Hoofdtekst
In de vorige eeuw durfde men deze mogelijkheid van levend begraven worden beter onder de ogen te zien. Van die mentaliteit getuigt de Lijkenprikker (of Levenswekker) in het Universiteitsmuseum te Utrecht. De tekst bij de mij ter beschikking gestelde foto ervan luidt:
"Om te voorkomen dat schijndoden onverhoopt ter aarde besteld zouden worden, werden de patiënten in vervlogen dagen met dit instrument bewerkt. In de ebbenhouten koker bevindt zich een strak gewonden veer met aan het ene einde een handvat en aan het andere einde een stukje lood met scherpe naalden bezet. Door aan het handvat te trekken wordt de veer gespannen. Na het loslaten sprong de veer met kracht terug, waardoor de windingen tegen elkaar stootten. Hierdoor schoten de naalden in de huid van de patiënt. Zo het slachtoffer niet werkelijk gestorven zou zijn, dan zou deze torture dat wel duidelijk maken."
Vaak bepalen mensen dat bij hun dood hun voeten moeten worden verbrand, of een breinaald door het hart gestoken.
Een garantie bood de Verbeterde Doodkist, een patent van Frank Vester, New York, 1968. Een ontsnappingsladder was erbij inbegrepen. Mocht het slachtoffer de kracht missen uit zijn graf te klimmen, dan kon hij nog een bel luiden.
(Door de uitvinder was bepaald dat de ladder en de bel na een redelijke tijd konden worden verwijderd, indien niet gebruikt).
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Nederlander   
Thomas à Kempis   
Lijkenprikker   
Levenswekker   
Verbeterde Doodkist   
Frank Vester   
Naam Locatie in Tekst
Nederland   
Universiteitsmuseum   
Utrecht   
New York   
