Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CBAK0342

Een sprookje (mondeling), maandag 06 januari 1902

Hoofdtekst

Deer was ers een ouwe man en die had een zoon van 19 jaar. Tenminste, hij was op die jare dat ze al verkeerde. Nou, hij was oud en zijn vrouw ook, dat spreekt van zelf, en ze moste zoo wat leve van de nachtwacht.
Nou, dat was een koud stiekie, vooral in de winter, dat omdat die zeun toch uit vrije gong, zei die dan teuge zijn vader: "Gaan jij maar te bed, dan zal ik wel loope."
Zoo was ie op een ouwejaarsavond ook weer op wacht en hij was met zijn meisje of esproke, dat ie zoo en zoo laat voorbij zou komme, dan zoue ze mekaar wel zien.
Nou was er die avond een maskerade of een gemaskerd bal in de voornaamste herberg. De prins was er ook, maar die had het land omdat ze hem allemaal konne, dat die loopt effe na buite.
Net komt de nachtwacht an en roept: "Elf heit de klok, elf."
De prins loopt dadelijk op hem af en zeit: "Geef mijn je pak voor een uur, jij gaat na binne totdat ik kom."
Ze gonge derlui dus bij de kerk verkleede en hij most zoolang in de herberg wachte.
Maar wat wil het geval? Deer komme bij ongeluk mensche an, neme de zoogenaamde prins te pakke, en hij most mee of ie wou of niet. Wat most ie beginne? In de zaal was volop te ete, dat hij doen zijn eigen eerst maar ers te goed.
Nou heb ik nag niet verteld, dat de prins danig in de schuld zat, en dat ie er net met de vrouw van ien van die hooge vandeur zou gaan. Deer komt de man van die vrouw op hem af en vertelt, dat ie zoo een bedroefd leve met zijn vrouw heb.
"Och," zeit ie, "dat zel nag wel weer goed gaan."
Toe loopt ie de zaal door en toe kwam die vrouw op hem of en zeit: "We moste er dadelijk maar same vandeur gaan."
Maar hij zeit: "Nee, je most maar liever bij je man blijve, zoo en zoo, en dat zel wel goed komme."
Dus dat zakie kwam ook in orde. Toe kwame der schuldeischers en die woue geld hebbe, maar net toe die lastig wiere, beurde der wat. De prins was onderwijl gaan loope, was bij de dienstmeid ekomme, en die had hem een lessie egeve, en hij was zoo lekker anehaald as hem nag nooit ebeurd was. Toe die dat edaan had, liep ie na de herberg as nachtwacht natuurlijk, en begon een vers te zingen, en in dat vers schold ie alle hooge heere uit, en toe hij er vandeur. Natuurlijk wiere heel gauw de nachtwachts opepakt, maar hij was er niet bij, want ze konne hem niet te pakke krijgen. Maar op lest most ie toch op de bepaalde tijd bij de kerk komme, en net was ie klaar met verkleede, toe wier ie inerekend.
"Hou je goed," zeit de prins tege de nachtwacht, "en verklap me niet."
Dat die most bij de koning kome. Hij vertelde alles: én dat de prins schulde had, én dat die hooge het hem zoo lastig maakte, en dat ie ze daarom zoo uit escholden had.
De koning keek eerst ernstig, maar toe de prins zijn voorspraak was, toe wier ie met een schrobbering los elate. Toe nam de prins hem op zijn buitengoed as tuinman, en toe is ie met de meid etrouwd, en dat was een kientje.

Beschrijving

Jongen die de nachtwacht van zijn vader heeft overgenomen, wordt door een prins overgehaald een uur van kleding te ruilen, zodat de prins op een gemaskerd bal niet herkend zal worden. De jongen wordt door mensen gedwongen naar het bal te gaan. Daar wordt hij belaagd door de schuldeisers van de prins, de echtgenoot van de vrouw waarmee hij overspel pleegt. De prins zingt een schimpvers op hoge heren, ontkomt, en uiteindelijk wordt de jongen die weer zijn eigen kleding van nachtwaker draagt, opgepakt en voor de koning gebracht. Hij vertelt de koning alles over de prins, komt op voorspraak van de prins vrij, die neemt hem als tuinman aan, en de jongen trouwt met zijn meisje.

Bron

Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)

Commentaar

[6 januari 1902] in brief van 25 april 1902
In een brief van 11 januari 1909 schrijft Bakker aan Boekenoogen: "Tegelijk met dezen brief ontvangt u een serie `eerste bladen' van het Nieuws van den Dag, waarin een feuilleton voorkomt getiteld Prins en nachtwacht. Ik denk dat dit het sprookje is, waarvan ik u indertijd een fragment heb medegedeeld, opgevangen uit den mond van den heer D. Schuurman. In den beginne staat er boven dat het uit het Fransch, later dat het uit het Duitsch vertaald is."

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21