Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Auto met de lijklucht

Een (), (foutieve datum)

Onderwerp

BRUN 01505 - The Death Car    BRUN 01505 - The Death Car   

Beschrijving

The Death Car

Tekst

Auto met de lijklucht

Door omstandigheden te koop
Op het terrein van een handelaar in tweedehands auto's, ergens in de Verenigde Staten, staat een splinternieuwe auto. Deze prachtige auto is te koop voor het luttele bedrag van vijftig dollar. De oorspronkelijke eigenaar van de auto was ermee naar een stille plek gereden en had zichzelf daar een kogel door zijn hoofd gejaagd. De plek die hij had uitgekozen bleek zo rustig te zijn, dat de auto met zijn lijk erin pas maanden later werd ontdekt. De latere eigenaars van de auto probeerden op vele manieren om de stank van het rottende lijk uit de auto weg te krijgen - ze desinfecteerden hem, rookten hem uit, en lieten hem zelfs opnieuw bekleden - maar uiteindelijk kwamen ze er stuk voor stuk weer mee terug bij de handelaar, omdat het hun niet was gelukt. - (BRAAP025)

Bovenstaand verhaal is te lezen in het boek Broodje Aap, een verzameling moderne sagen, opgetekend door Ethel Portnoy. Het verhaal heeft typenummer BRUN 01505 gekregen: ‘The Death Car’, oftewel ‘de auto met de lijklucht’. Het verhaal bevat altijd dezelfde elementen: een dure auto wordt voor een lage prijs aangeboden, er is een (zelf)moord in de auto gepleegd en de auto wordt pas later gevonden, wat de sterke lijklucht verklaart. Het verhaal is een voorbeeld van een ‘urban legend’ of ‘contemporary legend’: een verhaalsoort die in het Nederlands vaak wordt aangeduid als ‘broodje-aapverhaal’. Deze verhalen lijken waargebeurd te zijn, maar hebben in feite een dubieuze oorsprong en zijn te mooi om waar te zijn. Ook het verhaal van de auto met de lijklucht is niet echt gebeurd, zoals later in dit stuk duidelijk zal worden. Broodje-aapverhalen zijn net als geruchten: ze komen zo nu en dan weer boven water, op een andere plaats en in een andere tijd. Het zijn verhalen die ‘echt’ gebeurd zijn bij een vriend van een vriend. Als men echter op zoek gaat naar deze vrienden dan zal men er snel achter komen dat de oorsprong van het verhaal niet zo makkelijk te achterhalen is. Een goed voorbeeld hiervan wordt door de folklore onderzoeker Jan Harold Brunvand beschreven in zijn boek The Truth never stands in the way of a Good Story. Hierin beschrijft hij een college dat door onderzoeker en professor Dorson in 1950 bij Michigan State werd gegeven. Dorson vertelde het verhaal van de ‘death car’ aan zijn studenten, waarna de vriendin van M. Wakefield haar hand opstak en vertelde dat haar vader, die in de verzekeringen werkte, de auto daadwerkelijk had gezien. Dorson daagde haar uit de oorsprong van het verhaal te achterhalen. Samen met haar vriend ging ze op zoek, maar na vijf verschillende mensen te hebben gesproken, raakten ze het verhaal kwijt en begonnen ze ervan overtuigd te raken dat Dorson gelijk had en dat het verhaal verzonnen was.
Wakefield kwam later in zijn leven nog vele mensen tegen die hem het verhaal over de auto met de lijklucht vertelden en erin geloofden. Hij vertelde hen dat het een verzonnen verhaal was, maar niemand wilde hem geloven. Waarom geloven mensen dit soort broodje-aapverhalen? Brunvand geeft hier een aantal redenen voor in zijn boek The Vanishing Hitchhiker, die alle te maken hebben het de eigenschappen van folklore:

`First, it is simply tradition to listen to and appreciate a good story without undue questioning of its premises. Second, “belief” in an item of folklore is not of the same kind as believing the earth is round or that gravity exists. A “true story” is first and foremost a story, not an axiom of science. And third, the legends fulfil needs of warning (don’t park!), explanation (what may happen to those who do), and rationalization (you can’t really expect sensational bargains not to have strings attached); these needs transcend any need to know the absolute truth.’

