Hoofdtekst
Doctor Faustus besprack hem met synen dienaer vanweghen syn testament.
ALS nu het testament Doctoris Fausti volbracht was, so riep hy tot hem zijnen dienaer ende hielt hem voor hoe dat hy hem in zijn testament bedacht hadde, omdat hy hem altijt seer wel ghedraghen hadde ende zijne secreten niemant gheopenbaert en hadde. Daerom soo verre als hy noch yet van hem begheerde, sulcks en soude hem niet gheweyghert worden. Doen begheerde den dienaer zijne boecken ende eenighe andere consten, waerop dat hem Faustus antwoorde: ‘Soveel mijne boecken belangt, die zijn u alreede toegheschickt, doch met alsulcken conditie dat ghy die niet en sult laten aen den dach comen, maer uwe profijt daermede sult doen ende daerin neerstich sult studeeren. Ten anderen soo begheerdy mijne consten die ghy doch hebben sult, soo verre als ghy mijne boecken liefhebt ende u aen niemant en kent, maer alleene daerby blijft.’ Noch seyde Doctor Faustus: ‘Mitsdien mijnen gheest Mephostophiles my niet langher te dienen schuldich en is -daerom dat ic u dien niet overlaten en mach-, so sal ick u eenen anderen geest toeschicken, so verre als ghy eenen begheert.’ Dry daghen daerna so roept hy zijnen dienaer wederom tot hem ende hielt hem voor hoe dat hy hem eenen geest verwecken wilde, so verre als hy noch daertoe ghesint ware. Ende hy soude segghen in wat ghedaente dat hy begheerde dat hy hem soude verschijnen. Daerop dat hi antwoort: ‘Mijn heere ende vader, ick begheere hem in de gedaente van een simme. Daertoe in soo grooten forme ende grootte, als een simme is.’ Daerop soo verscheen hem eenen geest in de gedaente ende in de forme van een simme die in de camer spranck ende Doctor Faustus sprack: ‘Siet daer is sy, maer sy en sal u niet te dienste wesen dan naer mijne doot. Ende als mijnen geest Mephostophiles van my ghenomen is ende hem niet meer en sult sien ende ghy u comt aen hem te verschrijven ende over te geven, so suldy hem noemen den Auwerhaen, mits dat hy aldus ghenaemt wort. Daerby soo bidde ick dat ghy mijne conste, mijne daden ende al wat ick ghedaen hebbe, niet en sult openbaren vooraleer ick doodt ben. Alsdan so meuchdy die opteyckenen, tesamenschrijven ende in eene historie tesamenbringhen, daertoe dat u uwen geest Auwerhaen helpen sal. Ende of ghy ergens yet in vergeten hadt, dat sal hy u helpen gedencken, want men sal alsulcke mijne daden ende geschiedenissen van u willen hebben.’ Den voorszeyden dienaer beloofde sulcx alles also te doene ende gaf hem daerop de hant. Ende hy en bedancte hem niet alleene voor alle ontfangene weldaden, maer insonderheyt voor tghene, daermede hy hem in zijn testament versorcht ende ghedacht heeft. Ende voorts beloofde hy hem met den gheest Auwerhaen trouwelick te volghen.
ALS nu het testament Doctoris Fausti volbracht was, so riep hy tot hem zijnen dienaer ende hielt hem voor hoe dat hy hem in zijn testament bedacht hadde, omdat hy hem altijt seer wel ghedraghen hadde ende zijne secreten niemant gheopenbaert en hadde. Daerom soo verre als hy noch yet van hem begheerde, sulcks en soude hem niet gheweyghert worden. Doen begheerde den dienaer zijne boecken ende eenighe andere consten, waerop dat hem Faustus antwoorde: ‘Soveel mijne boecken belangt, die zijn u alreede toegheschickt, doch met alsulcken conditie dat ghy die niet en sult laten aen den dach comen, maer uwe profijt daermede sult doen ende daerin neerstich sult studeeren. Ten anderen soo begheerdy mijne consten die ghy doch hebben sult, soo verre als ghy mijne boecken liefhebt ende u aen niemant en kent, maer alleene daerby blijft.’ Noch seyde Doctor Faustus: ‘Mitsdien mijnen gheest Mephostophiles my niet langher te dienen schuldich en is -daerom dat ic u dien niet overlaten en mach-, so sal ick u eenen anderen geest toeschicken, so verre als ghy eenen begheert.’ Dry daghen daerna so roept hy zijnen dienaer wederom tot hem ende hielt hem voor hoe dat hy hem eenen geest verwecken wilde, so verre als hy noch daertoe ghesint ware. Ende hy soude segghen in wat ghedaente dat hy begheerde dat hy hem soude verschijnen. Daerop dat hi antwoort: ‘Mijn heere ende vader, ick begheere hem in de gedaente van een simme. Daertoe in soo grooten forme ende grootte, als een simme is.’ Daerop soo verscheen hem eenen geest in de gedaente ende in de forme van een simme die in de camer spranck ende Doctor Faustus sprack: ‘Siet daer is sy, maer sy en sal u niet te dienste wesen dan naer mijne doot. Ende als mijnen geest Mephostophiles van my ghenomen is ende hem niet meer en sult sien ende ghy u comt aen hem te verschrijven ende over te geven, so suldy hem noemen den Auwerhaen, mits dat hy aldus ghenaemt wort. Daerby soo bidde ick dat ghy mijne conste, mijne daden ende al wat ick ghedaen hebbe, niet en sult openbaren vooraleer ick doodt ben. Alsdan so meuchdy die opteyckenen, tesamenschrijven ende in eene historie tesamenbringhen, daertoe dat u uwen geest Auwerhaen helpen sal. Ende of ghy ergens yet in vergeten hadt, dat sal hy u helpen gedencken, want men sal alsulcke mijne daden ende geschiedenissen van u willen hebben.’ Den voorszeyden dienaer beloofde sulcx alles also te doene ende gaf hem daerop de hant. Ende hy en bedancte hem niet alleene voor alle ontfangene weldaden, maer insonderheyt voor tghene, daermede hy hem in zijn testament versorcht ende ghedacht heeft. Ende voorts beloofde hy hem met den gheest Auwerhaen trouwelick te volghen.
Onderwerp
SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   
Beschrijving
Na het optekenen van dit contract roept Faustus zijn dienaar tot zich. Waghener heeft hem altijd trouw gediend en alle geheimen voor zich gehouden. Daarom mag Waghener nu nog alles aan hem vragen en Faustus zal hem dit geven, mits dit in zijn macht ligt. Zijn dienaar vraagt hem zijn boeken en zijn kunsten. Faustus antwoordt hem dat hij de boeken al aan hem heeft nagelaten en dat hij de kunsten allen kan erven in zoverre hij die boeken goed bestudeert.
Fautus zegt dat hij zijn geest Mephostophiles niet aan Waghener kan overdoen, omdat deze hen na de beëindiging van het contract zal verlaten. Hij kan hem, als Waghener dat wil, wel een andere geest toezenden.
Drie dagen later vertelt Faustus dat hij deze geest voor hem wil oproepen, maar hij wil van Waghener weten welke gedaante deze moet hebben. Zijn dienaar antwoordt dat zijn geest de gedaante en grootte van een aap moet hebben. De geest heet Auwerhaen.
Faustus zegt tegen Waghener dat hij pas alle kunsten en daden mag openbaren ná zijn dood. De geest Auwerhaen zal hem helpen met het optekenen van Faustus' verhaal. Waghener belooft dit te zullen doen en bedankt hem voor zijn weldaden en dat hij hem in zijn testament heeft opgenomen.
Fautus zegt dat hij zijn geest Mephostophiles niet aan Waghener kan overdoen, omdat deze hen na de beëindiging van het contract zal verlaten. Hij kan hem, als Waghener dat wil, wel een andere geest toezenden.
Drie dagen later vertelt Faustus dat hij deze geest voor hem wil oproepen, maar hij wil van Waghener weten welke gedaante deze moet hebben. Zijn dienaar antwoordt dat zijn geest de gedaante en grootte van een aap moet hebben. De geest heet Auwerhaen.
Faustus zegt tegen Waghener dat hij pas alle kunsten en daden mag openbaren ná zijn dood. De geest Auwerhaen zal hem helpen met het optekenen van Faustus' verhaal. Waghener belooft dit te zullen doen en bedankt hem voor zijn weldaden en dat hij hem in zijn testament heeft opgenomen.
Bron
Carel Baten, Warachtighe historie van doctor Johannes Faustus. (ed. René Blankers) Jasper Troyen (?), Dordrecht 1592, 52v-53v
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0066.php
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0066.php
Commentaar
'Auwerhaen: ook wel Averhaen. Wagenaers geest heeft de gedaante van een aap, maar is tevens in staat hem naar andere werelddelen te vervoeren op zijn rug. Op die manier laat hij Wagenaer (en de lezer) grote reisavonturen beleven, die de hoofdmoot vormen in Die Historie van Christoffel Wagenaer, discipel van D. Johannes Faustus, naar den Utrechtschen druk van Reynder Wylicx uit het jaar 1597, uitgegeven door J. Fritz, Leiden 1913.'
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0076.php#a058
http://www.dbnl.org/tekst/bate002wara02_01/bate002wara02_01_0076.php#a058
Naam Overig in Tekst
Wagenaer   
Faustus   
Mephostophiles   
Waghener   
Wagenaer   
Plaats van Handelen
Wittenberg   
