Beschrijving
(a) Koning Ludovicus XI van Frankrijk, (a1) een Franse prins, de latere koning Lodewijk XI, eet op jacht bij een boer rapen, met smaak. (b) Dezelfde boer, (b1) een boer, (b2) gaardenier, (b3) man, brengt (c) Lodewijk XI, (c1) koning Frederik (II van Pruisen), (c2) een koning, (c3) zijn landheer, de baron, (later) (d) een zak van zijn grootste rapen, (d1) grote raap, (d2) kool, (d3) een kruiwagen wortels. (e) Onderweg eet hij alle rapen op de grootste na op. (f) Als beloning voor die (ene) raap, enz., geeft de vorst (baron) hem 1000 gulden, (1) gouden kronen, (f2) 20 rijksdaalders, (f3) een gouden tientje, (f4) 25 mark, (f5) een zak geld. (g) Een jaloerse hoveling, (g1) graaf, (g2) buurman, (g3) rijke boer, (h) geeft nu, hopend op nog groter gewin, de vorst (baron) een paard, (h1) kalf, maar krijgt als beloning de zo duur betaalde raap, enz. [J2415.1]. (i) Diezelfde hoveling ziet later hoe de kanselier de koning een luis van het kleed plukt en hiervoor f 50,-- krijgt. Hij grijpt de koning bij de kuif, zgn. om een vlo te vangen, maar krijgt voor deze brutale handeling 50 stokslagen [J2415.2].
Subgenre
mop
Literatuur
Liungman 1961 328-329, 378.

