Hoofdtekst
Er was vroeger een koning - we zelle maar anneme, dat ie in De Haag woonde - in die kwam nooit in Nieuwediep of in Hoorn of zukke uithoeke. Nou, dat land deer geeft best vrucht, maar omdat die mensche deer zoo uit eplunderd wiere, liep de boel in het riet, dat alles wier domaingoed, zel ik maar zegge. Maar dat wist de koning niet. Maar wat wil het geval? Op een goeje keer gaat de koning op reis, in komt naast een boer te zitte om de Noord vandaan. Die man was erg klaagzaam, en vertelde alles hoe het er bai stong, maar hij kon de koning natuurlijk niet.
Op lest zei die: "As ik de baas was, zou ik me onderdane ondersteune."
De koning zei niks, maar een poossie later gaat ie as een gewoon heer nee die boer toe en zeit: "Ik ben die en die weer je lest mee ereisd hewwe. Toe heb je me dat en dat verteld, maar hoe weet je dat?"
"Nou, zoo en zoo."
"Je zeie toen dat as jij de baas wiere, zou het aars worde. Hou je dat staande?"
"Wis en waarachtig," zei de boer.
"Nou, adjuus dan, dan wil ik je groete."
"Ook zoo," zeit de boer.
De volgende dag most ie bij de koning komme. Hij zag er wel een bietje teuge op, maar hij gong toch.
Toe zei de koning teuge hem: "Je hewwe laast met een heer ereisd, en die heb je dat en dat ezeid. Zou jij kans zien dat het beter wiere?"
"Wel zeker," zeit de boer, "maar dan zou het uwe (want toe dorst ie niet meer jai te zegge) de eerste jare geld koste, maar dan gong het ook beter."
"Nou," zeit de koning, "dan maak ik je opperste van dat district."
En toe is de boel ook vooruit egaan.
(D. Schuurman)
Op lest zei die: "As ik de baas was, zou ik me onderdane ondersteune."
De koning zei niks, maar een poossie later gaat ie as een gewoon heer nee die boer toe en zeit: "Ik ben die en die weer je lest mee ereisd hewwe. Toe heb je me dat en dat verteld, maar hoe weet je dat?"
"Nou, zoo en zoo."
"Je zeie toen dat as jij de baas wiere, zou het aars worde. Hou je dat staande?"
"Wis en waarachtig," zei de boer.
"Nou, adjuus dan, dan wil ik je groete."
"Ook zoo," zeit de boer.
De volgende dag most ie bij de koning komme. Hij zag er wel een bietje teuge op, maar hij gong toch.
Toe zei de koning teuge hem: "Je hewwe laast met een heer ereisd, en die heb je dat en dat ezeid. Zou jij kans zien dat het beter wiere?"
"Wel zeker," zeit de boer, "maar dan zou het uwe (want toe dorst ie niet meer jai te zegge) de eerste jare geld koste, maar dan gong het ook beter."
"Nou," zeit de koning, "dan maak ik je opperste van dat district."
En toe is de boel ook vooruit egaan.
(D. Schuurman)
Beschrijving
Koning ontmoet op reis een boer die niet weet dat de ander de koning is. De man klaagt over de toestand van het gebied, en zegt dat hij voor vooruitgang zou zorgen als hij de baas zou zijn. Incognito laat de koning het de boer nog eens verkondigen, nodigt hem uit en vraagt daar of hij achter zijn woorden staat. De boer beaamt het en krijgt de leiding over het gebied, wat leidt tot vooruitgang.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
22 december 1901
Naam Locatie in Tekst
Den Haag   
Nieuwediep   
Hoorn   
Noord   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
