Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0227

Een mop (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Een paardekooper reisde naar alle markten. Dan had hij altijd een groote som gelds bij zich in leeren riemen. Zoo ging hij ook weer eens 's avonds naar een groote stad met veul geld bij hem. Voor dat ie het bosch in ging dat hij deur moest, ging ie bij de kastelein effetjes opsteken.
Die zei: "Ben je niet bang?"
"Welnee," zei die, "ten eerste heb ik een scherpe dolk bij me, en ten tweede heb ik een nijdige hond, die me altijd zoo trouw volgt, dat ie me haast in me bille bijt."
"Nou, ik doen het niet," zei de kastelein.
Hij dee het toch. Na een half uur komt ie iemand tegen. Dat was een persoon die het gesprek had afgeluisterd. Die begon met te lamenteeren dat hij verdwaald was, en of hij zoo goed gong naar de stad, en meer zukke foefies.
Nou, hij wist zoo goed kommedie te verkoope, dat de paardekooper medelije kreeg, en zei: "Loop den maar met mijn mee."
Toe ze zoowat een uurtje over alles en nog wat epraat hadde, zei de vent: "Wat heb je deer nou?"
"Dat is een dolk," zei de ander.
"Laat me ers kijken."
De paardekooper was zoo dom en gaf hem. Maar zóó as ie het gedaan had, docht ie: o jé, nou ben ik schipper te voet. Ik zel zien hem weerom te krijgen.
Maar ja, wel opiens zeit de kerel: "Dat ding is zeker wel scherp?"
En hakte de hond zijn kop door de midde.
En met iens zeit ie: "En geef nou je geld maar, want nou ken je toch niks beginnen."
De paardekooper docht: ik ben toch lest, en gaf het.
Toe zei de roover: "Omdat je het nou zoo gewillig geve, zel ik je je leve late houwe, maar aanstonds bij de holle boom je rechterhand afhakke: dat doen ik altijd."
Wat kon de ander er an doen? Niks natuurlijk. Hij ging dus gewillig mee. Maar wat gebeurt? Opiens voelt ie in zijn rechter broekzak een scherp mes dat ie ook altijd bij hem had.
Hij zei dus tege de roover: "Doe me nou een pleizier en hak me linker af, dan ken ik met me rechter me brood nog verdiene."
Dat werd toegestaan.
Toe ze bij de holle boom kwame, zeidie: "Nou wou ik nog een verzoek doen: peuter nou assublieft niet, maar slaan iniens toe."
"Nou afijn dan, omdat jij het bent," zei de roover.
In die tijd had hij met zijn rechterhand het mes ope e maakt, en toe de roover allebei de arme oplichtte om hem zijn hand af te slaan, gaf ie hem een ferme por in zijn zij. De stoot was goed raak ook, want de roover was dadelijk dood. Hij nam zijn dolk en zijn geld weerom, maar zijn hond was ie kwijt natuurlijk. Nou, hij gaf het an en er ging dadelijk politie naar de holle boom, en toe bleek dat het een gevaarlijke roover was.

Onderwerp

AT 1527A - Robber Induced to Waste his Ammunition    AT 1527A - Robber Induced to Waste his Ammunition   

ATU 1527A - The Robber Disarmed    ATU 1527A - The Robber Disarmed   

Beschrijving

Koopman met veel geld op zak ontmoet in het bos een kerel die zijn gesprek met de kastelein heeft afgeluisterd, en dus weet dat hij vertrouwt op zijn hond en zijn dolk. Hij laat de kerel met hem oplopen. De kerel vraagt op zeker moment hoe scherp de dolk is, krijgt die in handen en steekt de hond dood. Daarna eist hij het geld op. Hij belooft de koopman alleen zijn rechterhand af te hakken. Die voelt in zijn rechter broekzak een scherp mes en vraagt of zijn linkerhand mag worden afgehakt. De koopman weet het mes te openen, en als de rover hem de hand wil afhakken stoot hij hem zo dat de rover dodelijk wordt getroffen.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

2 oktober 1901
Aansluitend op het verhaal tekent Bakker aan: "Ook de mop van mij van prof. Olivier was hem bekend, doch niet als een professor maar als een boer Olivier". Zie CBAK0061.
Robber Induced to Waste his Ammunition

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21