Hoofdtekst
[C. Bakker:] "Heb je wel ers van andere dingen gehoord: van geesten in het gras of van nachtmerrie of zoo iets?"
[Oude zegsman uit Uitdam:] "Van geesten bij het maaien niet, maar met de nachtmerrie heeft diezelfde grootvader op Terschelling wat beleefd, of liever gezeid: zijn vrouw, want grootvader was toe al dood.
Grootmoeder had een mooie bles, waar ze ƒ800 voor kon [krijgen], maar ze wou hem nog een jaar houwen om er een jonkie van te teelen. Na een poosie begon het beest zoo raar te doen: iedere nacht maakte het een leven van geweld en was 's ochtens deurnat van zweet. Een buurman kwam op het idee, dat het de nachtmerrie wel kon wezen en ze besloten dus te waken. Ze stopten alle naden en reten goed toe en gongen zelf met een lake onder de karn zitten. Midden in de nacht begon het paard een geweld te maken van heb ik jou deer. Opiens sprongen ze voor de dag, want dat moet je doen, want anders is ie weer weg en wat zagge ze nouw? Onze eigen buurvrouw (een weduwvrouw met vijf kinderen) zat boven op het paard.
"Ja buur," zei ze, "nou ben ik in je macht, en nou ken je me na toe sture waar je wille. Al wil je hebbe dat ik elke nacht naar het haantje van den toren gaan, dan moet ik het doen. Maar ik hoop dat je genade met me hebbe en dat je wensche, dat ik iedere nacht bij me kindertjes moet blijve: dan zou je me metien een grooten dienst bewijzen."
Nou, mijn grootmoeders buurman was een verstandige en godsdienstige man, dus die heb dadelijk een mooi gebed gedaan en gesmeekt dat ze voortaan bij haar kindertjes mocht blijven. Zij was toen erg dankbaar, en het paard was metien beter."
[Oude zegsman uit Uitdam:] "Van geesten bij het maaien niet, maar met de nachtmerrie heeft diezelfde grootvader op Terschelling wat beleefd, of liever gezeid: zijn vrouw, want grootvader was toe al dood.
Grootmoeder had een mooie bles, waar ze ƒ800 voor kon [krijgen], maar ze wou hem nog een jaar houwen om er een jonkie van te teelen. Na een poosie begon het beest zoo raar te doen: iedere nacht maakte het een leven van geweld en was 's ochtens deurnat van zweet. Een buurman kwam op het idee, dat het de nachtmerrie wel kon wezen en ze besloten dus te waken. Ze stopten alle naden en reten goed toe en gongen zelf met een lake onder de karn zitten. Midden in de nacht begon het paard een geweld te maken van heb ik jou deer. Opiens sprongen ze voor de dag, want dat moet je doen, want anders is ie weer weg en wat zagge ze nouw? Onze eigen buurvrouw (een weduwvrouw met vijf kinderen) zat boven op het paard.
"Ja buur," zei ze, "nou ben ik in je macht, en nou ken je me na toe sture waar je wille. Al wil je hebbe dat ik elke nacht naar het haantje van den toren gaan, dan moet ik het doen. Maar ik hoop dat je genade met me hebbe en dat je wensche, dat ik iedere nacht bij me kindertjes moet blijve: dan zou je me metien een grooten dienst bewijzen."
Nou, mijn grootmoeders buurman was een verstandige en godsdienstige man, dus die heb dadelijk een mooi gebed gedaan en gesmeekt dat ze voortaan bij haar kindertjes mocht blijven. Zij was toen erg dankbaar, en het paard was metien beter."
Onderwerp
SINSAG 0781 - Mahr im Stall ertappt. Gelübde nicht wieder zu kommen. (Erlösung).   
Beschrijving
Paard maakt 's nachts veel lawaai en is 's morgens doornat van het zweet. Buurman denkt dat het de nachtmerrie is, en men gaat waken. Als het paard weer wild wordt springen ze tevoorschijn, en zien een vrouw op het paard zitten. Ze zegt dat ze nu in hun macht is, en alles moet doen wat zij willen. De vrouw vraagt of ze willen wensen dat ze 's nachts thuis moet blijven. De godsdienstige buurman bidt hiervoor, en het paard is genezen.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Commentaar
2 april 1903
Informant uit Uitdam (90 jaar oud)
Mahr im Stall ertappt. Gelübde nicht wieder zu kommen. (Erlösung)
Naam Overig in Tekst
C. Bakker   
Naam Locatie in Tekst
Uitdam   
Terschelling   
Plaats van Handelen
Terschelling (Friesland)   
Kloekenummer in tekst
A002p   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
