Hoofdtekst
Mijn Zuiderwouder had zelf het volgende beleefd. Hij was soldaat en bevond zich met meerdere soldaten op wacht. Men verdreef den ledigen tijd met kaartspelen.
Opeens zei één van de soldaten: "Wil ik klaverenboer eens om een flesch genever sturen?"
Men lachte, dacht aan een ui, maar toen hij volhield en bedong dat de man dan een dubbeltje moest bijpassen, besloot men de proef te wagen.
Eén, twee, drie, daar ging het. Klaverenboer verdween, de soldaat zelf viel van zijn zelven, werd zoo wit als een doek en het klamme zweet brak hem uit. Na enkele minuten kwam de flesch genever op de tafel staan met klaverenboer aan den hals (hoe?).
Toen kwam de soldaat dadelijk weer bij. Niemand durfde uit de flesch te drinken, doch toen de soldaat zelf het voorbeeld gaf, het hem goed bekwam, verzamelde men al zijn moed en heeft de flesch geledigd.
Den volgenden dag vertelde de schildwacht bij de hoofdpoort dat hij 's nachts onverhoeds een harde klap had gekregen dat hij suizebolde, maar dat hij, toen hij keek wie hem dat lapte, niemand kon bespeuren. Toen ze den volgenden dag tevens op marsch gingen, kwamen ze bij een herbergier, die een kwartier buiten de stad woonde, aan.
Deze zei tot hen: "Wat heb jelui vannacht een spektakel gemaakt, om mij midden in de nacht uit mijn bed te porren, om een flesch genever."
Zij ontkenden, te meer daar de herbergier er bij zei dat de flesch niet betaald was. Deze hield echter vol en wees de soldaat die klaverenboer had uitgezonden als de haler aan.
Mijn zegsman eindigde met te zeggen: "Die soldaat was dus vast een kol, want hij was de kamer niet uit geweest, en een mensch kan in die paar minuten onmogelijk dien langen weg heen en terug hebben afgelegd".
Opeens zei één van de soldaten: "Wil ik klaverenboer eens om een flesch genever sturen?"
Men lachte, dacht aan een ui, maar toen hij volhield en bedong dat de man dan een dubbeltje moest bijpassen, besloot men de proef te wagen.
Eén, twee, drie, daar ging het. Klaverenboer verdween, de soldaat zelf viel van zijn zelven, werd zoo wit als een doek en het klamme zweet brak hem uit. Na enkele minuten kwam de flesch genever op de tafel staan met klaverenboer aan den hals (hoe?).
Toen kwam de soldaat dadelijk weer bij. Niemand durfde uit de flesch te drinken, doch toen de soldaat zelf het voorbeeld gaf, het hem goed bekwam, verzamelde men al zijn moed en heeft de flesch geledigd.
Den volgenden dag vertelde de schildwacht bij de hoofdpoort dat hij 's nachts onverhoeds een harde klap had gekregen dat hij suizebolde, maar dat hij, toen hij keek wie hem dat lapte, niemand kon bespeuren. Toen ze den volgenden dag tevens op marsch gingen, kwamen ze bij een herbergier, die een kwartier buiten de stad woonde, aan.
Deze zei tot hen: "Wat heb jelui vannacht een spektakel gemaakt, om mij midden in de nacht uit mijn bed te porren, om een flesch genever."
Zij ontkenden, te meer daar de herbergier er bij zei dat de flesch niet betaald was. Deze hield echter vol en wees de soldaat die klaverenboer had uitgezonden als de haler aan.
Mijn zegsman eindigde met te zeggen: "Die soldaat was dus vast een kol, want hij was de kamer niet uit geweest, en een mensch kan in die paar minuten onmogelijk dien langen weg heen en terug hebben afgelegd".
Onderwerp
SINSAG 0685 - Pikbube als Helfer.   
Beschrijving
Soldaten die wacht houden spelen kaart. Eén van hen stelt voor om klaverboer een fles jenever te laten halen, waarmee de anderen accoord gaan. De klaverboer verdwijnt en de soldaat raakt bewusteloos. Even later verschijnt de klaverboer weer met de fles jenever en de soldaat komt bij. De volgende dag vertelt een schildwacht dat hij die nacht een klap heeft gekregen van een onzichtbaar iemand. Tijdens een mars komen de sioldaten bij een herbergier die vertelt dat hij die nacht is gewekt door de bewuste soldaat om een fles jenever te leveren. Volgens de zegsman moet de soldaat een heks zijn geweest.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
23 april 1901
Informant uit Zuiderwoude (roeier)
Sterk bewerkt gepubliceerd door C. Bakker in: `Iets over kollen en belezen', in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 39 (1903), p.690-691; zie CBAK0510.
Sterk bewerkt gepubliceerd door C. Bakker in: `Iets over kollen en belezen', in: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde 39 (1903), p.690-691; zie CBAK0510.
Pikbube als Helfer. Spielkarte ausgeschickt, um Schnaps zu holen
Naam Overig in Tekst
Zuiderwouder   
Naam Locatie in Tekst
Zuiderwoude   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
