Beschrijving
(a) Een man verdwaalt in het bos en komt bij een alleenwonende vrouw terecht. (b) Hij mag bij haar in de kamer slapen; (b1) een zwerver mag tussen de boer en zijn vrouw slapen. (c) Ze hebben pannekoeken, (c1) pudding, gegeten; er is nog iets overgebleven. (d) Midden in de nacht moet de boer eruit. (e) De man (zwerver) vraagt de vrouw (boerin): "Mag ik?" "Toe maar." Hij naar de pannekoeken (pudding).
Subgenre
mop
Literatuur
Dorson 1964 80-81
Legman 1968 121-122
Murphy 1975 19-21, 161
Randolph 1952 16, 185.

