Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0297

Een sprookje (mondeling), zondag 22 december 1901

Hoofdtekst

Veronderstel nou ers: jij raakt an het woord met de koning, in je zegt dat ie alles verkeerd doet. Nou, dan wordt ie naidig natuurlijk, maar vroeger zoo niet.
Er was ers iemand, die zei teuge een koning, dat het zoo niet goed in zijn land gong: der wier ezope en evochte en estole van heb ik jou deer. As hij koning was, zou ie wel make dat het aars gong.
"Nou, das goed," zei de koning: "As jij kans ziene om in drie dage de boel er onder te hebbe, dan mag jij koning weze voor die tijd, maar zoo niet, dan leet ik je ophange."
Dat gong an. Dus hai wier koning. Toe liet ie bekend make, dat ieder die na die en die tijd meer buite kwam of herrie maakte of zuk slag op ehange zou worre. Nou, ze ware natuurlijk as de dood, in geen mensch kwam buite, want dat dorste ze niet.
Het gong dus goed, maar - Griet verdikkeme - deer hoort ie, dat in die en die straat een kerel op straat eweest is, en gevochte heb, en de heele boel op stut ebroke heb. Hij er op oit, want hij most binne drie dage wete wie dat edeen had, aars wier ie zelf op ehonge.
De eerste dag vond ie niks. De tweede weer niet.
Maar de derde dag, omdat ie al maar in de zelfde straat op en neer liep, komt er een oud wijfie nee hem toe en zeit: "Wat zoek je toch?"
"Nou," zeit ie, zoo en zoo.
"Zoo," zeit ze, "nou, dan ken ik je inlichte. Ik was die nacht erg benauwd, en deerom had ik voor de luchtigheid het raam op ezet, en toe heb ik ezien wie het was. Het was de koning: die was eerst bij zijn lievie eweest, in toe heb ie dat spektakel emaakt."
"Mooi," zeit de ander, "dan moet ie op ehonge worre."
Nou, hij was koning, dus hij kon dat doen ook. Dus hij komt an het hof.
"Nou," zeit de koning, "heb je de dader evonde?"
"Jawel," zeit ie, "dat ben je zelf, maar nou zal je zien, dat het bij main mienings is: dus nou wor je op ehange."
Hij vroeg een week of zes uitstel. Nou, dat mocht, maar onder de hand wier overal bekend emaakt, dat de koning terecht esteld zou worre. Deer kwamme die hooge natuurlijk teuge op, maar dat gaf niks. Het schavot wier klaar emaakt. Maar toe het de dag was dat het beure zou, liet ie een pop de uniform van de koning antrekke en na het schavot marseere. Die zijn kop wier ofeslage, dat het volk wist niet beter, of de koning was dood. Maar de koning gaf ie genade. Die was mooi in zijn schik natuurlijk, en hij ook, want hij kreeg allerlei geschenke.
(D. Schuurman)

Beschrijving

Een man wijst de koning er op dat het niet goed gaat in het land. De koning biedt de man de gelegenheid om drie dagen koning te zijn om de orde in het land te herstellen, zo niet dan wordt hij opgehangen. De nieuwe koning vaardigt een uitgaansverbod tussen bepaalde tijden uit en verbiedt lawaai maken, op straffe van ophangen. Hij hoort dat een man op straat is geweest en de boel op stelten heeft gezet, maar kan de eerste twee dagen de dader niet vinden. De derde dag hoort hij van een vrouw dat het de oude koning was. De nieuwe koning deelt de oude koning mee dat hij de dader is geweest en wordt opgehangen. Op de dag van de voltrekking van het vonnis krijgt een pop het uniform van de oude koning aan, waardoor het volk denkt dat het inderdaad de koning is die wordt terechtgesteld. Hij krijgt echter genade.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

22 december 1901

Naam Overig in Tekst

Griet    Griet   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21