Hoofdtekst
Daar hun vader hun slechts weinig had gelaten, hadden de omstandigheden van de een gelijk moeten zijn aan die van de ander, het toeval wilde het evenwel anders.
Kassim huwde met een vrouw, die, korte tijd na hun huwelijk, erfgename werd van een goedbeklante winkel, van een magazijn vol prima handelswaren en van vaste goederen, die Kassim eensklaps in goede doen brachten, zodat hij spoedig een der rijkste kooplieden van de stad werd.
Ali Baba daarentegen, die getrouwd was met een vrouw van even eenvoudige afkomst als hij, woonde in een armoedig huisje. Om in het onderhoud van zichzelf en zijn gezin te kunnen voorzien, was hij gedwongen hout te hakken in een naburig bos, dat hij in de stad verkocht, waarheen hij het bracht met behulp van de drie ezels, die zijn heel bezit uitmaakten.
Op zekere dag, dat Ali Baba zich in het bos bevond, zag hij, dat in de verte een troep ruiters het stof van de weg opwierp. Daar hij vreesde, dat het een troep dieven was, liet hij zijn ezels in de steek en klom in de top van een boom, die achter een steile rots stond.
Bij de rots gekomen, stegen de ruiters af. Het waren inderdaad rovers, ten getale van veertig. Na hun paarden vastgebonden te hebben, Iiepen de mannen op de rots toe, waarna hun hoofdman naar voren trad, vlak vóór de rots ging staan en, duidelijk verstaanbaar voor Ali Baba, zeide : « Sesam, open U'! »
Terstond werd een opening in de rots zichtbaar. De troep mannen ging naar binnen en onmiddellijk sloot de stenen poort zich achter hen.
Daar hij vreesde ontdekt te zullen worden, bleef Ali Baba in zijn boom tot de dieven vertrokken waren, hetgeen nogal enige tijd op zich liet wachten.
De kapitein ging het laatst naar buiten, keerde zich om en zei tot de deur: «Sesam, sluit U !», hetgeen zij terstond deed.
Toen de rovers vertrokken waren, klom Ali Baba uit zijn boom, liep op de rots toe en herhaalde de toverwoorden: «Sesam, open U!» en de deur opende zich wederom, deze keer voor hem. Hij bevond zich nu bij de ingang van een ruime grot, die verlicht werd door een gat, dat boven in de rots gehouwen was. Hij zag mondvoorraden, kostbare koopwaren, gemunt goud en zilver, alles in ontzagelijke hoeveelheden. Ali Baba aarzelde niet om naar binnen te gaan, stopte het gemunte goud in zakken en laadde deze zo vlug mogelijk op zijn ezels.
Toen hij hiermede gereed was, verliet hij de grot, sprak de woorden: «Sesam, sluit U ! » en de poort sloot zich vanzelf.
Ali Baba keerde naar huis terug en liet zijn schat aan zijn vrouw zien. Deze vermoedde aanvankelijk dat hij het gestolen, dan wel door bedrog verkregen had, maar het verhaal van zijn avontuur stelde haar gerust.
Nu gebeurde het dat de vrouw van Kassim, de broer van Ali Baba, het merkwaardige avontuur vernam, dat haar schoonzuster en zwager overkomen was. Zij stelde er terstond haar echtgenoot van in kennis, die na het vernemen ervan door jaloezie verteerd werd.
Tot grote ontsteltenis van Ali Baba verscheen hij bij deze, begon met veel misbaar over de verbazingwekkende ontdekking en eiste de plaats der rots te vernemen. Hevig ontdaan en vrezend, dat de buitenwereld ervan ervaren zou, indien hij zijn broer niet in zijn vertrouwen nam, bood Ali Baba deze aan, als hij beloofde het geheim te zullen bewaren, hem het gehele geval te vertellen, zodat hij er zijn voordeel mede zou kunnen doen.
Kassim beloofde alles wat van hem verlangd werd en vertrok, zodra hij meende genoeg te weten gekomen te zijn. In de hoop zich alléén van de schat te kunnen meestermaken, vertrok hij de volgende morgen heel in dee vroegte met tien muilezels, alle met grote koffers beladen. Met behulp van de toverwoorden kwam hij zonder moeilijkheden in de grot en was opgetogen over de rijkdommen, welke hij hier opgestapeld zag. Gierig en hebzuchtig als hij was, zou hij er de hele dag doorgebracht hebben, om zich te verlustigen met de aanblik van zoveel goud, indien hij niet bedacht had, dat hij gekomen was om het op zijn tien muildieren te laden en mee te nemen. Beladen met goud liep hij bij de deur terug, maar wist zich het woord «Sesam» niet te herinneren, hoe hij zich in zijn grote angst ook inspande om het woord te vinden. De deur bleef gesloten en weerstond al zijn pogingen haar weder te openen.
