Hoofdtekst
Een boer en boerin hadden twee meiden die onaneerden met een kaars. Dit kwam een boerejongen te weten. Hij verhuurde zich als meid. Na korten tijd waren de meiden zwanger. De vroedvrouw moest komen en alledrie onderzoeken. Toen wist de jongen geen raad. Hij nam een pikdraadje, deed dit om zijn penis, haalde dit tusschen zijn beenen door en bond het om zijn hals vast. De vroedvrouw kwam. Nummer één bevond zij zwanger. Nummer twee dito.
Maar toen ze nummer drie zou onderzoeken, kreeg hij door het kittelen een erectie, het touwtje brak en de vroedvrouw riep: "O God, die is het verst heen; het kind zit verkeerd en daar is het armpje al."
(Leiden)
Maar toen ze nummer drie zou onderzoeken, kreeg hij door het kittelen een erectie, het touwtje brak en de vroedvrouw riep: "O God, die is het verst heen; het kind zit verkeerd en daar is het armpje al."
(Leiden)
Beschrijving
Boerenjongen verhuurt zich als meid op boerderij waar twee meiden zichzelf bevredigen. Na verloop van tijd zijn ze zwanger, waarop de vroedvrouw komt om de drie meiden te onderzoeken. De jongen bindt met een touwtje zijn penis op, krijgt door het kietelen een erectie waardoor het touwtje breekt. De vroedvrouw denkt dat de bevalling aanstaande is, dat het kind verkeerd ligt en dat het armpje er al uitsteekt.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
17 november 1899
Onder "Beeld" een foto uit Bakker's Leidse studententijd.
Naam Overig in Tekst
God   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
