Hoofdtekst
Want ik liep op een dag met een oude hond, die verleden jaar overleden is, dat was dusuh twee jaar geleden, liep ik door het bos heen met de hond en achter mij aan liepen als een trein lopen dan die halfverwilderde katten die aanloopkatten, altijd met ons mee. Dat is natuurlijk een verschrikkelijk gek gezicht, vooral als ikuh van het terrein opuh af ga. Achterons terrein is een groottuh bos, dat is meer ‘n natuurreservaat, als ik daar wandel en mensen ontmoet, die mij daar zien lopen met zo’n hele troep katten, die nou die zijn mij beslist een beetje als de heks van ‘t dorp. Uhm, maar op een dag waren die katten hier in het terrein zelf als razende heen en weer aan het rennen en springen en vlogen plotseling onder de struiken weg met dikke staarten en dree nouja en deden vreselijk gek.
Ik begreep er niks van ik hoorde of zag niks, maar die katten zijn erg schuw voor elk vreemd geluid en een vreemd mens gaan ze sowieso uit de weg.
Maar toen kwamen de katten weer tevoorschijn en toen stonden die strak naar het einde van het bospad te kijken en te staren. En toen begonnen ze weer heen en weer te rennen en te dansen alsof ze iets iets iets aanzagen komen nou wat ik niet zag. En toen ik daar zo stond toen zag ik inderdaad iets aankomen. Om de bocht van het pad, onder de beuk langs, die grote beuk, daar hebben heel lang geleden verliefde paartjes langs gelopen en daar hun initalen ingestuurd, want dwars door het bos loopt één van de vrijerspaden, zoals ze dat noemen.
Ik zag een stoet van wonderlijk in ‘t wit gekleede kabouters mijn kant op komen. Het waren er honderden, ze hadden hele hoge puntmuntsen op, waren in een wit satijn-achtig pakje gekleedt, zoals ik het nooit hier eerder gezien heb. Er waren donkere en grijze en zwarte vegen op dat witte pakje van hun. Uh iets wat uh me meteen aan de bast van een berkenboom deed denken. Uh men zegt dat katten helderziende zijn en dat bleek ook wel, want zij zagen deze wezens, die ik ook zag, die kwamen tot boven mijn knie. Dus dat waren voor kabouters hele grote wezentjes, natuurwezens zijn dit echt. Ze waren natuurlijk zoals alle kabouters iets minder doorzichtig dan men wel denkt van deze natuurwezens. Elven zijn veel doorzichtiger, kabouters zijn meer uh aards, zou je haast kunnen zeggen. En deze wezentjes liepen dus met honderden daar, het pad af, en ze kwamen van het zuidwesten en trokken naar het noordoosten. Dus om te zeggen in de richting van de scandinavische landen. En die katten renden tussen hun heen hadden enorm veel plezier, deden alsof ze achter muizen aanzaten. Die kabouters die deden net of ze niks merkten, die negeerden mij ook, wat ik stond midden in het pad en die negeerde de katten en de hond keek heel verveeld om zich heen en die liet ik toen maar los en die liep naar huis. Dus of die na die deze wezens hebt heeft, dat weet ik absoluut niet. Maar de katten zagen ze absoluut. Het waren volgens mij geen gewone kabouters, zoals ik al zei, want de kabouters hier van de Veluwe zijn meer zoals de kabouters zoals Walt Disney ze tekent, of in die oude duitse sprookjesverhalen uhm oude kleine mannetjes met grote brede witte baarden of vriendelijke mannetjes of wat dan ook. En deze kabouters waren heel lang, heel in zichzelf gekeerd, heel ernstig, en het grappige was ze droegen over hun schouder vaak een werktuig, een houweel of een schop. Maar dat kon ik niet goed onderscheiden die waren enorm uhm doorzichtig.
De trek van de kabouters, zal ik maar zeggen of de uittocht van de kabouters die heeft drie dagen geduurd. Uh de laatste derde dag op het eind van de avond, toen ten minste toen het schemerig werd. Toen trokken ze met kleine groepjes nog verder maar ze bemoeiden zich absoluut met helemaal niets of niemand. Het leek wel of ze een opdracht volvoerden.
Heel toevallig belde ik een kennisje van me op dat hier al jaren toevallig woont, haar familie woont hier eigen al heel lang en zij heeft wel meer van deze eigenaardige verhalen aan moeten horen. Ze gelooft d’r ook wel in en toen vertelde ik haar dus want het zat me natuurlijk een beetje hoog al die kabouters en ik kon er natuurlijk met niemand over spreken want uh men begrijpt je dan natuurlijk niet. Maar zij zei: “alle mensen heb je de uittocht van de kabouters meegemaakt maar dat is heel bijzonder. Alleen uhte uh brengt geen geluk, het is uh niet erg goed. Dat de kabouters hier weg trekken. Maar er wordt hier verteld dat onder bepaalde omstandigheden de kabouters weg gaan. En zoals ik zei het is geen goed teken en waarom ze weggaan en waarheen ja dat wist men vroeger wel te vertellen dat heeft men blijkbaar vergeten”.
En twee dagen later maakte ik eens een praatje met een dochter van een boer, hier in de omtrek in de buurt van Hulshors en ik vertelde haar dat ik in het bos dwergen had zien lopen bij ons. Toen begon ze te lachen en ze zei: “welnee dat kan niet”. “Bergen, dwergen bestaan toch niet,” zegt ze. Ik zei: “Nouja, het was ook maar een grapje”. “Nee,” zei ze zo een beetje peinzend, “dwergen hebben we hier niet, maar wel kabouters”.