Tegen de middag kwamen de rovers naar de grot. Verontrust bij het zien van de met koffers beladen muilezels, gingen zij op zoek naar de eigenaar en lieten de poort in de rots opengaan. Niet zodra was deze open, of Kassim, die zich gereed gehouden had om de wijk te nemen, snelde naar buiten, waarbij hij roverhoofdman omverliep. Hij slaagde er evenwel niet in aan de anderen te ontsnappen, die hem zonder mededogen met sabelhouwen doodden
Toen de rovers met elkaar over dit voorval beraadslaagden, begrepen zij wel, hoe Kassim de grot uitgesneld was, maar hoe hij erin gekomen was, konden zij niet verklaren. Zij konden zich niet voorstellen, op welke wijze hun geheim ontdekt was.
Daar het echter nodig was degenen af te schrikken, die mochten trachten Kassim's daad na te volgen, vierendeelden zij het lichaam van hun slachtoffer en legden aan elke kant van de binnenzijde der deur twee stukken.
Dodelijk ongerust over het wegblijven van haar echtgenoot, die te middernacht nog niet terug was, liep Kassim's vrouw tegen het aanbreken van de volgende dag naar Ali Baba. Deze begaf zich terstond met zijn drie ezels op weg naar het bos.
In de grot gekomen, bemerkte hij het ongelukkige lot van zijn broer. Hij vergat alle boze gevoelens jegens hem en laadde de overblijfselen van het verminkte Iichaam op een der ezels.
De twee andere ezels kregen evenals de eerste keer een lading goud te dragen. In de stad teruggekomen, stelde AIi Baba de weduwe van Kassim in kennis van het ongelukkige lot van haar echtgenoot. Zij kwamen na onderling overleg tot het besluit, dat het nodig was, de buren te doen geloven, dat Kassim een natuurlijke dood gestorven was. Om dit besluit uit te voeren, wendden zij zich tot een toegewijde slavin van de overledene, Morgiane van naam, van wie zij wisten, dat zij veel verstandiger en schranderder was dan de meeste
vrouwen van haar stand.
Om haar doel te bereiken, begaf Morgiane zich eerst, het gezicht in een droevige plooi, naar een drogist in de buurt om verschillende geneesmiddelen tegen een zware ziekte te halen. De volgende dag kwam zij terug, met tranen in de ogen, om een soort olie te halen, die men slechts stervenden toedient en zeide, dat haar meester op sterven lag.
Verder wist zij op het plein in de buurt het winkeltje van een schoenmaker, die 's morgens altijd het eerst open was. Deze schoenmaker, die reeds op leeftijd was, heette Baba Moestafa.
Met behulp van een paar goudstukken wist zij hem over te halen zich geblinddoekt naar Kassim's huis te laten brengen en, hier aangekomen, de vier stukken van diens lichaam aaneen te naaien. Hierna naaiden zij dit, volgens gewoonte van het land, in een lijkdoek. Toen dit geschied was, leidde Morgiane de schoenmaker, weder geblinddoekt, naar zijn woning terug. Een en ander had zo vroeg in de morgen plaatsgegrepen, dat niemand het gezien had.
Op deze wijze kon Kassim, of beter gezegd, zijn lijk, in een gewone doodkist gelegd worden en de begrafenis had plaats, zonder dat iemand argwaan koesterde.
Intussen hadden de rovers bemerkt, dat de overblijfselen van Kassim verdwenen waren. Dit bracht hen tot de veronderstelling, dat een tweede persoon met het bestaan van hun schat bekend was en zij besloten hem te zullen vinden om hem te doden.
Om de verblijfplaats van hun vijand te ontdekken, zond de troep een hunner vermomd naar de stad. Bij het aanbreken van de dag kwam de rover in de stad van Ali Baba. Toevallig zag hij op het plein het winkeltje van Baba Moestafa, die altijd het eerst open was. Hij stapte het winkeltje binnen om de schoenmaker aan het praten te brengen en op deze wijze te weten te komen of er in de stad niet gesproken werd over de begrafenis van iemand, die een vreemde dood gestorven was. Het toeval was hem gunstig, want Baba Moestafa vertrouwde hem toe, welk eigenaardig werkje Morgiane hem de vorige dag had laten verrichten. De rover stelde hem enkele goudstukken ter hand en wist hem op deze wijze over te halen, dat hij zou trachten hem te brengen naar het huis, waar vroeger Kassim gewoond had en waar nu Ali Baba verblijf hield. Hoewel de oude schoenmaker de eerste keer geblinddoekt geweest was, slaagde hij er toch in, de rover naar Ali Baba's nieuwe woning te brengen. De rover merkte het met een stuk krijt en haastte zich vervolgens naar zijn makkers terug, wien hij verslag aflegde van de gelukkige uitslag zijner zending. De veertig rovers beraadslaagden nu omtrent hetgeen hun te doen stond en hun hoofdman legde hun een plan van wraakneming voor, dat zij allen goedkeurden. De roverhoofdman droeg hun toen op in de omliggende gehuchten en dorpen negentien muilezels te kopen, benevens achtendertig grote leren zakken om olie in te vervoeren, van welke er één met olie gevuld moest zijn. In twee of drie dagen waren de rovers met deze aankopen gereed. Daar
de openingen der zakken voor de uitvoering van zijn plan een weinig nauw waren liet de hoofdman deze een weinig vergroten en na in elke der zakken een man te hebben doen plaats nemen, sloot hij ze zodanig, dat het leek alsof zij met olie gevuld waren. Hij droeg evenwel zorg, dat er een kleine opening bleef, opdat de mannen konden ademhalen. Om de schijn volmaakt te doen zijn, goot hij een weinig olie over de buitenkant der zakken.
