Hoofdtekst
Langs de hoge dijk in Streefkerk, daar woonde vroeger, nou spreek ik van heel vroeger, daar woonde een oude vrouw, dat was de heks. Daar beurden veel ongelukke, ze woonde daar in een oud huissie, maar die ongelukke liepe altijd goed af, daar zorgde de heks voor. D'r was daar weer zo'n aanrijing en d'r was een boerewage bij met een hit d'r voor, een klein paard. Op de wage was boodschappe en glas en aardewerk gelaje, paard en wage, alles gong over de kop van de hoge dijk af. 't Spul kwam net bij de heks voor de deur terecht. Die ouwe koopman stong te schrette en te huiie, hij wis geen raad meer. "Stil maar, stil maar" , zee de heks, "Dat komt wel weer goed. Kijk maar naar het zuie, daar schijnt de zon". Die koopman die kijkt naar het zuie en toen die weer naar z'n wage keek, stong alles d'r weer keurig netjies op en 't paard 'r voor. Nou die koopman die staat zo te kijke en die zegt: "Alles goed en wel, maar hoe kom ik nou weer tegen de dijk op? Die is ommers veel te steil en d'r is hier geen stoep". "Rustig maar, rustig maar", zee de heks, "pak jij je paardjie maar bij de kop en loop maar naar bove, maar niet omkijke hoor! As je niet omkijkt, dan gaat alles goed". En zo kwam die koopman weer goed op den dijk terecht en ken die weer verder gaan.
Beschrijving
Langs de hoge dijk in Streefkerk woonde een oud vrouwtje, Ze was een heks die ervoor zorgde dat ongelukken goed afliepen. Zo was er een koopman op pad met een wagen vol glas en aardewerk, toen de wagen omviel en alle goederen over de dijk lagen. Het vrouwtje vroeg aan de koopman of hij naar het zuiden wilde kijken waar de zon schijnt, toen hij vervolgens weer omkeek waren alle goederen onbeschadigd om zijn kar en kon hij verder rijden.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 104
Naam Locatie in Tekst
Streefkerk   