Het verhaal komt wereldwijd voor, maar is vooral in Amerika en Europa bekend. Britse versies van het verhaal lijken over het algemeen luguberder te zijn dan de Amerikaanse. Een voorbeeld hiervan is dat het bloed van de vermoorde (of zelfmoordenaar) nog vloeibaar is op het moment dat de auto wordt gevonden of verkocht. Daarentegen gaat het in de Amerikaanse versies veel meer om de lijklucht die blijft hangen en niet is weg te krijgen. In andere varianten van het verhaal biedt een familielid de auto goedkoop aan, maar is het element van de lijklucht niet aanwezig. Sommige versies vertellen simpelweg dat de auto onmogelijk te verkopen is, zonder een specifieke reden te noemen. Dionizjusz Czubala heeft onderzoek gedaan naar Poolse en Russische varianten van het broodje-aapverhaal. Zijn resultaten tonen aan dat het verhaal ook in die landen een rol speelt, waarbij de elementen van een goedkope auto en de onuitwisbare lijklucht wederom aanwezig zijn.

De opkomst van het verhaal is door folkloristen achterhaald tot ongeveer 1940. Of het verhaal daarvoor ook heeft bestaan, is onduidelijk en er zijn geen verdere sporen van aanwezig. De lage prijs waarvoor de mooie auto wordt aangeboden, zou volgens Brunvand een detail kunnen zijn dat na de Twee Wereldoorlog is opgekomen. In die periode kwamen er steeds meer auto’s, maar in het begin waren ze stuk voor stuk zeldzaam en duur. Het is niet moeilijk te bedenken dat mensen gefascineerd raakten door de auto en hierover verhalen ontstonden. Daarnaast zijn er recentelijk nog nieuwsberichten over mensen die sterven in hun auto, al dan niet door een ongeluk. Dit soort incidenten zullen aan de geloofwaardigheid en populariteit van het broodje-aapverhaal blijven bijdragen. Er is geen specifiek verhaal aan te wijzen dat als oorsprong van de sage kan worden gezien. Folkloristisch onderzoeker Dorson verzamelde in 1953 Negro folklore in Mecosta, in centraal Michigan.  Tijdens zijn onderzoek kwam hij in een klein dorp waar men hem vertelde dat het verhaal van de auto met de lijklucht in hun dorp echt gebeurd was. Hier volgt het verhaal zoals Dorson dit beschrijft in zijn boek American Folklore:

Een man genaamd Demings, die een 1929 Model-A Ford bezat, pleegde zelfmoord in 1938 nadat zijn vriendin, Nellie Boyers, op hem had gespuugd tijdens een date. Hij vulde alle gaten onder de stoel en tussen de vloer met cement, waarna hij een slang op de uitlaat zette en deze binnen in de auto liet uitkomen. Vervolgens zette hij de motor aan. Dit was in augustus en de auto en het lichaam werden pas in het jachtseizoen in oktober gevonden. Een gids kwam telkens langs de plek waar Demings zijn auto naast de weg had geparkeerd en bij het zien van de auto zei hij: ‘Die persoon jaagt altijd wanneer ik dat ook doe’. Uiteindelijk besloot hij op onderzoek uit te gaan.
Deze Model-A auto was beschilderd met vogels en vissen en viel daardoor best op. Een autohandelaar in Remus verkocht de auto aan Clifford Cross, die er alles aan probeerde te doen om de lucht uit de auto te krijgen. Hij verving het hele interieur, maar niets hielp. Hij moest in het midden van de winter met de ramen wijd open rijden. Uiteindelijk bracht hij de auto naar de sloop.