Toen deze maatregelen getroffen en de muilezels belast waren met de zevenendertig rovers, elk in een der zakken verborgen, plus nog één zak vol olie als monster, toog de roverhoofdman, vermomd als oliekoopman, op weg naar de stad, waar hij in de avondschemering, ongeveer een uur na zonondergang, aankwam, zoals ook zijn opzet was. Hij begaf zich recht naar het huis van Ali Baba, met de bedoeling om aan de deur te kloppen en te vragen, of hij er met zijn muilezels overnachten kon. Hij behoefde echter niet aan te kloppen, want hij trof Ali Baba bij de deur aan, die na zijn avondeten een luchtje schepte. Na zijn muilezels te hebben doen stilhouden, wendde hij zich tot Ali Baba met de woorden:
- Heer, ik kom van heel ver met de olie, die ge hier ziet en op dit late uur weet ik niet, waar te overnachten. Indien het u niet lastig is, wees dan zo vriendelijk mij te willen opnemen; ik zou het zeer op prijs stellen de nacht bij u te mogen doorbrengen en ik zou u zeer dankbaar zijn.
AI had Ali Baba de spreker reeds in het bos gezien en zelfs diens stem gehoord, hoe had hij de roverhoofdman kunnen herkennen in de vermomming van oliekoopman ?
- Ge zijt welkom, antwoordde hij. Treed binnen.
Het vervolg van het misdadige plan van de hoofdman zou zich als volgt moeten afspelen :
De zogenaamde zakken olie waren op de binnenhof geplaatst en de hoofdman zou nu wachten tot iedereer in huis ingeslapen was. Op een gunstig ogenblik zou hij uit het venster van zijn kamer kleine steentjes op de binnenhof werpen. Op dit teken zouden de bandieten elk hun zak met een groot mes opensnijden en, door hun hoofdman geleid, Ali Baba doden en het huis plunderen.
Dit duivelse en zo zorgvuldig voorbereide plan zou echter schipbreuk lijden. Het geschiedde dat Morgiane laat in de avond de maaltijd voor de volgende ochtend gereed maakte. Plotseling gIng de lamp uit, daar de olie op was. Zij wist, dat er geen olie meer in huis was en bedacht, dat het toch zo erg niet zou zijn, indien zij uit een der zakken van hun gast een beetje leende. Zij nam dus de oliekruik en begaf zich naar de binnenhof. Toen zij op de naastbijzijnde zak toeliep, vroeg de rover, die daarin verborgen zat, fluisterend:
- Is het tijd?
Hoewel de rover heel zachtjes gesproken had, schrok
Morgiane hevig, te meer waar zij bemerkt had, dat de roverhoofdman, zodra hij zIJn muilezels afgeladen had, niet alleen deze zak, maar alle een weinig geopend had om zijn mannen een weinig meer lucht te geven, die toch al niet erg op hun gemak waren, al waren zij ook niet van alle verse lucht verstoken.
Iedere andere slavin dan Morgiane zou, wanneer zij een man gevonden had in een zak in plaats van de olie die zij er zocht een luide gil gegeven hebben, waarvan een groot ongeluk het gevolg geweest zou zijn. Morgiane stak echter zeer ver uit boven de vrouwen van haar stand; zij begreep terstond dat het noodzakelijk was het stilzwijgen te bewaren en het grote gevaar, waarin Ali Baba en zijn gezin, waarvan zij zelf deel uitmaakte, zich bevonden en de noodzakelijkheid hier tegen terstond maatregelen te nemen. Zonder opzien te baren en dank zij haar bewonderenswaardige koelbloedigheid vond zij hiertoe terstond de middelen. Zij bedwong zich dus en liet niet de minste aandoening blijken, maar deed alsof zij de roverhoofdman was en antwoordde op de vraag met de woorden :
- Nog niet, maar spoedig!
