Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AT 0560    AT 0560   

- The Magic Ring

Een sprookje (),

Beschrijving

I. (a) Een jongen heeft 2 broers [P251.6.1]. (b) Zij laten hem in een put vallen [K2211, F93.0.2.1]. (c) Hij komt eerst in een kamer met een gedekte tafel maar zonder eten erop, dan in een boomgaard waar hij een sprekende appel en een dito peer vindt, die hem verbieden hen op te eten [D981.1, D981.6, D840, D1610.10]. Hij eist dat zij hem eten bezorgen. Zij laten hem teruggaan naar de tafel: nu staat er eten op [D1030.1]. (d) Nu moeten zij zorgen dat hij daar weg komt. Zij laten hem op een fluit blazen [D1223.1]. Er verschijnt een koetsier die hem naar een stad brengt. II. (a) Het is zelfs midden op de dag donker in de stad omdat er een sneeuwberg voor ligt; wie deze wegrolt zal de prinses tot vrouw krijgen [T68]; (a1) hij komt bij een plas waar een grote berg ingerold moet worden. (b) De appel en de peer rollen op zijn bevel de (sneeuw)berg weg (in het water) [H987]. III. (a) Twee Joden stelen zijn appel en peer [D861], (a1) kopen ze van hem voor een sjees en 2 paarden. (b) Zij laten deze berg weer voor de stad (uit het water) rollen. (c) Zij bewaren de vruchten in een toren in het (dit) water. IV. (a) De jongen krijgt van een boer een sprekende hond [B211.1.7], van een andere een sprekende kat [B211.1.8], omdat zij altijd te dicht bij het vuur liggen, (b) waarom hij hen had willen laten verdrinken. (c) Hij vraagt zijn moeder of ze ook 2 zonen mist. "Ja". "Dan hebt u ze hier weer terug", en hij geeft haar de appel en de peer [D211, D211,5].

Subgenre

sprookje

Literatuur

Delarue & Tenèze 1964 393-401
Ranke 1958 231-241.