Hoofdtekst
Zoo was er nog er es een boer en die was ook erg dom, maar die had een knecht die nog al erg verstandig was. Die knecht had al jare bij hem gewoond, maar op laatst begon het die toch ook te vervele.
Dat op een goeje dag zeit ie: "Baas, ik gaan weg, ik ken het niet meer bij je uithouwe. Je bent me te stom."
Och, och, daar zat ie.
Hij soebatte en hij smeekte dat op laatst zeidie: "Affijn, ik zal weerom komme, as ik drie mensche vind die stommer benne as jij."
Dat gong an. Toe ie een poossie op weg was, zag ie een man met een paard bij een gesloten landhek staan. En die man tilde dan het eene en dan het andere poot over het hek, maar als ie de eerste poot er over had en hij begon an het tweede, haalde het paard zijn eerste weer terug. Om kort te gaan: hij schoot niks op.
"Dat gaat zoo niet, vriend," zei de knecht: "Haal een zaag."
"En wat dan?" zei de ander.
"Dat zal je zien," zei die.
De zaag kwam. Hij zaagt er een paar planken uit en het beest liep zelf in het land.
"Jonge, wat ben jij een leeperd," zei de man.
"Ja, maar jij bent een stommerd," zeidie.
Dat was dus één.
Een poos later komt ie an een gehuchtje voorbij een huis, en daar wier gekermd en gezucht. Omdat dat al maar an hiel, gong ie kijken. Daar was een man an zijn eigen te verschoone, maar van boven was het hemd dicht, en van ondere open, dat zijn hoofd wou er niet door. Nou sloege de andere maar met geweld op zijn kop, maar ze vorderde niks. Hij komt er bij, neemt zijn mes, snijdt er een gat in en een zaakie was bereid.
"Wat ben jij een leeperd," zeide ze.
"Ja, maar jij bent een stommerd," zei die.
Dat was dus nummer twee.
Hij loopt door en daar ziet ie iemand die aldoor met zijn hoed water schepte en in huis droeg.
"Wat doe je daar nou?" zeit ie.
"O," zeit de ander, "het is bij mijn zoo donker in huis (er waren geen luiken of vensters), en nou schijnt de zon in het water, en nou probeer ik de zon in het huis te brenge."
"Stommerd," zei die: "Haal een zaag."
Zaagt een gat an de zonzijde en ineens was de zon in huis. Dat was dus de derde en zoo is hai vanavond maar weer na zijn ouwe baas egaan.
(D. Schuurman)
Dat op een goeje dag zeit ie: "Baas, ik gaan weg, ik ken het niet meer bij je uithouwe. Je bent me te stom."
Och, och, daar zat ie.
Hij soebatte en hij smeekte dat op laatst zeidie: "Affijn, ik zal weerom komme, as ik drie mensche vind die stommer benne as jij."
Dat gong an. Toe ie een poossie op weg was, zag ie een man met een paard bij een gesloten landhek staan. En die man tilde dan het eene en dan het andere poot over het hek, maar als ie de eerste poot er over had en hij begon an het tweede, haalde het paard zijn eerste weer terug. Om kort te gaan: hij schoot niks op.
"Dat gaat zoo niet, vriend," zei de knecht: "Haal een zaag."
"En wat dan?" zei de ander.
"Dat zal je zien," zei die.
De zaag kwam. Hij zaagt er een paar planken uit en het beest liep zelf in het land.
"Jonge, wat ben jij een leeperd," zei de man.
"Ja, maar jij bent een stommerd," zeidie.
Dat was dus één.
Een poos later komt ie an een gehuchtje voorbij een huis, en daar wier gekermd en gezucht. Omdat dat al maar an hiel, gong ie kijken. Daar was een man an zijn eigen te verschoone, maar van boven was het hemd dicht, en van ondere open, dat zijn hoofd wou er niet door. Nou sloege de andere maar met geweld op zijn kop, maar ze vorderde niks. Hij komt er bij, neemt zijn mes, snijdt er een gat in en een zaakie was bereid.
"Wat ben jij een leeperd," zeide ze.
"Ja, maar jij bent een stommerd," zei die.
Dat was dus nummer twee.
Hij loopt door en daar ziet ie iemand die aldoor met zijn hoed water schepte en in huis droeg.
"Wat doe je daar nou?" zeit ie.
"O," zeit de ander, "het is bij mijn zoo donker in huis (er waren geen luiken of vensters), en nou schijnt de zon in het water, en nou probeer ik de zon in het huis te brenge."
"Stommerd," zei die: "Haal een zaag."
Zaagt een gat an de zonzijde en ineens was de zon in huis. Dat was dus de derde en zoo is hai vanavond maar weer na zijn ouwe baas egaan.
(D. Schuurman)
Onderwerp
AT 1384 - The Husband Hunts Three Persons as Stupid as his Wife   
ATU 1384 - The Husband Hunts Three Persons as Stupid as his Wife.   
SINAT 1384 - Der Mann sucht drei Menschen, die ebenso dumm sind wie seine Frau
  
VDK 1384 - The Husband Hunts Three Persons as Stupid as his Wife   
Beschrijving
Slimme knecht belooft de domme boer terug te komen als hij drie mensen ontmoet die nog stommer zijn dan zijn baas. Hij komt ze inderdaad tegen en keert terug.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
25 april 1902
Zie ook CBAK0502. In een brief van 30 juni 1902 merkt Bakker (na een vraag van Boekenoogen) op dat Schuurman het verhaal staande houdt zoals hij het verteld heeft: "dito van den knecht die domme menschen zoekt."
The Husband Hunts Three Persons as Stupid as his Wife
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
