Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AT 0555    AT 0555   

- The Fisher and his Wife

Een sprookje (),

Beschrijving

I. (a) Een (oud) mannetje, (a1) visser, (a2) boerenknecht, (b) Bouweom, (b1) Hoantsje, (b2) Igelom, (b3) Jan (Kneppelkont), (b4) Pichem, (b5) Pier, (b6) Piggelmee, (b7) Tinteraté (Tinterlaté Tinterlanteen) (c) woont met zijn vrouwtje, (d) Antsjemuoi, (d1) Boantsje, (d2) Hikke, (d3) Hillebil, (d4) Isebel (Isabel, Isebise), (d5) Jeltsjemuoi, (d6) Kike, (d7) Tryn, (d8) Ulebút, (e) onder een (oude) pot (Keulse, as-, mosterdpot), (e1) doofpot, (e2) pispot, (e3) koolbladeren, (e4) in een (oud) huisje (krot, hut), (e5) ton. (f) Hij vangt een (meestal ned.) sprekend(e) vis(je), (f1) zilveren, (f2) gouden, vis, (f3) goudvis, (f4) bot, (f5) stekelbaarsje [B211.5], (g) Piterman, (g1) Timpe(r)tee, (g2) Tintelatee, (g3) Tryp en Tré. (h) De vis belooft zijn wensen [D1761.0.1], (h1) 3 wensen [D1761.0.2], (h2) een wens [D1761.0.2.2], te vervullen als hij hem weer laat zwemmen [B375.1]. (i) Zijn vrouw stuurt hem naar een vis, (i1) meermin [B81], die alle wensen vervult. (j) Ze vinden een boon en planten deze. In één nacht groeit hij tot in de hemel [F54.2]. Zijn vrouw stuurt hem naar boven om God haar wensen voor te leggen. II. (a) De man doet de eerste (tweede) wens, zijn ontevreden bijvende vrouw de (ev.) andere, (a1) de vrouw doet alle wensen; elke volgende overtreft de vorige. (b) De man roept de vis telkens op met een fries, (b1) ned., rijmpje of een dito formule, (c) (beginnend met:) "Botje, botje, (c1) visje, visje in (kom uit) de zee; (c2) visje, visje, in de vliet, (c3) uit de sloot." (d) In een tweede helft van het rijmpje beklaagt hij zich daarbij over zijn onverzadigbare vrouw, bijv.: "Mijn vrouw Hillebil, weet niet wat zij", of: (d1) "wil niet, wat ik, wil". (e) De eerste wens is: een (mooi, groot, nieuw) huis(je), (e1) een houten huisje, (e2) villa, (e3) boerderij, (e4) eten, (e5) tevredenheid en even groot zijn als gewone mensen. (f) De tweede: een nieuw, (f1) zilveren, (f2) nog mooier, huis, (f3) boerderij, (f4) kasteel (paleis), (f5) huisraad (meubels), (f6) gerij (rijtuig, koets), (f7) een auto, (f8) geld, (f9) koningin, (f10) koning, worden. (g) De tweede wens is samengesteld, naast het genoemde wordt ook nog geld, kleren, eten en/of personeel gevraagd. (h) Als de derde (deze) wens niet de laatste is wordt er nog een al of niet ander genoemd(e reeks) ding(en) gevraagd; (h1) de derde wens is: de zon zijn (omdat deze sterker is dan de koningin), de vierde: een wolk zijn (omdat deze sterker is dan de zon) (cf. 2031) [Z42], (h2) de derde is: paus worden, (h3) een gouden huis. (i) Met de laatste (derde) wens: een mooier, (i1) gouden huis, (i2) paleis (kasteel), (i3) een villa, (i4) fiets, (i5) gouden koets, (i6) een kasteel (paleis), (i7) toren, (i8) berg, zo hoog dat zij haar handen in de wolken kan wassen, (ig) huis tot in de hemel, zodat zij God kan zien; (i10) koningin, (i11) koning, (i12) God, worden, (i13) zo machtig als, (i14) machtiger dan, God worden, (i15) de hele wereld, (i16) smoorrijk worden, (i17) of als ze tenslotte niets meer weet te wensen, gaat ze te ver: (j) de vis stuurt de man met een fries of ned. rijmpje als: "Loop heen zot,/Wil je boven God,-/Kruip dan maar weer onder je pot" terug. (k) Al het verkregene wordt hen afgenomen en ze zijn weer net zo arm, (k1) nog armer, als voorheen [C773.1, J514, Q338, L420]; (k2) de reuzeplant verdwijnt en voor straf veranderen ze in uilen [D153.2, D661].

Subgenre

sprookje

Literatuur

Delarue & Tenèze 1964 376-387
I. Köhler, in: EM II 586-587
Liungman 1961 161-163, 364
Ranke 1958 217-228
Rölleke 1978.