Beschrijving
(a) Drie, (a1) 2, (a2) enkele, (a3) een, (b) studenten, (b1) schippersknechten, (b2) man(nen), in een herberg, (c) wedden onderling, (c1) wedt met de kastelein, (d) om 12 flessen, (d1) een fles, wijn, (d2) een goede maaltijd, (d3) een aantal verteringen, te betalen door de verliezer: (e) welke kant zal de domtoren, (e1) toren van Tzum (de hoogste van het Friese platteland), (e2) de toren, overvallen, als hij om mocht vallen? (f) Dit delen ze de kastelein pas mee als ze alles op hebben en hij naar de inhoud van de weddenschap vraagt. (g) De kastelein zal op de betaling moeten wachten tot de toren omgevallen is. (h) Dit zou voorgevallen zijn te Franeker, (h1) Oldeboorn, (h2) Tzum, (h3) Utrecht.
Subgenre
mop
Literatuur
Cornelissen 1929-37 I 163.

