Hoofdtekst
In de ouwe tijd was d'r dikkels een dwaallicht te zien hier achteruit in 't hooiland. Veul mense trokke naar de plaas, waar vandaan je dat dwaallicht kon zien. Maar d'r was niemand, die daar een verklaring voor kon geve. Nou ware d'r drie kerels die een bietjie meer lef hadde dan de andere. Die krope in een oud varkeshok, met een dubbelloops jachtgeweer bij d'r. Ze zouwe dat licht wel is eventjies neerschiete. Maar d'r wier in 't geheel niet geschote. Want dat licht, dat ware drie manne, die een lollegie uithaalde. Nou had jie in die ouwe tijd carbietlantares op de fietse met een rood en een groen ruitjie d'r in, dat'was voorschrift. Daar liepe ze om de beurt mee deur 't weiland, op een draf. Dat was natuurlijk een raarachtig gezicht.
Onderwerp
SINLEG 0023 - Lichterscheinungen   
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
Beschrijving
Er was vroeger vaak een dwaallicht te zien achterin het weiland. Veel mensen gingen erheen om het dwaallichtje te zien, maar niemand kon er een verklaring voor geven. Toen waren er drie kerels die wat meer lef hadden dan de anderen. Ze hadden een jachtgeweer bij zich en zouden het licht wel even neerschieten. Maar er werd helemaal niet geschoten. Het licht bleek een grap van de drie mannen te zijn. In die tijd waren er carbidlantaarns voor op de fiets, met een rood en een groen ruitje erin. Daar liepen de mannen om de beurt het weiland mee in op een draf, waardoor het op een dwaallichtje leek.
Bron
Henk Kooijman: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988.
Plaats van Handelen
Ammerstol   
