ze was een oude vrouw met grijs haar, en ze besefte dat ze weinig toekomst meer had. Hiervan schrok de meid zo, dat ze in het water viel en verdronk. Ze werd op het kerkhof te Midwolde begraven.
De oorspronkelijke borg Nienoord (Nieuwen Oord) stamt uit 1525 of daaromtrent, en is onder andere bewoond geweest door de adellijke Groningse familie Van Ewsum. Het was een zomerverblijf, want in de winter woonde men in de stad Groningen. De borg heeft door de eeuwen heen verschillende uitbreidingen, herbouwingen en restauraties gekend.
De zogenaamde 'schatkamer' in de tuin was aanvankelijk een kapel en is in werkelijk-heid nooit een schatkamer geweest. De 'schelpengrot' is vervolgens rond 1700 tot stand gekomen toen graaf Georg Wilhelm von Inn- und Kniphausen van 1665 tot 1709 heer van Nienoord was. De aanduiding 'grot' is enigszins misleidend, want eigenlijk gaat het om een tuinhuis, waarvan de grote vierkante kamer conform de smaak uit de baroktijd is gedecoreerd met mozaïeken van tropische schelpen, koralen en marmer. Het woord 'grot' is ontleend aan de Italiaanse benaming 'grotto' voor dergelijke mozaïekkamers. De mode van zulke kamers is in de zeventiende eeuw in Italië ontstaan en heeft zich vervolgens over heel Europa verspreid. Ook paleis Het Loo in Apeldoorn is in het bezit van een dergelijke schelpengrot. Het was niet ongebruikelijk dat de dame des huizes zelf een deel van het decoratiewerk ter hand nam, bij wijze van kunstzinnig tijdverdrijf - al dan niet bijgestaan door (Italiaanse) stucwerkers. De Nienoordse borgdame in kwestie destijds was Anna van Ewsum (1640-1714), die door haar huwelijk tevens gravin Von Inn- und Kniphausen was.
De enige kern van waarheid van de sage is eigenlijk dat de schelpengrot echt bestaat. Het heeft er alle schijn van dat de sage is ontstaan naar aanleiding van de verbaasde vraag van bezoekers uit later eeuwen: hoe kan zo'n kamer vol schelpen tot stand gekomen zijn? Aangezien het aanleggen van de mozaïeken een heidens karwei geweest moet zijn, is het in de latere volksverbeelding tot een straf verworden, en daarmee was de kiem voor het verhaal gelegd. Merk overigens op dat de sage ook een sprookjes-element bevat: het taboe op het betreden van een bepaalde kamer. Het bekendste sprookje waarin een nieuwsgierig meisje wordt gestraft voor het betreden van een verboden kamer, is het sprookje van Blauwbaard.
Omdat de kamer een voorname rijkdom uitstraalt is er in de volksverbeelding de functie van schatkamer aan gegeven. In werkelijkheid moet de schelpenkamer vooral een recreatieve functie hebben vervuld, zoals men ook mag verwachten van een tuinhuis. Geen edelman was zo dwaas om zijn schatten in een tuinhuis op te bergen terwijl hij ze ook in zijn borg kon bewaren.
Sinds 1958 is op het landgoed Nienoord het Nationaal Rijtuigmuseum gevestigd. De sage van de schelpengrot wordt er nog altijd levend gehouden - ter amusering van de toeristen, want het verhaal wordt er niet als waar gepresenteerd.

Literatuur

Adelmund, M.J.: Mysteries in Groningen. Utrecht 2006, p. 136-144.
Bolling, J., G. Hadders & S. Homan: 'De' Leek, de geschiedenis. Leek 2000.
Cohen, Josef: Nederlandsche Sagen en Legenden. Zutphen, 1918, p. 244-251.
Hovinga, R.: Nienoord; historie van een Groninger borg. Groningen 1997.
Kuperus, R. & A. Renkema: Van De Leecke naar Leek. Leek 1984.
Laan, K. ter: Groninger overleveringen. Zutphen, 1930, p. 144-146.
Nieuwe Groninger encyclopedie. Red. P. Brood, A.H. Huussen & J. van der Kooi. Groningen 1999.
T. Meder, R.A. Koman & G. Rooijakkers: Canon met de kleine c. Bedum 2008, p. 87-89.
Vos, H.B.: De Nienoord: huis en historie. 2e herz. en uitgebr. druk. Groningen 1975.