Hoofdtekst
Een officier, een rechter en een dominee kwamen in een herberg waar slechts één bed meer over was. Alle drie waren moei. Ieder wilde het dus hebben. De waard moest beslissen. Hij vroeg wie en wat zij waren:
"Ik heb zes jaar in A in garnizoen gelegen," zei de officier.
"Ik heb acht jaar in B de rechtbank gezeten," zei de rechter.
"Ik heb tien jaar in C als dominee gestaan," zei de dominee.
Aangezien nummer één gelegen, nummer twee gezeten en nummer drie gestaan had, kreeg de predikant het bed.
(Zaan)
"Ik heb zes jaar in A in garnizoen gelegen," zei de officier.
"Ik heb acht jaar in B de rechtbank gezeten," zei de rechter.
"Ik heb tien jaar in C als dominee gestaan," zei de dominee.
Aangezien nummer één gelegen, nummer twee gezeten en nummer drie gestaan had, kreeg de predikant het bed.
(Zaan)
Beschrijving
Voor een officier, een rechter en een dominee is nog maar één bed beschikbaar. De waard die moet beslissen, vraagt wie en wat zij zijn. De officier vertelt in garnizoen te hebben gelegen, de rechter in de rechtbank te hebben gezeten, de dominee dat hij als dominee heeft gestaan. De dominee krijgt het bed omdat hij heeft gestaan.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
26 oktober 1899
Naam Overig in Tekst
A   
B   
C   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
