Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KOOIJMAN1101

Een sage (mondeling), woensdag 30 januari 1963

Hoofdtekst

Die melkrijder uit Ijsselstein, die heb me wel is verteld, z'n vader, hè, toen die een jongkerel was, toen liep die is same met een vriend een endjie om, en toen zijn ze same op de loop gegaan voor een spook, een spook in 't wit. Een heel end gelope, maar toen zeje ze tege mekaar: "Dat ken toch eigenlijk niks zijn, en we zijn toch met z'n tweeë, dan hoeve me toch niet bang te weze". Affijn, ze gaan terug, niet zo vlug as ze teruggelope ware en wat ze toen zagge. D'r stond een witte geit rechtop tege een knotwilg met z'n voorpote tege de bast zak maar zegge en die geit stond daar gewoon maar een wilgetakkiete frete op dat weggie. En dat was nou 't hele spook.

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

Beschrijving

De melkrijder uit IJsselstein heeft eens verteld, dat zijn vader met een vriend aan het wandelen was en toen zijn ze gevlucht voor een wit spook. Nadat ze een heel stuk hadden gelopen, zeiden ze tegen elkaar dat het toch eigenlijk niks kon zijn. En ze waren met zijn tweeën, dus waarom zouden ze bang zijn? Toen ze terugliepen zagen ze een witte geit rechtop tegen een knotwilg staan. Die geit zat gewoon een wilgentakje te eten op de weg. Het spook dat ze zagen was gewoon die geit.

Bron

Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 166

Naam Locatie in Tekst

IJsselstein    IJsselstein