Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0217

Een sprookje (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Nou heb je me laast na een spookgeschiedenis gevraagd. Deer weet ik er ook nog een van - of eigelijk geen spookgeschiedenis: 't meer om te bewijze, dat er geen spoke bennen.
Je weet wel dat as het vroeger in die kasteele of groote huizen spookte, dan ginge ze met er heele hussie eruit vandaan, en liete alles an zen lot over.
Zoo was er den om te beginne een kasteel waar het dus ook spookte en niemand dorst er na toe.
Maar op een keer reisde een prins of een andere hooggeplaaste door het land en die zeit: "Ik geloof er niks van. Ik moet toch ers kijke wat dat om het lijf had."
Hij ging er dus met zijn knecht op af en nam pistole en een paar kaarse mee.
Toe hij bij het kasteel was, zeidie teuge zijn knecht: "Gaan jij maar naar huis. Ik zel het allien wel klare."
Hij gong dus na binne en zag niks niemedal. Hij gaat op de kanapé zitte, maar niks bizonders. Toe het donker was, stak hij een kaars op. Zoo wier het dan tien uur, elf uur of twaalf uur - op wat voor tijd komme die spoke ook weer? - en jawel, daar komt zoo'n sinjeur an stappe. Heelemaal in 't wit, en kettinge an zijn hande en voete, en zwavel brandde op zijn hoofd.
"Wie ben je?" vroeg ie.
De ander zei niks, maar wenkte met zijn vinger dat ie hem volge moest. Hij had wel in de gate dat het geen spook was, maar docht: ik moet toch ers kijke, waar ik na toe moet. Dus hij gong waar de ander hem wenkte.
Opiens zinkt het spook in de diepte en flap, daar gong hij ook. Toe viel ie in de kelder en vier, vijf kerels spronge op hem.
"Ho nou ers effetjes," zeidie: "Jelui hebt met geen kind te doen. Ik ben die en die, en ze komme me zoeke, dus ik zou jelui rade om me niks te doen."
Ze keke mekaar an, maar beslote toch om hem te late loope as hie maar niks vertelde.
Toen hij dus thuis kwam, en ze vroege, zeidie maar: "Het spookt er niet, maar ik zou jelui toch maar rade er niet na toe te gaan."
Een jaar of vijf, zes later trouwde ie. Dat was natuurlijk groot feest. Daar wordt opiens geklopt en der ware twee manne om hem te spreke. Ze hadde een mooi paard bij erlui en dat kreeg ie cado.
Toen ie vroeg van wie ze kwame, zeide ze: "Van die roovers van het kasteel. We hebben nou genog geld en scheije er uit met het zakie, maar jij krijg een paard, omdat je zoo goed ezwege hebbe."

Onderwerp

SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten    SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten   

Beschrijving

Prins gaat op onderzoek in een kasteel waarvan gezegd wordt dat het er spookt. Om middernacht verschijnt een witte gedaante die hem wenkt mee te gaan. Beiden verzinken in de vloer, en in de kelder wordt hij gevangen genomen. De prins weet de mannen te bewegen hem vrij te laten. Thuisgekomen houdt hij zich aan de belofte niets te vertellen. Bij zijn huwelijk krijgt hij van de rovers een paard, uit dank voor zijn zwijgen.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

2 oktober 1901
Bewerkte publicatie: G.J. Boekenoogen: `Nederlandsche sprookjes en vertelsels', in: Volkskunde 19 (1907-1908), p.29-30.
Andere Räubergeschichten

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21