Beschrijving
(a) Een jongen, (a1) heersknecht, (a2) boerenknecht, (a3) jongste knecht van een boer, (a4) zoon van een jager, (b) moet een dominee, (b1) pastoor, (b2) baron, (c) een haas, (c1) kalkoen, (c2) pruimen, (c3) mispels, (c4) kersen, (c5) melk, brengen. (d) (Een) vorige ke(e)r(en) heeft de jongen, enz., niets voor het brengen gekregen, daarom: (e) Hij overhandigt wat hij brengen moet brutaal en zonder plichtplegingen. (f) De dominee, enz., wil hem fatsoen bijbrengen. Ze zullen elkaars rol spelen. De dominee, enz., overhandigt de jongen, enz., met veel egards het geschenk. Deze bedankt hem en geeft hem een muntstuk als beloning.
Subgenre
mop

