Hoofdtekst
Het volgende sprookje waarin hier en daar hiaten zijn, werd mij gisteren medegedeeld door een ouden Broeker (78 jaar), die het zich uit zijn jeugd herinnerde.
Boone Jan, Poepe Jan en Are Jan waren samen aan 't houthakken. Daar vloog de bijl van de staal tegen Boone Jan an, en daar zat zoo een gank an, dat hij kwam in de maan terecht.
Hij liep daar een poosje, maar dat verveelde gauw. Hij gong dus maar koren zaaien. Toen dat rijp was, sneed ie het af (als je nou nog goed kijkt bij volle maan, kan je nog een mannetje zien die aan 't koren snijden is).
Toen wou ie wel weer naar de aarde. Hij bond dus de korenhalmen an mekaar en liet zich zakken, maar dat was veels te kort. Toen sneed 'ie het van boven maar weer los, en knoopte dat van onderen weer vast. Zoo zakte 'nie al meer en meer, want dat deed ie telkens, maar op laatst waren het allemaal knoopen. Toe kon ie niet meer, en liet ie zich maar vallen.
Doch toe was ie nog meer gesjogten, want hij viel net zoo diep in den grond als hij er eerst boven geweest was. Nou had 'tie wel er es gehoord, dat als je lange nagels heb, ze zeggen dat je er je grootje wel mee uit 't graf kan halen. Hij liet dus zijn nagels groeien en werkte toen zichzelf ermee naar boven.
Maar toen hij boven kwam, was ie zoo mager als een lat. Hij at dus eerst zijn buik vol, zoodat ie goed dik en vet was, en gong toen na Poepe Jan en Are Jan, die voor hem op zijn land aan 't knollentrekken waren.
Maar die deden dat niet gauw genog naar zijn zin, zoodat ie an gong als de rook en toe dat niet hielp, zeidie: "Ik zel jelui wel krijgen."
Hij pakte ze dus beet en stopte ze in zijn hol (derrière). Toen liep ie over het land en moesten ze knollen trekken. Dat gong nog niet gauw genog, toe liet hij nog veertien man aanrukken.
Toe dat nag niet gauw genog gong, zeidie: "Nou zel ik jelui wel aars krijgen."
Toen haalde hij een schouw (praam) en gong daar in staan baggeren en gooiden de prut op het land, net zoo lang tot ze er allemaal onder zatten en toe waren ze dood.
Boone Jan, Poepe Jan en Are Jan waren samen aan 't houthakken. Daar vloog de bijl van de staal tegen Boone Jan an, en daar zat zoo een gank an, dat hij kwam in de maan terecht.
Hij liep daar een poosje, maar dat verveelde gauw. Hij gong dus maar koren zaaien. Toen dat rijp was, sneed ie het af (als je nou nog goed kijkt bij volle maan, kan je nog een mannetje zien die aan 't koren snijden is).
Toen wou ie wel weer naar de aarde. Hij bond dus de korenhalmen an mekaar en liet zich zakken, maar dat was veels te kort. Toen sneed 'ie het van boven maar weer los, en knoopte dat van onderen weer vast. Zoo zakte 'nie al meer en meer, want dat deed ie telkens, maar op laatst waren het allemaal knoopen. Toe kon ie niet meer, en liet ie zich maar vallen.
Doch toe was ie nog meer gesjogten, want hij viel net zoo diep in den grond als hij er eerst boven geweest was. Nou had 'tie wel er es gehoord, dat als je lange nagels heb, ze zeggen dat je er je grootje wel mee uit 't graf kan halen. Hij liet dus zijn nagels groeien en werkte toen zichzelf ermee naar boven.
Maar toen hij boven kwam, was ie zoo mager als een lat. Hij at dus eerst zijn buik vol, zoodat ie goed dik en vet was, en gong toen na Poepe Jan en Are Jan, die voor hem op zijn land aan 't knollentrekken waren.
Maar die deden dat niet gauw genog naar zijn zin, zoodat ie an gong als de rook en toe dat niet hielp, zeidie: "Ik zel jelui wel krijgen."
Hij pakte ze dus beet en stopte ze in zijn hol (derrière). Toen liep ie over het land en moesten ze knollen trekken. Dat gong nog niet gauw genog, toe liet hij nog veertien man aanrukken.
Toe dat nag niet gauw genog gong, zeidie: "Nou zel ik jelui wel aars krijgen."
Toen haalde hij een schouw (praam) en gong daar in staan baggeren en gooiden de prut op het land, net zoo lang tot ze er allemaal onder zatten en toe waren ze dood.
Onderwerp
AT 1889E - Descend from Sky on Rope of Sand   
ATU 1889E - Descent from Sky on Rope of Sand (Chaff).   
Beschrijving
Bij het houthakken raakt een bijl een man met zo'n vaart dat hij naar de maan vliegt. Hij gaat daar koren zaaien, snijdt dat af als het rijp is (dat is het mannetje dat in de volle maan is te zien) en wil daarna terug naar de aarde. Hij bindt korenhalmen aan elkaar, laat zich zakken, snijdt ze boven weer los als ze te kort zijn, knoopt ze van onderen weer vast. Hij zakt tot er allemaal knopen zijn, en laat zich dan vallen. Hij valt diep in de grond, en wacht tot zijn nagels lang genoeg zijn om zich naar boven te werken. Boven de grond gekomen moet hij eerst goed eten, want hij is mager geworden. Hij gaat terug naar de mannen die op zijn land aan het knollentrekken zijn. Ze werken niet hard genoeg naar zijn zin, waarop hij een aantal maatregelen neemt, die echter ook niet helpen. Uiteindelijk haalt hij een schuit, gaat baggeren en gooit de prut over het land tot ze er onder zitten en dood zijn.
Bron
Collectie Bakker (Archief Meertens Instituut)
Motief
X1757 - Rope of sand (chaff).   
Commentaar
23 februari 1906
Informant uit Broek (78 jaar)
Vgl. ook CBAK0492.
Vgl. ook CBAK0492.
Descent from Sky on Rope of Sand (Chaff)
Naam Overig in Tekst
Boone Jan   
Poepe Jan   
Are Jan   
Broeker   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