Dorson concludeerde uit deze beschrijving dat dit de eerste variant van de ‘death car’ moest zijn. Zijn bevindingen werden echter later door andere onderzoekers betwist. Met name onderzoeker Stewart Sanderson was het niet met de conclusie van Dorson eens. Zijn belangrijkste tegenargument is dat het verhaal een Thompson motief bevat dat veel ouder is dan het verhaal dat Dorson heeft gevonden: E422.1.11.5.1 ‘Ineradicable bloodstain after a bloody tragedy’. (Zie lexicon item SINSAG 1128 ‘Onuitwisbare bloedvlek’.) In het verhaal over de auto met de lijklucht gaat het niet meer om een onuitwisbare bloedvlek, maar om een lucht die niet weg te krijgen is. Net als de bloedvlek is de lijklucht echter een teken van een gruwelijke gebeurtenis die op een specifieke locatie heeft plaatsgevonden. Naast dit motief legt Sanderson de nadruk op de details van het verhaal van Dorson, die niet overeenkomen met andere versies van het verhaal. Vooral de opvallend geschilderde auto wordt nergens anders zo specifiek beschreven. Ook het feit dat de man zelfmoord pleegde nadat zijn vriendin hem had beledigd, is uit de verschillende varianten verdwenen.
In The Truth Never Stands in the Way of a Good Story benadrukt Brunvand dat de meeste varianten van het verhaal de nadruk leggen op de lage prijs van de auto en niet op de dood die daarin heeft plaatsgevonden. Hoewel dit inderdaad de reden lijkt te zijn om het verhaal te vertellen, kan het element van de dood niet minder belangrijk worden gemaakt. Telkens opnieuw wordt hiermee verklaard waarom de auto niet verkocht kan worden. De titel van het broodje-aap verhaal,  ‘the death car’, geeft ook al aan dat de dood in dit verhaal wel degelijk een belangrijke rol speelt. Er zijn ook vergelijkbare broodje-aapverhalen te vinden over auto’s die goedkoop worden aangeboden en waarbij de nadruk niet op de lijklucht ligt. Czubala merkte tijdens zijn onderzoek op dat sommige vertellers een soort bovennatuurlijke wending aan het verhaal gaven om de doordringende lijklucht te verklaren. Zelfs als de auto helemaal uit elkaar werd gehaald en gereinigd, bleef de stank hangen. Hierbij wordt de lijklucht een soort bovennatuurlijk aura dat in de auto blijft hangen om toekomstige bezitters van de auto te waarschuwen voor de gruwelijke daad die in de auto is gebeurd. Het ‘bovennatuurlijke’ aspect van het verhaal wordt verhelderd wanneer nauwkeurig naar het achterliggende Thompson-motief wordt gekeken, want ook de bloedvlek is niet weg te krijgen.
De onuitwisbare bloedvlek was een teken van een gruweldaad die ergens had plaatsgevonden. Zelfs na een grondige schoonmaak of het vervangen van de vloer of het behang, bleef de bloedvlek terug komen. Het bloed was zowel een herinnering als een waarschuwing en de lijklucht in de auto lijkt eenzelfde functie te hebben: het herinnert iedereen aan het overlijden dat in de auto heeft plaatsgevonden en het waarschuwt de koper dat er iets met de auto aan de hand is. Naast deze functies lijkt het verhaal ook een soort ‘wishful thinking’ te zijn: iets wat iedereen wel zou willen, maar wat niet goed afloopt. Oftewel, een mooie auto voor een lage prijs. Tijdens de clue van het verhaal, de achtergebleven lijklucht, wordt ook de boodschap van het verhaal duidelijk: als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan zal er wel een addertje onder het gras zitten. In sommige varianten wordt het verhaal specifiek aan een bepaalde autohandelaar gekoppeld die niet te vertrouwen is. Dat de auto daar niet verkocht kan worden, wordt als een soort wraakactie gezien omdat de autohandelaar slecht is. De boodschap die het verhaal uitdraagt, verschilt elke keer en hangt af van de details van het verhaal en de betekenis die de verteller ervan wil duidelijk maken.

