Hoofdtekst
Ouwe Kees Gras, nee, die heb je natuurlijk niet ekend, maar die heb ook ers schipbreuk geleje.
Die zei altijd: "Ik ben niet licht geloovig, maar dat heb ik zelf beleefd. We kwame in een vreemd land. We zagge een woud zoo prachtig, dat het leek wel een paradijs, dus we woue er graag ers kijke. Wij erheen, maar hoe we liepe, we kwame niet verder vooruit. Wel zagge we voetstappe die twee maal zoo groot ware as de onze, maar mensche konne we niet ontdekke. Nou hadde we een hond bij ons, en die joege we dus voor ons uit. Dat beest liep ook hard en dee zijn best, maar kwam ook herder noch verder. We benne dus maar terug ekeerd, maar wat het eweest is, weet ik nog niet, maar ik heb het zelf beleefd."
Die zei altijd: "Ik ben niet licht geloovig, maar dat heb ik zelf beleefd. We kwame in een vreemd land. We zagge een woud zoo prachtig, dat het leek wel een paradijs, dus we woue er graag ers kijke. Wij erheen, maar hoe we liepe, we kwame niet verder vooruit. Wel zagge we voetstappe die twee maal zoo groot ware as de onze, maar mensche konne we niet ontdekke. Nou hadde we een hond bij ons, en die joege we dus voor ons uit. Dat beest liep ook hard en dee zijn best, maar kwam ook herder noch verder. We benne dus maar terug ekeerd, maar wat het eweest is, weet ik nog niet, maar ik heb het zelf beleefd."
Beschrijving
Man vertelt na schipbreuk met zijn maats in een land met een prachtig woud terecht te zijn gekomen. Ze lopen er heen maar komen niet vooruit, zien heel grote voetstappen, maar zien geen mensen. Zonder te weten wat het was keren ze terug.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
2 oktober 1901
Naam Overig in Tekst
Kees Gras   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
