Hoofdtekst
De tweede disputatie van Faustus met den geest die Mephostophiles ghenaemt wort.
TEghens den avent so verscheen wederomme desen vlieghenden geest, namelick tusschen dry ende vier uren, dewelcke hem aanboodt in alles ghehoorsaem ende onderdanich te wesen, overmits hem van zijnen overheer de macht ghegheven was, ende seyde tot Doctor Faustus: ‘Ick brenghe u antwoorde ende ghy moet my wederomme antwoorden. Maer ic moet voor eersten verhooren wat dat u begheeren sy, omdat ghy my bevolen hadt op dese ure alhier te verschijnen.’ Doctor Faustus gaf hem eene antwoorde, maer twijfelachtich ende zijner zielen schadelick, want hy en trachte anders niet te verwerven dan dat hy gheen mensche meer wesen en soude, maer eenen openbaren duyvel oft ymmers een lidt daervan ende hy begheerde van den geest hetghene dat hiernaer volcht.
Voor eersten dat hy mochte eene geschickte forme ende ghedaente van eenen geest aennemen ende becomen.
Ten tweedden dat den gheest alles doen soude dat hy van hem soude begheeren ende versoecken. Ten derden dat hy hem toeghedaen, onderdanich ende ghehoorsaem zijn soude, als eenen trouwen dienaer toestaet.
Ten vierden dat hy hem alle-tijt, soo dickmaels als hy hem quame te voorderen ende tot zijnen huyse te beroepen, hem aldaer soude laten vinden ende in alsulc-
ken gedaente soude verschijnen, alst hem soude believen.
Ten vijfden dat hy in zijn huys soude willen onsichtbaer regeren ende van niemant anders als van hem alleene en soude laten sien, ten ware hy sulcks expresselick quame te begheeren.
Op alle dese voorszeyde puncten antwoorde den geest Fausto dat hy hem in alles soude believen ende onderdanich wesen, so verre als hy hem daertegens oock eenighe artijckelen wilde accorderen ende ingaen, ende soo verre als hy sulcx dede, so en souder voorts gheene swaricheyt vallen. Van welcke voorszeyde artijckelen dat alhier van de principaelste volghen.
Voor eersten dat Faustus hem sal sweeren, beloven ende verschrijven dat hy deses voorszeyde gheests eyghen zijn sal.
Ten tweeden dat hy sulcx, tot meerder versekeringhe, met zijn eyghen bloet soude moeten betuyghen ende hem daermede also tegens hem verschrijven.
Ten derden dat hy alle christgeloovighe menschen soude moeten vyant wesen.
Ten vierden dat hy het christelick gheloove soude moeten verloochenen.
Ten vijfden dat hy hem niet en soude moghen laten verleyden oft hem yemant wilde bekeeren.
Voor alle welcke gheloften dat den gheest hem, Fausto, sekere jaren geduerende soude tot dienste wesen. Ende wanneer dese jaren souden omme wesen, dat den voorszeyde geest hem alsdan soude moghen halen. Ende so verre als hy dese voorszeyde puncten wilde onderhouden, so soude hy alles crijghen wat zijn herte soude moghen lusten ende begheeren. Oock soude hy stracx ghewaer worden dat hy eens geestes ghedaente ende forme ghecrijghen soude. Doctor Faustus was in zijnen hoochmoet ende stout wesen so verbolghen, dat hy op zijner zielen salicheyt niet en achtede (nietteghenstaende dat hy hem daerop besinde), maer hy sloech den boosen geest de gelofte toe ende verschreef hem dat hy alle dese artijckelen onderhouden soude. Hy meynde - met meer ander kinderen deser werelt -: de duyvel en is niet soo swart als men hem afschildert, noch de helle niet soo heet als men daervan seght, etc.
TEghens den avent so verscheen wederomme desen vlieghenden geest, namelick tusschen dry ende vier uren, dewelcke hem aanboodt in alles ghehoorsaem ende onderdanich te wesen, overmits hem van zijnen overheer de macht ghegheven was, ende seyde tot Doctor Faustus: ‘Ick brenghe u antwoorde ende ghy moet my wederomme antwoorden. Maer ic moet voor eersten verhooren wat dat u begheeren sy, omdat ghy my bevolen hadt op dese ure alhier te verschijnen.’ Doctor Faustus gaf hem eene antwoorde, maer twijfelachtich ende zijner zielen schadelick, want hy en trachte anders niet te verwerven dan dat hy gheen mensche meer wesen en soude, maer eenen openbaren duyvel oft ymmers een lidt daervan ende hy begheerde van den geest hetghene dat hiernaer volcht.