Bestaat er dan echt geen auto met een doordringende lijklucht? In 1990 schreef het Automobile magazine een artikel over een 1959 Cadillac Eldorado Seville. De desbetreffende auto werd jarenlang door de politie in opslag bewaard, als bewijsstuk voor de moord op de eigenaar van de auto, die in de auto zelf was doodgeschoten. Uiteindelijk is de auto door de politie vrijgegeven en door autoverzamelaar Pfanstiehl gekocht. Pfanstiehl heeft de auto vervolgens gedoneerd aan het Car Palace Museum in Somerset, Massachusetts, waar iedereen hem kan bekijken. Het Automobile Magazine sluit het artikel af met de volgende opmerking:


But we will warn you right now, not all of the legend is intact. The seats don’t smell.

Helaas, ook hieruit blijkt weer dat het verhaal niet waar is!

Ook andere verhalen die iets met de auto met de lijklucht te maken lijken te hebben, missen vaak het element van de achtergebleven stank. Een voorbeeld hiervan is ‘Christine’, een boek van Stephen King, waarin de auto door een boze geest is bezeten en mensen vermoord, maar waarin geen sprake is van een lijklucht. Een ander voorbeeld is de titel van een nummer van Iggy Pop, ‘In the Death Car’, waarbij de tekst zelf niets met het broodje-aapverhaal te maken heeft. Hoewel er verhalen bestaan die met het verhaal van de auto met de lijklucht te maken lijken te hebben, gebruikt alleen het broodje-aap verhaal het motief van de onuitwisbare bloedvlek en daarmee de achtergebleven lijklucht. Toch wordt ook het verhaal van de auto met de lijklucht aan de tijd aangepast. De prijs van de auto gaat omhoog of omlaag, afhankelijk van de economie en het automerk verandert, hoewel het telkens een mooi en zeldzaam exemplaar blijft. Zoals al eerder is besproken, verandert de boodschap van het verhaal soms ook, waarbij deze op een specifieke situatie kan worden toegepast, zoals een onbetrouwbare autodealer, of in het algemeen een boodschap uitdraagt. De aantrekkingskracht van het verhaal bestaat voor een deel uit de gruwelijke details en het ‘wishful thinking’ aspect. Daarnaast zijn auto’s enorm populair en lijkt het niet waarschijnlijk dat het verhaal van de auto met de lijklucht zal verdwijnen zolang er nog auto’s zijn. En op het moment dat de auto in de toekomst wellicht gaat verdwijnen, zal de fascinatie hiervoor juist weer toenemen, waardoor het ‘wishful thinking’ aspect van het verhaal blijft bestaan. Een andere verklaring voor het voortbestaan van dit broodje-aapverhaal, is het onderliggende motief van de onuitwisbare bloedvlek. Dit motief gaat al eeuwen mee en zal waarschijnlijk ook de komende jaren nog blijven bestaan. En als het onderliggende motief van het verhaal blijft bestaan, is de kans groot dat het verhaal dat om het motief heen is gebouwd, ook blijft bestaan. Voorlopig zal het verhaal van de auto met de lijklucht waarschijnlijk nog wel blijven opduiken.

Literatuur

Bennett, Gillian en Paul Smith, Urban Legends: A Collection of International Tall Tales and Terrors (Westport, Connecticut en Londen 2007).
Brunvand, Jan Harold, The Vanishing Hitchhiker: American Urban Legends and Their Meanings (New York 1981).
Brunvand, Jan Harold, Too Good to be True: The Colossal Book of Urban Legends (New York 1999).

Brunvand, Jan Harold, The Truth Never Stands in the Way of a Good Story (Illinois 2000).

Brunvand, Jan Harold, Encyclopedia of Urban Legends, updated and expanded edition Vol. A-L (2012).

Czubala, Dionizjusz. "The Death Car: Polish and Russian Examples." FOAFTale News 25 (Maart 1992) 2-5.
Dorson, Richard M., American Folklore (Chicago 1959).
Portnoy, Ethel, Broodje Aap (Amsterdam 1992).