Beschrijving
(a) Een poep, (a1) kleermaker, (b) berooft een lijk, hangend aan de galg, (b1) een boom, van de laarzen. (c) Hierbij snijdt hij het een, (c1) knipt hij het beide benen, af. (d) Hij krijgt onderdak bij een boer. (e) De boer berooft hem 's nachts en gooit hem voor dood bij de varkens, maar hij komt weer bij. (e1) Hij ziet de stier aan voor de geest van de gehangene. (f) Hij slaat op de vlucht met achterlating van de laarzen. De boer en de knecht, (f1) boerin, denken de volgende ochtend dat de varkens (stier) hem opgegeten hebben (heeft) op deze na. (g) Hij keert terug, speelt voor zijn eigen geest, en dwingt de boer het driedubbele van de van hem geroofde som af, (g1) en jaagt de boer en boerin schrik aan door om zijn benen te vragen (cf. 366) [K2152.2, K1833]. Cf. 1281A.
Subgenre
mop

