Hoofdtekst
In de Bergstraat te Arnhem stond vroeger de olieslagerij van Wijckerhold Bisdom; vijf wit gepleisterde pakhuizen met hooge topgeveltjes, ''De Vijf Zinnen'' geheeten, grensden aan dat gebouw.
In de olieslagerij heeft het vroeger geducht gespookt. Een kabouter, ,,'t oliemenneke van Bisdom" tuigde er 's nachts de paarden op, spande ze in den molen en liet ze loopen, tot ze bijna niet meer konden. Als de knechts 's morgens aan het werk wilden gaan, stonden de dieren afgebeuld, bezweet en sidderend op stal, en was er dien dag niets meer mee aan te vangen.
Wat men ook deed, 't was tevergeefs. De knechts weigerden soms hun werk 's avonds in den stal of den molen te verrichten, zoo bang waren ze om het oliemenneke te ontmoeten.
Ten einde raad riep men de hulp in van een geestelijke. Op een avond omstreeks middernacht begaf deze zich naar den stal, toen het oliemenneke daar binnen rumoerde. Wat in den stal gebeurde, heeft nooit iemand geweten, maar op eens hield het lawaai op: de staldeur vloog open en de geestelijke liep langzaam in de richting van Boven-Over. Men kon het hem aanzien, dat hij een zwaren strijd te voeren had. Bij den Haspel schenen zijn krachten toch te kort te schieten: verder kreeg hij het oliemenneke niet, maar hij bezwoer hem toch niet meer naar den stal te gaan, en stond hem slechts toe elk jaar een haneschree dichter bij Arnhem te komen.
In de olieslagerij heeft het vroeger geducht gespookt. Een kabouter, ,,'t oliemenneke van Bisdom" tuigde er 's nachts de paarden op, spande ze in den molen en liet ze loopen, tot ze bijna niet meer konden. Als de knechts 's morgens aan het werk wilden gaan, stonden de dieren afgebeuld, bezweet en sidderend op stal, en was er dien dag niets meer mee aan te vangen.
Wat men ook deed, 't was tevergeefs. De knechts weigerden soms hun werk 's avonds in den stal of den molen te verrichten, zoo bang waren ze om het oliemenneke te ontmoeten.
Ten einde raad riep men de hulp in van een geestelijke. Op een avond omstreeks middernacht begaf deze zich naar den stal, toen het oliemenneke daar binnen rumoerde. Wat in den stal gebeurde, heeft nooit iemand geweten, maar op eens hield het lawaai op: de staldeur vloog open en de geestelijke liep langzaam in de richting van Boven-Over. Men kon het hem aanzien, dat hij een zwaren strijd te voeren had. Bij den Haspel schenen zijn krachten toch te kort te schieten: verder kreeg hij het oliemenneke niet, maar hij bezwoer hem toch niet meer naar den stal te gaan, en stond hem slechts toe elk jaar een haneschree dichter bij Arnhem te komen.
Onderwerp
TM 3108 - Nachtmerrie berijdt paard   
Beschrijving
Een kabouter, "het oliemenneke van Bisdom" tuigde 's nachts de paarden op, spande ze in de molen en liet ze lopen tot ze bijna niet meer konden. Als de knechten 's morgens aan het werk wilden gaan, stonden de dieren afgebeuld, bezweet en sidderend op stal en was er die dag niets meer mee aan te vangen. De knechten weigerden om 's avonds in de stal of de molen te werken, omdat ze bang waren de kabouter te ontmoeten.
Er werd een geestelijke gevraagd om het oliemenneke te verjagen. De geestelijke wist hem tot de Haspel op te jagen, vanaf toen kwam de kabouter ieder jaar weer een haneschree dichter bij Arnhem.
Er werd een geestelijke gevraagd om het oliemenneke te verjagen. De geestelijke wist hem tot de Haspel op te jagen, vanaf toen kwam de kabouter ieder jaar weer een haneschree dichter bij Arnhem.
Bron
J.R.W. Sinninghe: Geldersch Sagenboek (Zutphen 1943), 8-9
Naam Overig in Tekst
Wijckerhold Bisdom   
De Vijf Zinnen   
't oliemenneke van Bisdom   
Naam Locatie in Tekst
Bergstraat   
Arnhem   
Boven-Over   
De Haspel   
Plaats van Handelen
Arnhem   
