Hoofdtekst
D’r waren eens drie jongemannen die samen naar de Sint Jansmarkt in Den Bosch. Daar kochten ze ieder een toverboekje dat bekend was als het boekske van Bernardekke. In de loop van de dag legden ze menigmaal aan om een pintje bier te drinken. Toen ze ‘s avonds huiswaarts keerden hadden ze hem al behoorlijk om. Maar toch besloten ze om onderweg nog een keertje aan te leggen. Toen ze gedrieën aan een tafeltje zaten, pakten een van hen het boekske van Bernaike voor de dag en begon er in te bladeren. Er stonden heel wat kunsten in die onder veel plezier werden uitgeprobeerd. Een van de mannen, die vroeger soldaat was geweest en meer van toverboeken gehoord had, zei: “als we buiten komen dan gooi ik mijn boekske in de Maas. Want ik vertrouw die dingen niet”. Zo gezegd, zo gedaan. Toen het drietal langs de Maas wandelde, gooide de man zijn boekje in de rivier. Een van zijn kameraden vertrouwden het toen ook niet meer en gooiden ook zijn boekje in het water. Maar de derde, een jongen uit de buurt van Ammerszode, dacht er niet aan en hield het boekje bij zich. Toen ze in het plaatsje Vlijmen aankwamen, want daar woonden het drietal, haalden de jongen die het boekje bewaard had allemaal kunstjes uit en had er veel succes mee. Toen de man de volgende morgen wakker werd en weer nuchter was vond hij het bij nader inzien maar beter om ook zijn boekje in het water te gooien. Maar dat had hij eerder moeten doen. Namelijk op de dag dat hij het boekje kocht. Nu was het te laat. Want al gooide hij nu zijn boekje zo vaak in het water, telkens vond hij het weer in zijn zak terug. Toen gooide hij het in het vuur, maar ook nu kwam het boekje weer in zijn zak. Toen scheurde hij het in wel duizend stukjes, maar ook dat hield het niet. Het boekje kwam weer ongeschonden tevoorschijn. Ten einde raad scheurde hij het boekje in duizend stukjes en gooide het toen in het vuur maar toen hij daarna in zijn zak tastte voelde hij het boekje weer zitten, geheel compleet. Zo ging dat door dag in, dag uit. Heel Vlijmen was er weldra van op de hoogte. De jongen raadpleegde verschillende mensen hoe hij van het toverboekje af kon komen, maar niemand was er die hem helpen kon. Ten slotte besloot de man om maar eens de pastoor over te praten. Die had immers een bijzondere macht en misschien kon die wel helpen. De pastoor liet de man het hele verhaal vertellen. Toen de man dit gedaan had dacht de pastoor lang na. Dan beval hij om de gedurende negen negen achtereenvolgende avonden tussen elf en twaalf uur om over de Vlijmense dam te stappen. Hij moest dan de rozenkrans bidden en onderwijl het boekje met beiden handen op zijn rug houden. Bovendien mocht hij zich niks aantrekken van al wat hij zag en ook mocht hij aan niemand vertellen wat hij elke avond moest doen. Wonderlijke dingen gebeurden er iedere avond. De eerste avond stormde het vreselijk, met de grootste moeite kon de man tegen de wind inkomen. De tweede avond regende het pijpenstelen. De derde avond brak een hevig onweer los. En zo was er iedere avond wel wat. De laatste avond was een avond van verschrikking. Terwijl de man over de dam liep verscheen er plotseling een groot dier met vlammende ogen. Het beest liep hem voorbij, wachtte tot de man weer voorbij was, en liep hem dan weer voorbij. Dan danste het in het ronde, om een ogenblik later weer doodstil te staan. Vreselijk wat de man die avond meemaakte. Het zweet van de angst bedekte zijn hele lichaam totdat het woeste dier hem plotseling het boekje afnam. En vanaf dat moment was de man van het boekje verlost en heeft het nimmermeer terug gezien. De jongen heeft echter niet plezier van de verlossing gehad. Want de volgende dag is hij van schrik omgekomen.
Onderwerp
SINSAG 0752 - Zauberbuch kann nicht verbrannt oder weggegeben werden: Zauberer lässt es stehlen.   
Beschrijving
Bron
Motief
D1602.10 - Self-returning magic book.   
Naam Locatie in Tekst
Vlijmen   
Den Bosch   
Ammerzoden   
Maas   
Sint Jansmarkt   
Vlijmense   
Bernardekke   
Plaats van Handelen
Vlijmen   