Ik begreep er niks van ik hoorde of zag niks, maar die katten zijn erg schuw voor elk vreemd geluid en een vreemd mens gaan ze sowieso uit de weg.
Maar toen kwamen de katten weer tevoorschijn en toen stonden die strak naar het einde van het bospad te kijken en te staren. En toen begonnen ze weer heen en weer te rennen en te dansen alsof ze iets iets iets aanzagen komen nou wat ik niet zag. En toen ik daar zo stond toen zag ik inderdaad iets aankomen. Om de bocht van het pad, onder de beuk langs, die grote beuk, daar hebben heel lang geleden verliefde paartjes langs gelopen en daar hun initalen ingestuurd, want dwars door het bos loopt één van de vrijerspaden, zoals ze dat noemen.
Ik zag een stoet van wonderlijk in ‘t wit gekleede kabouters mijn kant op komen. Het waren er honderden, ze hadden hele hoge puntmuntsen op, waren in een wit satijn-achtig pakje gekleedt, zoals ik het nooit hier eerder gezien heb. Er waren donkere en grijze en zwarte vegen op dat witte pakje van hun. Uh iets wat uh me meteen aan de bast van een berkenboom deed denken. Uh men zegt dat katten helderziende zijn en dat bleek ook wel, want zij zagen deze wezens, die ik ook zag, die kwamen tot boven mijn knie. Dus dat waren voor kabouters hele grote wezentjes, natuurwezens zijn dit echt. Ze waren natuurlijk zoals alle kabouters iets minder doorzichtig dan men wel denkt van deze natuurwezens. Elven zijn veel doorzichtiger, kabouters zijn meer uh aards, zou je haast kunnen zeggen. En deze wezentjes liepen dus met honderden daar, het pad af, en ze kwamen van het zuidwesten en trokken naar het noordoosten. Dus om te zeggen in de richting van de scandinavische landen. En die katten renden tussen hun heen hadden enorm veel plezier, deden alsof ze achter muizen aanzaten. Die kabouters die deden net of ze niks merkten, die negeerden mij ook, wat ik stond midden in het pad en die negeerde de katten en de hond keek heel verveeld om zich heen en die liet ik toen maar los en die liep naar huis. Dus of die na die deze wezens hebt heeft, dat weet ik absoluut niet. Maar de katten zagen ze absoluut. Het waren volgens mij geen gewone kabouters, zoals ik al zei, want de kabouters hier van de Veluwe zijn meer zoals de kabouters zoals Walt Disney ze tekent, of in die oude duitse sprookjesverhalen uhm oude kleine mannetjes met grote brede witte baarden of vriendelijke mannetjes of wat dan ook. En deze kabouters waren heel lang, heel in zichzelf gekeerd, heel ernstig, en het grappige was ze droegen over hun schouder vaak een werktuig, een houweel of een schop. Maar dat kon ik niet goed onderscheiden die waren enorm uhm doorzichtig.
De trek van de kabouters, zal ik maar zeggen of de uittocht van de kabouters die heeft drie dagen geduurd. Uh de laatste derde dag op het eind van de avond, toen ten minste toen het schemerig werd. Toen trokken ze met kleine groepjes nog verder maar ze bemoeiden zich absoluut met helemaal niets of niemand. Het leek wel of ze een opdracht volvoerden.
Heel toevallig belde ik een kennisje van me op dat hier al jaren toevallig woont, haar familie woont hier eigen al heel lang en zij heeft wel meer van deze eigenaardige verhalen aan moeten horen. Ze gelooft d’r ook wel in en toen vertelde ik haar dus want het zat me natuurlijk een beetje hoog al die kabouters en ik kon er natuurlijk met niemand over spreken want uh men begrijpt je dan natuurlijk niet. Maar zij zei: “alle mensen heb je de uittocht van de kabouters meegemaakt maar dat is heel bijzonder. Alleen uhte uh brengt geen geluk, het is uh niet erg goed. Dat de kabouters hier weg trekken. Maar er wordt hier verteld dat onder bepaalde omstandigheden de kabouters weg gaan. En zoals ik zei het is geen goed teken en waarom ze weggaan en waarheen ja dat wist men vroeger wel te vertellen dat heeft men blijkbaar vergeten”.
En twee dagen later maakte ik eens een praatje met een dochter van een boer, hier in de omtrek in de buurt van Hulshors en ik vertelde haar dat ik in het bos dwergen had zien lopen bij ons. Toen begon ze te lachen en ze zei: “welnee dat kan niet”. “Bergen, dwergen bestaan toch niet,” zegt ze. Ik zei: “Nouja, het was ook maar een grapje”. “Nee,” zei ze zo een beetje peinzend, “dwergen hebben we hier niet, maar wel kabouters”.
Onderwerp
SINSAG 0105 - Der Abzug der Zwerge wird von einem Menschen beobachtet
  
Beschrijving
De vertelster ziet een kaboutertrek. Ze merkt op dat de katten de kabouters ook kunnen zien, maar de hond niet. De kabouters trekken van het zuidwesten naar het noordoosten, richting de Scandinavische landen.
Bron
Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)
Naam Overig in Tekst
Walt Disney   
Naam Locatie in Tekst
Hulshorst   
Veluwe   

