Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

REUKWERKVENUS03 - Geneesmiddel voor een zweerende Duym

Een mop (boek), 1750

Hoofdtekst

Een vrouw, die om te biegten kwam,
En als een regt onnosel Lam;
Haar zonden openbaarde,
Aan Heeroom Lubbert, die den bugt,
Gebynaamt werd, liet zugt op zugt,
Met de oogen naar de aarde
Geslagen. “Ach! Heer Lubbert Ach!“
Sprak zy, en maakte een naar geklag,
“De Pijn komt my weer stooren,
Die ik gevoel aan mynen duym,
Ach! Heeroom die heeft nu al ruym
Drie weeken lang geswooren.
Ik kryg van eider een wel raad,
Maar egter vinde ik gansch geen baat,
By al die vodderyen.
Het gaat my warelyk aan 't hert,
Zoo dat ik steeds gedwongen werd,
Van pyn luydskeels te schryen.”
“Dat g'loof ik,” zeî Heeroom, “maar ik zal,
Uw beter raad in dit geval,
En haast uw duim genezen,
Myn allerliefste ziel je weet
Dat onder aan je buik een spleet
Geplaast is en in dezen
Moet gy uw duim insteken: kind,
'k Weet, dat dan de pyn geswind
Ja aanstonds zal verdragen.”
Mary, die volgde zynen raad,
En dagt zy vond daar by ook baat,
Dies zy na veertien dagen,
Op nieuw weerom te biegten kwam.
Zoo haast Heer Lubbert haar vernam,
Begon hy zeer te steenen,
“Myn ziel,” sprak hy, “myn duim die sweert,
En dag op dag myn pyn vermeert.”
Mary begon te weenen,
En sprak: “Heeroom by uwen raad,
Heb ik terstond gevonden baad,
Zoo gy gedient wilt weezen,
En steken uwen duim in 't gat
Daar ik wel haast zoelaas by had,
Zoo zal hy wel genezen.”
“Og ja,” sprak Lubbert oom tot haar,
“Kom volgt my agter het altaar,
Daar zal ik het proberen,
Dat middel is probatum goed,
Myn duim daar door genezen moet,
Ja eerder dan met zweeren.”
Mary ging met den Pater heen
Ter biegtstoel uit, en op een steen
Die heilig word geheeten,
Lag zig Marytje zagt ter neer
En zei: “Je weet wel lieven Heer
Waar dat ik ben gespleten.”
“Ja ja,” sprak Heeroom tot Mary,
“Ik heb 'er reeds myn Duimpje by,
Nu is 't 'er in gekropen,
Ik heb van nu af aan soelaas,”
Zy wederom, “by zint Zervaas,
'k Voel de materie loopen.”

Beschrijving

Mary gaat biechten omdat ze zo'n pijn aan haar duim heeft. De pater Heer Lubbert weet er wel wat op: ze moet haar duim in haar vagina steken. Dan gaat het wel over. Na twee weken komt Mary weer biechten en zegt ze dat de pijn over is. Maar nu heeft de pater pijn aan zijn duim. Mary biedt aan dat hij zijn duim ook in haar vagina mag steken, bij haar heeft dit immers geholpen. Op het altaar steekt de pater zijn duim in Mary's vagina.

Bron

Het Reukwerk van Venus, zijnde een verzameling van koddige Snakerytjes, zeldzamen Voorvallen, en uitmuntende Puntdichten. Eiland der verliefden: 1750. pp. 99-102.

Naam Overig in Tekst

Mary    Mary   

Lubbert    Lubbert   

Sint Servaas    Sint Servaas