Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

AT 1691    AT 1691   

- "Don't Eat too Greedily."

Een mop (),

Beschrijving

I. (a) Een man en zijn vrouw, (a1) boer en boerin, (a2) moeder en zoon, (a3) jongen en meisje, (a4) grootknecht en jongste knecht, (a5) schilder en zijn knecht, (b) Jan en Tryn, (b1) Gryt, (b2) Kike en Kanne, (b3) Obe-om en Tytjse-muoi, (b4) Oeble en Tytsje, (c) eten bij een (hun) boer, (c1) landheer, (c2) dokter, (c3) familie, (c4) ergens. (d) Ze spreken af dat de eerste de tweede, (d1) de tweede en de eerste, onder de tafel met de voet een teken zal geven om op te houden met eten, zodra hij (zij) vindt dat de ander voor het fatsoen genoeg gehad heeft. (e) Deze is nog maar nauwelijks begonnen of de hond, (e1) kat, onder de tafel, (e2) zij, trapt hem (haar) op de voet, waarop hij (zij) de lepel neerlegt. (f) Ze blijven die nacht bij hun gastheer slapen, (f1) gaan na het eten naar huis; (f2) de vrouw, (f3) man, neemt een (de) pan papmee (1653A). II. (a) De vrouw, (a1) het meisje, (a2) de man, (a3) de (een) jongste knecht, (a4) zoon, (a5) een (de) knecht, (a6) poep die bij de boer werkt, gaat in het donker naar de kelder om eten. (b) Zij (hij) eet daar jonge katten op, die zij (hij) voor oliebollen aanziet, (b1) gooit daar de potten en pannen om. (c) Zij (hij) neemt voor haar (zijn) partner, (c1) een andere knecht, (c2) poep, (d) een lepel, (d1) pot, (d2) pan, (e) pap, (e1) soep, (e2) aardappels, (e3) erwten, (e4) eten, mee. (f) Zij (hij) vergist zich in het donker en komt uit bij het bed (de bedstee) van de boer, (f1) boerin; (f2) ze zoeken 's nachts onder het bed van de boer naar de pap. (g) Zij (hij) houdt deze, (g1) haar man (zijn vrouw, de ander), het eten voor het achterwerk dat boven de dekens uitsteekt. (h) De slapende laat een wind. "Het is niet heet." (i) Het antwoord is weer een wind (nog meer winden); (i2) geen antwoord. (j) Zij (hij) slaat hem (haar) de lepel, enz., met inhoud tegen het achterwerk (stuk), (j1) gooit deze in bed, (j2) giet haar de pap in de nek. (k) De man doet zijn behoeften in de karnton. (l) Zij (hij) bemerkt nu de (persoons)verwisseling. (m) Ze nemen de vlucht, (n) waarbij de man, (n1) vrouw, (n2) knecht, (n3) zoon, (n4) ze, in de haast de deur meeneemt (-nemen). (o) De boer had hem nl. gevraagd hierop te letten (Cf. 1009). (1653A) [K1413, J2541].

Subgenre

mop

Literatuur

# Sinninghe 1943 34 nr. 1292*.