Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

REUKWERKVENUS04 - Vermakelyk geselschap

Een mop (boek), 1750

Hoofdtekst

'k Was onlangs by een Propenent,
Die 'k lange jaren had gekend,
Genoodigt op een pyp Tabak,
En lekker glaasje baserak
Of suranson, met nog een Heer,
Die was gekomen van Terveer,
En eenen vriend van Amsterdam,
Soo als ik naderhand vernam.
Wy zaten zamen by het vuur,
En discoureerde wel een uur
Of agt, alzoo den Heer tractant
Dien avond schonk zeer Abondant.
Wy dronken meenig vlesje uit,
Ook was de Meid van 't huis de Bruid,
Dog dienden ons gelyk voorheen,
Maar klaagde zeer dat al haar leen,
Getroffen waren door de kou,
Waar voor zy iets gebruyken zou,
Eer dat zy trouwde met baas Jan,
Een doorgeleerde Timmerman.
Soo haast de Bruid nu had gedaan,
En was ter kamer uit gegaan,
Sprak den Tractant, “'t is raar een vrouw,
Kan altyd minder tegen kou,
Dan Mannen; dog ik moet uw hier
Eens vragen Heeren voor pleizier,
't Is onder 't roosje, waarom dat
Een vrouw is altyd koud van gat,
En Mannen koud van kniën, nu raad
Dit eerst eens eer gy verder gaat.”
Den een die zag den andren aan,
Dog niemand kon dit raatsel raan.
Dies sprak op 't laast den Propenent,
“Alzoo uw dit is onbekend,
Zal ik 't uw zeggen, heeren let,
Gy weet wel Adam had geen bed,
Of beds gelyk, om 't met fatzoen
Daar op met Eva eens te doen,
Wanneer nu Kaïn werd gemaakt,
Was hy met haar op 't eys geraakt,
En lag Eva met 't bloote gat
Op den bevroren Ephratat,
Dus Adam ook op deze wys,
Noodzaakelyk met zyn kniën op 't eys,
Moest leggen, want gy weet wel dat
Hy toen de broek niet aan en had,
Nu weet gy waar het komt van daan,
Dat wy met koude kniën gaan,
En dat de billen van een vrouw,
Ook altyd zyn bezet met kouw.”
Wy lagten alle even zeer;
Maar eindelyk sprak den zeeuwschen Heer,
En vroeg aan onze Proponent,
Of 't zyn eerwaarde ook was bekend
Hoe Abel in de wereld kwam,
En hoe dat werk zyn oorsprong nam?
“Neen,” zeî hy, “'k weet het niet myn vriend,
Waarom alhier de zaak ook diend
Verhaalt te worden”, en met een
Begon dien Heer aldus zyn reen:
“Toen Moeder Eva eerst begon
Te spinnen, schoon zy nauwelyks kon,
Zoo kreeg zy dog op 't laast een streen
En liep daar meê naar Adam heen,
Zy vroeg “waar laat ik nu dat goed,
Want 't hier of daar aan hangen moet.”
Nu Adam wist daar toe geen raad
Maar Eva sprak “myn bestemaat,
Ik zie daar onder aan uw lyf,
Een stukje vleesch en dat is styf
Genoeg om daar het garen aan,
Te hangen toe blyft zoo wat staan.”
Zy hong de streen zoo aan myn Heer,
Maar Adams entje dat boog neer,
Toen riep hy: “Eva wagt ik zie
Een voetboog boven uwe knie
Daar is een Gaatje staa maar pal,
Want ik het daar in steken zal.”
't Was goed hy dee zoo, en de streen,
Bleef hangen tuschen hare leen,
Terwyl aldus het eerste paar,
Stond zoo belaglyk by malkaar,
Zeî Adam: “'t is of op myn gat,
Een groote Bie te byten zat.”
Hy trad wat voorwaars, en zyn pin,
Gleet dieper Evaas gaatje in
Door dit geval heb 'k wel gehoord,
Kwam onzen Broeder Abel voort.”
De Proponent was wel voldaan,
En liet ons dronken henen gaan,
En wenste ons voor 't laast plaisier,
By 't een of ander Venus dier.

Beschrijving

Een groep mannen vertelt elkaar raadsels. Het eerste raadsel is: waarom hebben vrouwen altijd een koud gat en mannen koude knieën? Het antwoord is: Toen Adam en Eva Kaïn maakten, hadden ze seks op het ijs. Eva lag op haar gat op het ijs en Adam zat op zijn knieën.
Het tweede raadsel is: hoe werd Abel gemaakt?
Antwoord: Eva was aan het spinnen en had een streng gemaakt. Ze wist alleen niet waar ze deze op moest hangen. Toen zag ze Adam staan met een stijve penis. Ze hing de streng eraan, maar toen werd Adams penis slap. Hij bedacht een oplossing: hij stak zijn penis in Eva's vagina en de streng bleef tussen haar leden hangen. Hier kwam Abel uit voort.

Bron

Het Reukwerk van Venus, zijnde een verzameling van koddige Snakerytjes, zeldzamen Voorvallen, en uitmuntende Puntdichten. Eiland der verliefden: 1750. pp. 105-110.

Naam Overig in Tekst

Venus    Venus   

Ephrarat    Ephrarat   

Zeeuwse    Zeeuwse   

Adam    Adam   

Eva    Eva   

Kaïn    Kaïn   

Abel    Abel   

Jan    Jan   

Naam Locatie in Tekst

Terveer    Terveer   

Amsterdam    Amsterdam