Hoofdtekst
Wat ik nou vertel, dat beurde al na de oorlog. M'n dochter had een grote zweer, fijt an d'r vinger. Nou had je een kerel in Perkou en daar zeje ze van: Ga daar maar heen, dan ben je de pijn kwijt. Ik geloofde d'r niet in. Maar wij d'r naar toe, m'n dochter achter op de brommer. We komme daar en die kerel lag nog op bed. 't Doekkie hoefde geen eens van d'r vinger af. De pijn was over en is nooit meer teruggekomen.
Onderwerp
TM 3102 - Belezer geneest mens of dier   
Beschrijving
Wat ik nou vertel, dat gebeurde al na de oorlog. Mijn dochter had een grote zweer, aan haar vinger. Nou had je een kerel in Perkou en daar zeiden ze van: Ga daar maar heen, dan ben je de pijn kwijt. Ik geloofde haar niet in. Maar wij er naar toe, mijn dochter achter op de brommer. We komen daar en die kerel lag nog op bed. Het doekje hoefde geen eens van haar vinger af. De pijn was over en is nooit meer teruggekomen.
Bron
Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 107
Naam Locatie in Tekst
Perkou   