Daarop liep zij naar de volgende zak en op dezelfde hier gestelde vraag gaf zij hetzelfde antwoord, totdat zij bij de laatste, met olie gevulde zak kwam.
Zij begreep terstond, dat haar meester Ali Baba, die gedacht had slechts een oliekoopman tot gast te hebben, in plaats daarvan achtendertig rovers in zijn huis gehaald had, met inbegrip van de voorgewende koopman, hun hoofdman. Zij vulde nu snel haar kruik met olie, die zij uit de laatste zak nam en ging naar haar keuken terug. Na de lamp gevuld en aangestoken te hebben, nam zij een grote ketel, vulde deze geheel met olie uit de laatste zak en maakte die boven een groot houtvuur in haar fornuis aan de kook. Eindelijk was de olie kokend heet. Zij nam nu de ketel en goot in elke zak, van de eerste tot de laatste, voldoende olie om elke rover stuk voor stuk te doen stikken. Hierna ging Morgiane naar haar keuken terug, nog altijd in de grootste stilte, en besloot niet te gaan slapen alvorens zij gezien had wat er gebeuren zou, terwijl zij zich gereed hield haar meester te wekken, indien dit noodzakelijk mocht worden.
Er was sedert haar laatste gang naar de binnenhof, nog geen kwartier verstreken, toen de roverhoofdman wakker werd. Hij stond op, opende het venster van zijn kamer en keek naar buiten. Daar hij nergens licht zag en het ogenblik hem dus gunstig leek om te handelen, gaf hij het afgesproken teken. De kleine steentjes, die hij op de binnenhof wierp, kwamen hier op de tegels terecht, hetgeen duidelijk te horen was. Hij tuurde naar buiten, maar zag, nog hoorde iets, hetgeen er op zou wijzen, dat zijn mannen in beweging kwamen. Hij werd ongerust, wierp een twede en een derde keer steentjes, die even duidelijk op het binnenhof vielen, maar geen der rovers gaf enig teken van leven. Hij begreep hier niets van, werd hevig verontrust en begaf zich, zo weinig mogelijk gedruis makend, naar de binnenhof. Op de tenen naderde hij de eerste zak en toen hij zich hierover heen boog om zijn makker te vragen of hij sliep, rook hij een geur van kokende olie en een brandlucht, die uit de zak opstegen. Hij Iiep nu naar de volgende zak en zo stuk voor stuk tot de laatste en bemerkte, dat al zijn mannen hetzelfde verschrikkelijke lot getroffen hadden.
Aldus zag hij het misdadige plan verijdeld om Ali Baba het leven te benemen, zijn huis in brand te steken en zich weer in het bezit te stellen van het goud, dat de houthakker uit de grot had meegenomen. Dol van woede, dat zijn opzet mislukt was en vrezend zijn eigen leven te zullen verliezen, brak hij de deur open van de tuin, die op de binnenhof uitkwam en vluchtte van tuin tot tuin, door over de muren te klimmen. Nooit heeft men meer iets van hem gehoord.
Toen Morgiane de volgende morgen haar meester de
gebeurtenissen van de vorige nacht mededeelde, kon deze zijn oren niet geloven.
Vol dankbaarheid schonk hij Morgiana de vrijheid. Later gaf hij haar nog rijke geschenken, hetgeen haar in staat stelde, dank zij ook haar flinkheid, de echtgenote te worden van een der meest vooraanstaande inwoners der stad.
Dit was de beloning van Morgiane's toewijding en schranderheid en het slot van de geschiedenis van Ali Baba en de Veertig Rovers.
Sedertdien leefden Ali Baba en de zijnen gelukkig in de overvloed, waarover zij natuurlijk de beschikking hadden door nu en dan een bezoek te brengen aan de door de rovers verlaten grot. Zij maakten van hun rijkdommen een gepast gebruik en bewezen tal van weldaden, door alle ongelukkigen hulp te verlenen.
Onderwerp
AT 0676 - Open Sesame   
AT 0954 - The Forty Thieves   
ATU 0954 - The Forty Thieves.   
Beschrijving
Bron
Motief
D1552.2 - Mountain opens to magic formula (Open Sesame).   
N455.3 - Secret formula for opening treasure mountain overheard from robbers (Open Sesame).   
F721.4 - Underground treasure chambers.   
N512 - Treasure in underground chamber (cavern).   
N471 - Foolish attempt of second man to overhear secrets (from animals, demons etc.).   
K312 - Thieves hidden in oil casks.   
Naam Overig in Tekst
Perzische   
Ali Baba   
Sesam   
Morgiane   
Baba Moestafa   
Kassim   
Naam Locatie in Tekst
Perzische   
