Beschrijving
(a) Twee mannen, (a1) studenten, (a2) kooplui, (a3) Joden, (a4) poepen, (a5) een heer en een boer, (b) kopen samen 2 vissen, (b1) worsten, waarvan de ene (iets) groter blijkt dan de andere. (c) Als een van hen, (c1) de boer, de grootste neemt verwijt de ander (heer) hem dat hij zich niet fatsoenlijk gedraagt. (d) Hij vraagt hierop: "Welke zou jij (u) dan genomen hebben?" "De kleinste natuurlijk". "Dan is alles toch in orde, want die heb je (heeft u) nu toch ook?"
Subgenre
mop
Literatuur
Ausubel 1974 403
Jason 1964 nr. 1567*K
Landmann 1973 336
Pl. Land XIV (1929) 48
Röhrich 1977 114-115.

