Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0228

Een sprookje (mondeling), woensdag 02 oktober 1901

Hoofdtekst

Ja, van den hond weet ik nog wat. Er was ers een kastelein, een gemeene kerel: die vermoordde ieder die er kwam slape en bestal ze dan natuurlijk. Nou was er een man, die kon ie niet te pakke krijgen, omdat ie zoo een gevaarlijke hond had. Nou had ie al dikwijls geprobeerd om de hond te koope, maar dat wou maar niet lukke. Eindelijk beurde het toch, maar toe kwam de man gevallig in een jaar of vier niet in de herreberg.
Maar toe kwam ie dan toch. Nou, hij gong te bed. Toen ie goed en wel lag, kwam de kastelein en begon met hem te worstelen, maar de ander won het.
Toe riep de kastelein de hond: die vloog op zijn vroegere baas an, maar toe die hem bij zijn naam riep en zei: "Koest Zwartkam, pak ze", veranderde het tooneel en viel ie de kastelein an.
Zoo had ie toch zijn ouwe baas weer eholpe.

Beschrijving

Kastelein die zijn gasten vermoordt en dan besteelt, lukt dat bij een man met een gevaarlijke hond niet. Hij weet de hond te kopen, maar dan blijft die man een aantal jaren weg. Als hij weer komt overnachten valt de kastelein hem aan, en roept de hond. Die vliegt op zijn vroeger baas aan, maar als die zijn naam noemt valt de hond de kastelein aan.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

2 oktober 1901
Uit Bakkers brieven van 24 november en 22 december 1901 blijkt dat Boekenoogen moeite heeft gehad met het lezen van de naam Zwartkam, en daar een vraag over heeft gesteld. Op 22 december schrijft Bakker: "Tweemaal gebruikte de heer Schuurman den naam Zwartkam. Toen ik hem er den tweeden keer naar vroeg, zei hij: 'Nou ja, die hond hiette Zwartkam, maar je magt hem van mijn part ook Fik noeme'."

Naam Overig in Tekst

Zwartkam    Zwartkam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21