Beschrijving
(a) Een bouwmeester kan een brug niet op tijd klaarkrijgen. (b) Een heer, de duivel [G303.3.1.2] biedt aan te helpen, (b1) hij vraagt de duivel hem te helpen [G303.6.1.2]. (c) De duivel biedt aan in één nacht de brug te maken als het eerste wat erovr gaat voor hem zijn zal; (c1) een boer belooft de duivel de ziel van de eerste de beste die zijn huis zal verlaten. (d) De bouwmeester lokt als eerste de hond, (d1) de duivel zelf, over de brug; (d2) de boer jaagt zijn hond naar buiten [M210, S241.1].
Subgenre
sprookje
Literatuur
E. Moser-Rath, in: EM II 838-842
Petzoldt 1970 281, 454.