Voor eersten dat hy mochte eene geschickte forme ende ghedaente van eenen geest aennemen ende becomen.
Ten tweedden dat den gheest alles doen soude dat hy van hem soude begheeren ende versoecken. Ten derden dat hy hem toeghedaen, onderdanich ende ghehoorsaem zijn soude, als eenen trouwen dienaer toestaet.
Ten vierden dat hy hem alle-tijt, soo dickmaels als hy hem quame te voorderen ende tot zijnen huyse te beroepen, hem aldaer soude laten vinden ende in alsulc-
ken gedaente soude verschijnen, alst hem soude believen.
Ten vijfden dat hy in zijn huys soude willen onsichtbaer regeren ende van niemant anders als van hem alleene en soude laten sien, ten ware hy sulcks expresselick quame te begheeren.
Op alle dese voorszeyde puncten antwoorde den geest Fausto dat hy hem in alles soude believen ende onderdanich wesen, so verre als hy hem daertegens oock eenighe artijckelen wilde accorderen ende ingaen, ende soo verre als hy sulcx dede, so en souder voorts gheene swaricheyt vallen. Van welcke voorszeyde artijckelen dat alhier van de principaelste volghen.
Voor eersten dat Faustus hem sal sweeren, beloven ende verschrijven dat hy deses voorszeyde gheests eyghen zijn sal.
Ten tweeden dat hy sulcx, tot meerder versekeringhe, met zijn eyghen bloet soude moeten betuyghen ende hem daermede also tegens hem verschrijven.
Ten derden dat hy alle christgeloovighe menschen soude moeten vyant wesen.
Ten vierden dat hy het christelick gheloove soude moeten verloochenen.
Ten vijfden dat hy hem niet en soude moghen laten verleyden oft hem yemant wilde bekeeren.
Voor alle welcke gheloften dat den gheest hem, Fausto, sekere jaren geduerende soude tot dienste wesen. Ende wanneer dese jaren souden omme wesen, dat den voorszeyde geest hem alsdan soude moghen halen. Ende so verre als hy dese voorszeyde puncten wilde onderhouden, so soude hy alles crijghen wat zijn herte soude moghen lusten ende begheeren. Oock soude hy stracx ghewaer worden dat hy eens geestes ghedaente ende forme ghecrijghen soude. Doctor Faustus was in zijnen hoochmoet ende stout wesen so verbolghen, dat hy op zijner zielen salicheyt niet en achtede (nietteghenstaende dat hy hem daerop besinde), maer hy sloech den boosen geest de gelofte toe ende verschreef hem dat hy alle dese artijckelen onderhouden soude. Hy meynde - met meer ander kinderen deser werelt -: de duyvel en is niet soo swart als men hem afschildert, noch de helle niet soo heet als men daervan seght, etc.
Onderwerp
SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   
Beschrijving
Tegen de avond (tussen drie en vuur) verschijnt de vliegende geest opnieuw, die hem aanbiedt in alles gehoorzaam te zijn. Hieraan zijn echter wel een aantal voorwaarden verbonden: Faustus zal het eigendom van deze geest zijn; hij zal het contract met zijn eigen bloed ondertekenen; hij moet alle christenen tot vijand zijn; hij moet het christelijk geloof verloochenen en als laatste mag hij zich niet door iemand laten bekeren. Als Faustus zich aan deze voorwaarde houdt, zal hij alles krijgen wat hij wil. Tevens zal hij de gedaante van een geest krijgen. Faustus acht zijn ziel en zaligheid niet zo hoog en stemt in; hij denkt net als vele andere dat de hel niet zo erg is als men zegt.
Bron
Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 4v-5r.
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0005.php
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0005.php
Naam Overig in Tekst
Faustus   
Plaats van Handelen
Wittenberg   
