Hoofdtekst
Professor Cobet kwam zaterdag 's avonds steeds bij professor Heynsius.
Bij het naar huis gaan, zei hij dan: "Prettige coïtus, collega."
"Wat beteekent dat?" vroeg mevrouw Heynsius aan haar man.
"Och, hij denkt dat ik morgen naar de kerk ga en wenscht mij een prettige kerkgang."
Den volgenden zaterdag vertrok professor Cobet weer met zijn zegenwensch, waarop mevrouw Heynsius uitviel: "Zeg dat maar nooit weer, professor, want hij komt er toch nooit in."
Bij het naar huis gaan, zei hij dan: "Prettige coïtus, collega."
"Wat beteekent dat?" vroeg mevrouw Heynsius aan haar man.
"Och, hij denkt dat ik morgen naar de kerk ga en wenscht mij een prettige kerkgang."
Den volgenden zaterdag vertrok professor Cobet weer met zijn zegenwensch, waarop mevrouw Heynsius uitviel: "Zeg dat maar nooit weer, professor, want hij komt er toch nooit in."
Beschrijving
Na zaterdags bezoek wenst professor zijn collega en diens vrouw een prettige coïtus. Op de vraag van zijn vrouw naar de betekenis antwoordt de man dat hem een prettige kerkgang is gewenst. De volgende keer dat de professor de wens uitspreekt reageert de vrouw dat hij er nooit in komt.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
30 juli 1900
C.G. Cobet (1813-1889) was filoloog, paleograaf en tekstkriticus, hoogleraar Grieks aan de universiteit van Leiden sinds 1846. Adriaan Heynsius (1831-1885) was fysioloog, hoogleraar fysiologie aan de Leidse universiteit sinds 1866. Heynsius was sinds 9 juni 1858 getrouwd met Elisabeth Paulina du Rieu.
Naam Overig in Tekst
Cobet   
Heynsius   
Latijn   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
